nieuws

De telefoonlijn als acquisitie-instrument

Archief

In het voorjaar van 1989 werd de ‘Advocatenhulplijn (verkeers)slachtoffers mr. W.J. Gelderblom’ geïntroduceerd. Gelderblom haakte daarmee in op de destijds in de advocatuur geschapen vrijheid om reclame te maken. Zijn voorbeeld is in diverse vormen, waaronder vooral folders in wachtkamers, gevolgd door diverse letselbureaus en de Vereniging van Letselschade-Advocaten LSA.

Gelderblom timmert nog immer aan de weg, maar er is recentelijk groter geschut in stelling gebracht. De LSA heeft een punt gezet achter de werving via wachtkamers, waarin haar folder samen in de molen stond met de folders van “enkele bureaus waarmee wij niet geassocieerd willen worden”, aldus voorzitter mr. Jacqueline Meyst-Michels.
Daarom prijkte afgelopen maand ineens op een sjieke plek in de zaterdageditie van De Telegraaf een opvallende advertentie van de LSA. Dit leidde binnen vier werkdagen na de plaatsing tot bijna honderd serieuze reacties van hulpzoekenden.
Deze maand is de vernieuwde Nationale LetselTelefoon van start gegaan. Aan dit instituut ligt een Brabants experiment van een letselschaderegelaar en een advocaat van twee jaar geleden ten grondslag. Eind 1997 ging de betrokken letselschaderegelaar, mr. Hans Noordsij, een proefjaar in met acht collegabureaus. Eerder dan voorzien, is de grote stap voorwaarts gezet, want de trom wordt nu stevig geroerd, zoals via een advertentie in de huis-aan-huis verspreide Nationale Verkeerskrant.
Zelfstandig
Het idee voor de Nationale LetselTelefoon (NLT) ontstond enkele jaren geleden bij Hans Noordsij. “Toen ik mij, na vijftien jaar in de letselschaderegeling werkzaam te zijn geweest bij een verzekeringsmaatschappij, in 1995 als zelfstandig belangenbehartiger vestigde, werd de eerste aanzet gegeven, waarbij de NLT werd beschouwd als een acquisitiemiddel. Je moet tenslotte werk hebben”, aldus Noordsij.
Doordat er zich van diverse zijden volop werk aandiende, werden de activiteiten op een laag pitje gezet en leed de NLT lange tijd een sluimerend bestaan.
Velerlei pluimage
Noordsij: “Door mijn ervaringen in de tijd dat ik nog voor de verzekeraar werkte, was mij duidelijk geworden dat de markt van de belangenbehartigers bevolkt wordt door vogels van velerlei pluimage. Het ontbreken van iedere vorm van structuur in deze voor slachtoffers toch zo belangrijke markt, maakte het mogelijk dat iedereen die aan de letselschade wilde verdienen zich kon vestigen. Hierdoor ontstond er een wildgroei. Deze werd in de hand gewerkt door ons wettelijk stelsel waardoor de kosten die de belangenbehartiger maakt, in verreweg de meeste gevallen direct aan de aansprakelijkheidsverzekeraar kunnen worden gepresenteerd.” Noordsij vindt dat men in het algemeen te snel aan een advocaat denkt. “Een letselschade heeft juridische aspecten. Dat zeker, maar het is geen juridisch geschil. De regeling van letselschades is veel meer een sociaal-economisch probleem met vooral ook emotionele kanten aan de zijde van het slachtoffer. In zaken waar het juridische aspect een grote rol speelt en er een procedure gevoerd moet gaan worden, is het noodzakelijk om een gespecialiseerde letseladvocaat in te schakelen. Door de uitgebreide rechtspraak die is gevormd over de letselschade zijn er echter nog maar weinig situaties waarin het op een juridisch geschil aan komt. “Het is dan ook allang niet meer zo, dat het vanzelfsprekend is om voor het verhalen van geleden letselschade de advocatuur te benaderen. De terzake kundige letselschaderegelaar kent ook de jurisprudentie en zal hiermee rekening houden bij de aanpak van de zaak.”
No cure, no pay
Noordsij zet zich af tegen belangenbehartigers die het slachtoffer een rekening presenteren die is gebaseerd op een percentage van het voor hem of haar verhaalde bedrag, het zogeheten no cure, no pay-systeem.
“Aan dit systeem kleven grote bezwaren. Met dit systeem wordt aan het slachtoffer een solidariteit opgelegd die voor hem of haar grote financiële consequenties heeft. Het slachtoffer krijgt niet waar het recht op heeft: vergoeding van de volledige schade. Dat doel wordt niet bereikt wanneer men van het bedrag, een percentage van 15 of meer, vermeerderd met btw (die het slachtoffer niet kan verrekenen), aan de belangenbehartiger moet afdragen. Vaak wordt dit systeem verdedigd door te verwijzen naar de zaken waarin inderdaad geen cure wordt bereikt en dus geen kosten in rekening worden gebracht. Maar het aantal gevallen waarin dit een rol speelt, is zeer gering. Misschien wel minder dan 1%. Bovendien is er geen verplichting voor een dergelijke belangenbehartiger om ook minder kansvolle zaken aan te nemen. De praktijk laat dan ook zien dat er een selectie plaatsvindt en dat alleen de zaken met weinig risico worden aangenomen.”
‘Full cure, full pay’
De NLT is fel tegen voornoemde praktijken en introduceert daarom een nieuw begrip: ‘Full cure, full pay’.
“Dat heeft voor het slachtoffer als gevolg dat hij in de praktijk zelden of nooit met kosten geconfronteerd wordt, behoudens in zaken waarin bijvoorbeeld een schuld-deling speelt en de verzekeraar de kosten niet geheel vergoedt. In die zeldzame gevallen, waarbij de NLT zich er overigens voor inzet om toch volledige vergoeding van de kosten te verkrijgen, vindt er overleg plaats met het slachtoffer.” Het Full cure Full pay systeem geeft aan het slachtoffer de garantie dat hij krijgt waar hij recht op heeft. In de afgelopen periode zijn de nodige voorbereidingen getroffen. De Vereniging Nationale Letseltelefoon is opgericht. In de statuten en het huishoudelijk reglement zijn de waarborgen voor het slachtoffer neergelegd. Die waarborgen betreffen de eisen die worden gesteld aan nieuwe schaderegelingsbureaus wanneer deze zich willen aansluiten bij de NLT. Deze eisen liggen op het niveau dat ook door het NIS en het Nivre wordt gehanteerd. Daarnaast worden eisen gesteld aan de bedrijfsvoering van het aangesloten bureau. Er is een klachtenreglement waarop men kan terugvallen wanneer er iets fout gaat. Bij de NLT zijn aangesloten: Berntsen Mulder Claimcare, ILK Kloppenburg, Nostimos, Springer & Katz, Weggemans, Europrotector, Letselbureau (Noordsij), Ottenschot & De Groot, Tijbout.
Uit AM van 2 maart 1989
Gelderblom anno 1998
De kopregel in de nieuwe campagne van de LSA
Het logo van de Nationale LetselTelefoon

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.