nieuws

De stage: steeds meer een wervingsmiddel

Archief

Verzekeraars en intermediair gebruiken de stages steeds meer als een wervings- en selectiemiddel. De tijd van een tekort aan stageplaatsen is dan ook voorbij. Toch vinden sommige scholen dat de bedrijfstak de zaken beter en gestructeerder zou kunnen aanpakken.

“Een groot deel van de mbo- en hbo-studenten met assurantiën in het pakket gaat na de studie werken bij de verzekeraar of de tussenpersoon waar ze stage hebben gelopen”, zegt Aldert Jonkman, hoofd opleiding van de Hogeschool voor Economische Studies (HES) in Rotterdam. Van zijn studenten belandt veertig procent in een vaste baan op het vroegere stage-adres. Leo de Wolff, woordvoerder van Amev beaamt: “Stageplaatsen bieden de verzekeraar een goede mogelijkheid om potentials in huis te halen.” “Dat klopt”, zegt Han-Paul van Westing, woordvoerder van Nationale-Nederlanden. “De stage wordt steeds meer een instrument voor werving en selectie.” Jonkman en Van Westing signaleren bovendien de trend dat studenten, als hun stage is afgelopen, naast hun studie nog een paar dagen per week op het stageadres blijven werken.
Een paar jaar geleden was er nog een schreeuwend tekort aan stageplaatsen. Maar sinds verzekeraars en intermediair de stage als hèt selectiemiddel hebben (her)ontdekt, zijn er meer stageplaatsen voorhanden. “Het aanbod is voldoende”, zegt Hella Kuipers, stafmedewerkster van de NVA. Jonkman spreekt zelfs van een “overvloed”. “We moeten bedrijven vaak teleurstellen.”
Meer actief
Uit het feit dat veel studenten een vaste baan krijgen op hun stage-adres kan worden afgeleid dat de kennismaking tussen student en verzekeringsbedrijf goed uitpakt. “Toch kunnen de verzekeraars hun stages beter regelen”, vindt Jonkman. “De banken pakken het professioneler aan. Daardoor gaan meer afgestudeerden naar banken dan naar verzekeraars.”
Drs. Peter Versluys van de Amsterdamse Academie ziet dit in eigen huis bevestigd: 55% van zijn studenten stapt in de bankwereld en nog geen 20% in de verzekeringswereld. Het Verbond van Verzekeraars neemt geen initiatieven om de voorsprong van banken in te halen. “Dat is een zaak van individuele verzekeraars”, aldus Verbondsvoorlichter Maarten Uri. Bij de intermediairorganisaties leven wel plannen (zie kaderbericht). Dik van Velzen van Nibe-SVV neemt echter in het mbo het omgekeerde waar: van de mbo-leerlingen gaat, volgens hem, een groter deel naar de verzekeringsbranche dan naar de banken.
Op internet
Bij de mbo-opleiding is de praktijk belangrijk. Beroepspraktijkvorming (bpv), het nieuwe woord in mbo-land voor stage, is een verplicht onderdeel dat minimaal 20% moet bedragen van de 3- of 4-jarige opleiding. Een bedrijf dat in aanmerking wil komen voor een bpv-er, moet volgens het Landelijk Orgaan Beroepsonderwijs Ecabo voldoen aan criteria. Het bedrijf moet de stagiair een goede diversiteit aan taken kunnen bieden en tijd willen uittrekken voor de bpv-er. Bedrijven die zich willen opgeven voor een mbo-stagiair kunnen dit via de website van Ecabo (www.ecabo.nl) doen.
Eigen weg
Gaat het in het mbo uitsluitend om meewerkende stages, al dan niet met opdracht, in het hbo staan onderzoekstages of een combinatie van beide voorop. Niet alleen de aard, maar ook de duur van de stage verschilt per hbo-school. Op de Ichtus Hogeschool waar leerlingen vorig studiejaar voor het eerst assurantiën hebben kunnen studeren, wordt na het propadeusejaar een meewerkende- en onderzoekstage gehouden van vier dagen per week gedurende zes maanden.
Acht hbo-scholen hebben een jaar of tien geleden afgesproken dat zij zich ieder door een verzekeraar en een bank in de regio zouden laten ondersteunen. Die ondersteuning zou bestaan uit het geven van lezingen en het ter beschikking stellen van stageplaatsen. Die afspraken zijn inmiddels verwaterd. De meeste scholen hebben nu contact met andere verzekeraars. “Elke school gaat z’n eigen weg”, zegt Jonkman van de HES.
Ook de Haagse Hogeschool zoekt z’n eigen weg”, zegt docent Bob Verlaan. “De stageplaatsen worden meestal verkregen via netwerken. In tegenstelling tot vroeger wordt er regelmatig stage gelopen bij het intermediair. Vroeger wilde iedereen naar verzekeraars, maar nu zien ze voordelen in kleinschaligheid.”
Verlaans studenten voeren in de tweede helft van het derde studiejaar of eventueel later meewerkende en onderzoekstages uit, en combinaties hiervan. Met de vergoedingen (“minimaal f 600 netto per maand, denk ik”) bemoeit de school zich niet. “Dat is een kwestie tussen de student en het bedrijf”, aldus Verlaan.
Onderzoekstage
Bij de Amsterdamse Academie lopen hbo-studenten gedurende hun vierjarige opleiding vijf maanden stage (bij voorkeur in het derde, maar soms in het vierde jaar). “Er mogen twee kleinere stages van elk drie maanden worden gelopen, één in het bank- en één in het verzekeringsbedrijf”, zegt stagecoördinator drs. Peter Versluys. De studenten op WO-niveau hebben vijf stagemaanden, waarvan twee maanden voor een scriptie. “Op beide niveaus gaat het om onderzoekstages. Wij vinden dat de studenten daar meer aan hebben dan aan meewerkstages.” De Academie regelt zelf de stageplaatsen. “Twee keer per jaar schrijven we zo’n honderd multibrancheverzekeraars, banken en consultancybureaus aan. Zij geven aan welke stageplaatsen zij hebben en de studenten kunnen hierop solliciteren.” De vergoedingen gaan buiten de hogeschool om. Volgens Versluys liggen de nettobedragen tussen de f 500 en f 1.200 per maand. “Dat verschilt per bedrijf. Wèl maakt een bedrijf vaak onderscheid in de beloning tussen ho-ers en wo-ers.”
Universiteit
Studenten verzekeringseconomie en verzekeringsrecht aan de Erasmus Universiteit zijn niet verplicht tot stages. Drs Hans Bouman, docent verzekeringseconomie: “Er is een Centraal Stagebureau, maar dat is er voor alle studies. Uitsplitsingen heeft dit bureau niet. Het stagebureau zet de vacatures op lijsten en prikborden en wie lust heeft solliciteert.”
Bouman heeft de indruk dat de meeste studenten een stage lopen. “Sommigen zoeken zelf een stageplaats. Het onderzoek dat de stagiairs verrichten kan dan als basis dienen voor hun afstudeerscriptie.” …………………………………………..
Meewerken en onderzoeken
De stages kunnen op drie manieren worden geregeld: de stagiair wordt tijdelijk werknemer, de stagiair krijgt uitsluitend een onkostenvergoeding, of de stagiair voert via de school een onderzoekopdracht uit.
1. De meewerkende stagiair kan tijdelijk in dienst treden van de verzekeraar of tussenpersoon. De werkgever betaalt dus loon uit. De hoogte is afhankelijk van de aard van het werk en van de leeftijd van de stagiair. De werkgever draagt sociale lasten af, maar wordt (volgens de Wet vermindering afdracht loonbelasting) fiscaal tegemoet gekomen. Het voordeel kan oplopen tot f 6.000 per stagiair. Dergelijke meewerkende stages komen meer voor bij mbo-leerlingen dan bij hbo-studenten. De meewerkende stage kan worden gecombineerd met een opdracht.
2. Als de stagiair geen arbeidsovereenkomst heeft, krijgt hij van de werkgever uitsluitend een onkostenvergoeding. Soms geeft hij daar een vergoeding bovenop. De werkgever verzekert de stagiair voor aansprakelijkheid, maar soms doet de school dit. Het kan hierbij gaan om een meewerkende stage, al dan niet met opdracht, of een onderzoekstage.
3. Een bedrijf kan een onderzoeksopdracht aan een hogeschool geven en de school daarvoor betalen. Het onderzoek kan op school worden uitgevoerd, maar ook kunnen stagiairs hiervoor bij het bedrijf worden gestationeerd. In het laatste geval is de hoogte van de vergoeding geheel afhankelijk van de het bedrijf. Informatie voor bedrijven over meewerkende stagiairs: informatielijn leerlingwezen, tel. 323.46..84. Informatie over de fiscale mogelijkheden: belastingtelefoon voor ondernemers, tel. 0800-0443. ……………………………………………………..

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.