nieuws

De tucht van de PVK

Archief

De tucht van de PVK

In AM 9 (pag. 36) schrijft Jan van der Meer dat de Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) zijn boekje te buiten gaat bij naleving van artikel 7a van de Pensioen- Spaarfondsenwet (PSW). De toezichthouder eist, in zijn ogen ten onrechte, van verzekeraars dat zij de eerste kosten van een beschikbare premieregeling niet in de beginperiode van de verzekering in rekening mogen brengen. Tim Burggraaf van assurantiekantoor Coppejans, Van Eekhout & Spencer in Rotterdam reageert.
“Terecht merkt Van der Meer op dat de Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) nu ook toezicht zal gaan houden op de bij verzekeringsmaatschappijen ondergebrachte pensioenregelingen (rechtstreekse regelingen). Dat de PVK voortvarend te werk is gegaan, is duidelijk; de brief van 20 december 2000 heeft tot op heden al heel wat stof doen opwaaien.
De opmerking dat het bij pensioenverzekeringen gebruikelijk is om eerste kosten in een kortere periode aan de poliswaarde te onttrekken, is mijns inziens niet volledig juist. Inderdaad moet gezegd worden dat bij een bepaalde groep pensioenadviseurs deze praktijken eerder regel dan uitzondering zijn geweest. Nochtans bestaan er voldoende pensioenadviseurs die de dienstverlening op basis van doorlopende provisie of op basis van uurdeclaratie al dan niet in combinatie met een abonnementsysteem – dus zonder enige provisie – verrichten.
Problematiek
Bij onttrekking van afsluitprovisie in de eerste jaren van een verzekering blijft de waarde van de verzekering sterk achter. Dit wordt pijnlijk duidelijk wanneer een verzekering na een korte tijd wordt afgekocht, doordat er sprake is van overdracht. De werknemer schrikt hierbij van de afwezige opbouw in de polis, komt tot de (wellicht onjuiste) conclusie dat het dus waarschijnlijk een slechte verzekering moet zijn geweest en neemt de C-polis waarschijnlijk niet mee. Uit cijfers blijkt dat meer dan 75% van de C-polissen niet wordt meegenomen!.
Inmiddels zijn al de nodige klachten binnengekomen bij de Consumentenbond over het feit dat de pensioenpremie eigenlijk naar de adviseur is overgemaakt. Dit is vanuit de rol van de PVK uiteraard onaanvaardbaar en vanuit die optiek is het wel degelijk de taak van de PVK om te proberen het einde van de afsluitprovisie te bewerkstelligen. De juridische basis van de uitspraken is mijns inziens niet zo dubieus als Van der Meer schrijft.
Dat artikel 7a niet van toepassing zou zijn op rechtstreekse regelingen mist iedere vorm van realiteitszin. De PSW is immers integraal van toepassing op alle pensioentoezeggingen die ex art. 2 PSW in Nederland zijn opgezet. Het bestaan van de Regelen verzekeringsovereenkomsten PSW (Regelen) is te verklaren vanuit het feit dat procedures of terminologie voor rechtstreekse regelingen niet altijd overeenkomen. Spreekt de PSW bijvoorbeeld over een “fonds” dan zal daar bij rechtstreekse regelingen soms over “werkgever” en soms over “uitvoerder” gesproken moeten worden, temeer omdat de juridische positie van een pensioenfonds een andere is dan die van een verzekeringsmaatschappij. Juist voor die bepalingen bevatten de Regelen specifieke aanvullende bepalingen die in de plaats treden voor de algemenere regels van de PSW. Een equivalent voor 7a PSW is niet nodig, omdat de letterlijke tekst van 7a PSW de lading al dekt.
Zou Van der Meer gelijk hebben, dan is ook het verbod op uitstelfinanciering niet van toepassing op rechtstreekse regelingen. Overigens, het ontwerpadvies voor de nieuwe Pensioenwet schrijft dat de nieuwe Pensioenwet dit probleem niet meer zal kennen; de Regelen worden geheel ingebed in de Pensioenwet.
Voor de vraag of sprake is van evenredige opbouw voor beschikbare premieregelingen verwijst Van der Meer naar de Memorie van Toelichting (MvT). Dat deze te weinig steun zou bieden voor de opmerking dat 7a PSW van toepassing is op beschikbare premieregelingen kan niet worden gesteld. In een aantal alinea’s worden de verschillende pensioenregelingen genoemd en zo ook de beschikbare premieregeling (TK 26415, nr. 3 pag. 31-32). Dit wordt gesteund door de herformuleringen omtrent de ontslagaanspraak van art. 8 (TK 26415, nr. 3, pag. 33).
Conclusies
Via een juiste wetsuitleg probeert de PVK inderdaad tot een wijziging van de beloningssystematiek van het intermediair te komen, juist uit hoofde van de oorspronkelijke waarborgfunctie van de PSW en het in de PVK gevestigde gezag hiervoor. De verzekeraars (met enige uitzonderingen natuurlijk) stappen momenteel over naar doorlopende provisie. Gelukkig voor adviseurs zoals Van der Meer zijn deze verzekeraars wel bereid een contante waarde van deze doorloop uit te keren. Hiermee lijkt iedereen tevreden. Enerzijds bestaat een afsluitprovisie, anderzijds bestaat een evenredige pensioenopbouw. Dan is toch iedereen tevreden?
Coppejans, Van Eekhout & Spencer in Rotterdam.
Naschrift
Ik vind het jammer dat Tim Burggraaf mijn artikel niet goed heeft gelezen of niet begrepen. Eerstens heb ik geen enkel inhoudelijk oordeel geveld over het verschijnsel afsluitprovisie. Ik heb gesteld dat de PVK zich niet inhoudelijk met pensioenregelingen moet bemoeien en geen materieel toezicht moet gaan optuigen via een extensieve interpretatie van de PSW. Meer heb ik niet gesteld. Daarom is de conclusie van Burggraaf geen conclusie maar een ‘hartenkreet’.
Tweedens zijn de redeneringen van Burggraaf niet altijd consistent. Een voorbeeld: artikel 7a PSW heeft in zijn visie geen equivalent nodig in de Regelen. Dit artikel is naar zijn mening ook nu al van toepassing op directe pensioenregelingen ondergebracht bij verzekeraars. Daarbij wordt als argument gebruikt dat anders het verbod op uitstelfinanciering ook niet van toepassing zou zijn op rechtstreekse regelingen. Ik wijs Burggraaf op het feit dat in de Regelen de ontslagbepalingen juist zijn gewijzigd om dit verbod op uitstelfinanciering te effectueren voor rechtstreekse regelingen.
Nog een voorbeeld: Burggraaf stelt dat artikel 7a PSW wel geldt voor beschikbare-premieregelingen. Dit leidt hij af uit de Memorie van Toelichting bij dit artikel. Ik wijs de heer Burggraaf op artikel 8 PSW. Daarin staat onomwonden dat de eis van tijdsevenredige opbouw niet geldt voor beschikbare-premieregelingen. De wettekst gaat voor de toelichting. De zaken moeten wel juist voorgesteld worden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.