nieuws

De studieverzekering in het nieuwe belastingstelsel

Archief

In de rubriek Fiscaal is de afgelopen maanden herhaaldelijk aandacht besteed aan de Wet inkomstenbelasting 2001. Uiteenzettingen over de kapitaalverzekering hebben zich grotendeels beperkt tot de kapitaalverzekering eigen woning. In onderstaand artikel komt de andere fiscaal gefacilieerde kapitaalverzekering aan de orde, de kapitaalverzekering die wordt aangewend voor de studie van kinderen.

door Alfred Lagendijk en Mechteld Hendriks
Een aparte faciliteit voor een kapitaalverzekering ten behoeve van de studie van kinderen is een nieuw fenomeen in fiscale regelgeving. Onder het huidige regime bestaat natuurlijk de vrijstelling voor ‘gewone’ kapitaalverzekeringen. Eén van de doeleinden waarvoor het kapitaal kan worden aangewend, is de studie van kinderen. Maar een aparte fiscale faciliteit bestond tot nu toe niet.
Maatschappelijk
In het Wetsvoorstel inkomstenbelasting 2001 (hierna: IB 2001) valt de kapitaalverzekering voor de studie van kinderen onder de categorie maatschappelijke beleggingen in box 3; de box waarin jaarlijks het vermogen van de belastingplichtige belast wordt met 1,2% vermogensrendementsheffing. Andere maatschappelijke beleggingen zijn bijvoorbeeld groene beleggingen en leningen aan beginnende ondernemers.
De maatschappelijke beleggingen worden tot een gezamenlijk bedrag van f 100.000 niet tot de bezittingen gerekend, waardoor ze tot dit bedrag zijn vrijgesteld van de vermogensrendementsheffing.
Voorwaarden
Om aangemerkt te worden als kapitaalverzekering ten behoeve van de studie van kinderen, dient aan een aantal voorwaarden te zijn voldaan.
1. In de overeenkomst moet opgenomen zijn dat de kapitaalsuitkering zal worden aangewend voor de financiering van de studie van een kind van de belastingplichtige of zijn partner.2. In de overeenkomst is opgenomen dat het verzekerd bedrag niet hoger is dan f 50.002. Het is mogelijk dat de vrijstelling wordt verdubbeld tot f 100.004, indien hierom verzocht wordt door de belastingplichtige en zijn partner. De vrijstelling van de partner wordt in dat geval natuurlijk verminderd tot nihil.3. In de overeenkomst moet bepaald zijn dat minimaal vijftien jaar jaarlijks premies zullen worden voldaan, waarbij de hoogste premie niet meer bedraagt dan tienmaal de laagste premie.4. De verzekering is door de belastingplichtige of zijn partner aangegaan op het moment dat een kind van hem of zijn partner nog niet de 13-jarige leeftijd heeft bereikt.5. In de overeenkomst is bepaald dat de verzekering recht geeft op een eenmalige kapitaalsuitkering bij leven of overlijden van de verzekeringnemer, zijn partner of een kind van één van beiden, uiterlijk op de 27-jarige leeftijd van het kind waarvoor de verzekering wordt afgesloten.6. De premies moeten verschuldigd zijn aan een professionele verzekeraar; derhalve niet aan de eigen BV!.De nieuwe faciliteit voor de studie van kinderen maakt het mogelijk om onbelast te sparen voor de financiering van de opleiding of studie van kinderen. In de wettekst is de mogelijkheid opgenomen om bij algemene maatregel van bestuur alle hiervoor genoemde voorwaarden (om voor de vrijstelling in aanmerking te komen), nader uit te werken. Dit is tot op heden nog niet gebeurd.
Sanctie
Als niet (meer) wordt voldaan aan één van de eerste drie hiervóór genoemde voorwaarden, bijvoorbeeld doordat de uitkering niet wordt aangewend ter financiering van de studie van het kind, dan heeft dit tot gevolg dat het recht op de kapitaalsuitkering niet meer behoort tot de maatschappelijke beleggingen. Dat leidt ertoe dat het recht op de kapitaalsuitkering niet meer is vrijgesteld van de vermogensrendementsheffing.
Uit het Wetsvoorstel IB 2001 blijkt niet dat dit met terugwerkende kracht dient te geschieden. Van een sanctie is echter geen sprake aangezien het vermogen anders toch al in de vermogensrendementsheffing zou zijn betrokken.
In de parlementaire geschiedenis heeft de Staatssecretaris van Financiën opgemerkt dat het de eigen verantwoordelijkheid van de belastingplichtige is om de uitkering van de studieverzekering ook daadwerkelijk te benutten voor de studie en ontwikkeling van zijn kinderen. Met andere woorden: er wordt niet gecontroleerd of wel voldaan wordt aan de vereisten om in aanmerking te komen voor de vrijstelling!
De redenen die hiervoor worden aangegeven zijn dat het gaat om relatief beperkte kapitalen waarvoor gespaard wordt, dat bij aanvang van de verzekering al strenge eisen worden gesteld en dat controle tot veel uitvoeringstechnische lasten zal leiden.
Omzetting
Wij vragen ons af in hoeverre het mogelijk is om op 1 januari 2001 reeds bestaande kapitaalverzekeringen, aan te passen aan de eisen die gelden om aangemerkt te worden als kapitaalverzekering ten behoeve van de studie van kinderen. In de parlementaire behandeling is opgemerkt dat reeds bestaande kapitaalverzekeringen die zijn afgesloten met het oog op de bekostiging van de studie van de kinderen, onder het overgangsrecht van de kapitaalverzekeringen vallen (en derhalve niet onder de maatschappelijke beleggingen). Het is dus niet zo dat dergelijke, veelal kleine, lopende kapitaalverzekeringen automatisch komen te vallen onder de aparte vrijstelling in de categorie maatschappelijke beleggingen, en derhalve vrijgesteld zijn van de vermogensrendementsheffing.
Als reden hiervoor wordt aangedragen dat aan de zogenaamde studiepolissen specifieke eisen worden gesteld om te bereiken dat de uitkering uit een dergelijke studiepolis te zijner tijd ook daadwerkelijk wordt aangewend om de studie van het kind te bekostigen. Indien het echter de bedoeling is dat een reeds bestaande polis wordt aangewend om de studie van het kind te betalen en de belastingplichtige de bestaande polis voor 1 januari 2001 aanpast conform de eisen die gelden voor de studieverzekering, zou het naar onze mening mogelijk moeten zijn om te vallen onder de categorie maatschappelijke beleggingen. Doel en strekking van de wet worden in deze situatie immers gevolgd!
Huidige stand
Het Wetsvoorstel IB 2001 is inmiddels goedgekeurd door de Eerste Kamer. Tijdens de behandeling in de Eerste Kamer is de nodige kritiek geleverd op de studieverzekering. Een belangrijk punt van kritiek is dat de vrijstelling van f 50.002 onafhankelijk is gesteld van het aantal kinderen. Daarnaast is het zo dat, indien sprake is van een partner, de vrijstelling van de partner nog kan worden overgedragen, terwijl het voor een éénoudergezin toch aanzienlijk duurder is om de kinderen te laten studeren dan in de situatie dat je er met zijn tweeën voor staat.
Tot slot is aangegeven dat nog bekeken zal worden of de regeling nog beter uitvoerbaar kan worden gemaakt. De algemene maatregel van bestuur, die nog moet worden afgekondigd, zal hier meer duidelijkheid over moeten verschaffen.
bij de fiscale en juridische sectie Pensioenen & Verzekeringen van PricewaterhouseCoopers in Amstelveen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.