nieuws

De twee gezichten van Els Borst

Archief

door Dick van Boven

Al bijna dertig jaar staat het stelsel van de gezondheidszorg en de financiering daarvan op de politieke agenda. Het kabinet doet met de nota ‘Vraag aan bod’ een nieuwe poging om de politiek tot keuzen te verleiden. Het lijkt een onhaalbare weg. Meer waarde kan wellicht worden toegedicht aan de nota ‘Zorg met toekomst’ van het ministerie van VWS. Dat geeft een realistischer beeld van de wijze waarop de problemen in de gezondheidszorg moeten worden opgelost.
In 1974 legde de toenmalige staatssecretaris Hendriks de eerste gedachten over een basisverzekering voor de gezondheidszorg neer. Zijn plannen strandden in de politieke arena. Tien jaar later mocht oud-topman Dekker van Philips een nieuw concept op tafel leggen. De meer liberaal getinte voorstellen verdwenen al snel in de Haagse bureauladen. Een decennium geleden verliet staatssecretaris Simons het politieke toneel. Zijn plan voor een basisverzekering was velen te ver gegaan.
Het eerste Paarse kabinet trok hieruit lering en koos voor een stapsgewijze aanpak om de problemen in de gezondheidszorg op te lossen. Het tweede Paarse kabinet trok deze lijn door, maar meende aan het einde van de rit toch een testament te moeten achterlaten. En zo ligt er nu de nota ‘Vraag aan bod’, ofwel het ‘Plan Borst’, want zij is immers de verantwoordelijke minister op dit beleidsterrein.
Ook het ‘Plan Borst’ streeft naar een basisverzekering. Vanaf 1974 is er dus weinig nieuws onder de zon. Blijkbaar bestaat er in Den Haag een grote behoefte om tot een basisverzekering voor alle Nederlanders te komen. Al bijna dertig jaar is de politiek echter niet in staat om daaraan een voor iedereen aanvaardbare invulling te geven. Ook het Plan Borst slaagt daarin niet, want heikele punten als de omvang van de basisverzekering en de financiering daarvan worden op het bordje van het volgende kabinet gelegd.
Privatisering
Het invoeren van een basisverzekering is een complexe materie, niet alleen in technische zin, maar vooral vanwege uiteenlopende politieke visies en/of dogma’s omtrent de verdeling/toedeling van verantwoordelijkheden binnen het beleidsterrein gezondheidszorg. De centrale politieke vraag is of, en zo ja in hoeverre, verantwoordelijkheden en bevoegdheden aan zorgverleners en zorgverzekeraars als marktpartijen kunnen worden toegekend om een kwalitatief hoogstaande gezondheidszorg tegen een betaalbare prijs voor iedereen te organiseren, of met andere woorden: wat kan er in de gezondheidszorg worden geprivatiseerd?
Privatisering vergt een terugtredende overheid én een privaatrechtelijke markt waarin marktpartijen verantwoordelijkheden dragen en waarmaken en daarop kunnen worden afgerekend. Dus geen overheid meer die om politieke redenen, als het ware dagelijks, kan ingrijpen op grond van een oerwoud aan wet-, en regelgeving, waaraan het kabinet uitvoering dient te geven. Maar: een overheid die op afstand toeziet, de kwaliteit bewaakt en de verantwoordelijkheid blijft dragen voor die gezondheidszaken, die zich niet direct lenen voor privatisering (denk aan onverzekerbare risico’s, preventie en bevolkingsonderzoeken).
Tegenstanders van privatisering huldigen de opvatting dat de overheid een zeer stevige vinger in de pap dient te hebben respectievelijk dient te behouden. Bij een publiekrechtelijke invulling draagt de overheid de verantwoordelijkheid. De overheid bepaalt de mate van het aanbod, de verzekeringsomvang en de prijs daarvan. Voor de uitvoering kan de overheid dan zorgverleners en zorgverzekeraars inschakelen.
Politiek hoogstandje
Het maken van een principiële keuze tussen een publiekrechtelijk systeem (de verantwoordelijkheid ligt daarbij bij de overheid) en een privaatrechtelijk systeem (de verantwoordelijkheid ligt bij marktpartijen) gaat de politiek moeilijk af. Het ‘Plan Borst’ maakt die keuze dus ook niet. In weerwil van het SER-advies, waarin werkgevers én werknemers pleiten voor een ontwikkeling naar een privaatrechtelijk systeem, wordt in de nota ‘Vraag aan bod’ dit belangrijke advies terzijde gelegd. Je zou dan mogen verwachten dat het ‘Plan Borst’ kiest voor een publiekrechtelijk systeem. Indien de nota zich hiervoor expliciet zou hebben uitgesproken, is de kans groot te worden afgeschoten, dus presenteert het ‘Plan Borst’ een politiek hoogstandje: een publiekrechtelijk systeem met een privaatrechtelijke uitvoering. De principiële keuze tussen twee systemen wordt op deze wijze handig omzeild. En zoals betoogd: tussenoplossingen, zoals in het ‘Plan Borst’ verwoord, werken niet omdat daarbinnen de verantwoordelijkheden en bevoegdheden niet helder zijn te formuleren. In zo’n systeem is iedereen en dus niemand verantwoordelijk. Het lost de problemen in de gezondheidszorg niet op, het roept eerder meer problemen op.
Na bijna dertig jaar is er dus weinig nieuws onder de zon. Het stelsel is een politiek zwaar beladen onderwerp. De nota ‘Vraag aan bod’ laat dat nog eens overduidelijk zien. De verwachting lijkt mij gewettigd, dat de nota een zachte (politieke) dood zal sterven.
Haaks op elkaar
Veel realistischer lijkt de recent verschenen nota ‘Zorg met toekomst’ van het ministerie VWS, waarvoor dezelfde Els Borst de ministeriële verantwoordelijkheid draagt. Onomwonden staat daarin: ‘Wat anderen beter kunnen, moet de overheid niet zelf willen doen. Om een goede gezondheidszorg te waarborgen moeten de betrokken partijen voldoende vrijheidsgraden krijgen om permanent innovatief te kunnen handelen. Ruimte is nodig voor decentrale verantwoordelijkheid en sturing.
Tevens valt in de nota te lezen dat het beleid in de komende jaren nog gevormd zal moeten worden met het huidige systeem. Het is zaak stap voor stap toe te werken naar de eindsituatie, waarbij als richtinggevende thema’s gelden: vraagsturing, marktwerking, versterking van de positie van de consument en ketenzorg.
Waar de nota ‘Vraag aan bod’ tracht tot een nieuw stelsel te komen, probeert de nota ‘Zorg met toekomst’ concreet aan te geven op welke wijze in de komende jaren de problemen in de gezondheidszorg moeten worden opgelost. Dat is: langs de weg van de geleidelijkheid, met meer decentrale verantwoordelijkheid en sturing voor partijen in het veld. Vraagsturing en marktwerking worden als richtinggevende thema’s gepresenteerd. ‘Zorg met toekomst’ biedt geen nieuw stelsel aan, maar wil met het huidige systeem de problemen in de gezondheidszorg te lijf gaan.
Ongetwijfeld zal Borst er in Den Haag in slagen uit te leggen dat de twee nota’s volledig op elkaar aansluiten of in ieder geval niet strijdig zijn ten opzichte van elkaar. Maar zij, die niet politiek gepokt en gemazeld zijn – en daar reken ik mijzelf gemakshalve ook onder – menen toch een niet onaanzienlijke tegenstrijdigheid tussen de beide nota’s te ontdekken. Maar ik besef dat mijn waardeoordeel ongetwijfeld door de voorstanders van een publiekrechtelijk in te richten basisverzekering zal worden tegengesproken.
Wens van de burger
Hoe het ook zij, de nota ‘Zorg met toekomst’ biedt betere aanknopingspunten voor het oplossen van de problemen in de gezondheidszorg dan de politieke keuzediscussie die door de nota ‘Vraag aan bod’ wordt opgeroepen. In ‘Zorg met toekomst’ wordt realistisch en meer haalbaar een proces in gang gezet om tot decentrale verantwoordelijkheid en sturing te komen met het doel de problemen in de gezondheidszorg op te lossen. In ‘Zorg met toekomst’ staan de gezondheidszorg en de oplossing van de problemen daarbinnen centraal. Dat is wat de burger interesseert. De ontwikkelde visie in ‘Zorg met toekomst’ biedt perspectief voor het oplossen van belangrijke zorgen in de gezondheidszorg. Dat is waar de burger op wacht. Diezelfde burger zit niet te wachten op een politieke principiële stelseldiscussie, die al bijna dertig jaar woedt maar nog nimmer tot heldere besluiten heeft geleid. Met de nota ‘Zorg met toekomst’ neemt Els Borst – naar mijn opvatting terecht – afstand van die stelseldiscussie en volgt zij de wens van de burger.
Dick van Boven
algemeen directeur ONVZ Zorgverzekeraar

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.