nieuws

De spelregels van een VOF

Archief

De spelregels van een VOF

door mr E. Staas
Samenwerking tussen ondernemers komt nog al eens voor in de vorm van een vennootschap onder firma (hierna: VOF). Maar ook bij bedrijfsopvolging kan de VOF een nuttig instrument zijn. Denk maar eens aan de assurantietussenpersoon waarbij zoonlief in de zaak gaat meewerken. Hoewel het aangaan van een VOF niet aan vormvereisten is gebonden, is het zinvol dat partijen een overeenkomst op (laten) stellen waarin de spelregels van de samenwerking worden vastgelegd. In dit artikel wil ik ingaan op enkele belangrijke aspecten die een rol spelen bij het opstellen van een VOF-contract.
Een goed VOF-contract moet fiscaal solide zijn, voor de dagelijkse gang van zaken binnen de onderneming goed werkbaar zijn, en een handvat bieden bij geschillen tussen de vennoten en bij beëindiging van de VOF. Veelal wordt het VOF-contract opgesteld door de accountant, belastingadviseur of notaris. Zij zullen ervoor (moeten) zorgen dat de noodzakelijke “standaard” bepalingen in het contract worden opgenomen. Het is echter van belang dat partijen zelf ook goed nadenken over hun specifieke wensen opdat ook die wensen op een juiste wijze in het contract kunnen worden verwoord. Een aantal van deze meer individuele spelregels zullen in het navolgende de revue passeren.
Eisen goed VOF-contract:
fiscaal solidegoed werkbaar in dagelijkse gang van zakenhandvat bij geschillenDe inbreng
Inbreng is in civielrechtelijke zin een essentieel element van een VOF. Alle vennoten moeten iets inbrengen, maar deze inbreng behoeft niet gelijkwaardig te zijn. De aard van de inbreng kan zeer uiteenlopen. Zo kan de ene vennoot een volledige onderneming inbrengen terwijl de andere vennoot volstaat met de inbreng van zijn arbeid.
De vraag wie wat tegen welke waarde inbrengt vormt (ook) in fiscale zin de kern van het VOF-contract. Hoofdregel is dat wie inbrengt, overdraagt. Een voorbeeld kan dit misschien verduidelijken. Stel: een assurantietussenpersoon heeft een portefeuille van f 500.000 (boekwaarde f 200.000). Samen met zijn zoon start hij een VOF waarbij vader zijn portefeuille inbrengt en zoon zijn arbeid. Ze besluiten de winst op basis 50:50 te verdelen. De fiscus zal zich dan -bij het tot stand komen van de VOF – op het standpunt stellen dat vader een boekwinst heeft gerealiseerd van 50% van (f 500.000 – f 200.000) = f 150.000. Vader is hierover inkomstenbelasting verschuldigd. Bovendien is vader verplicht zijn 50%’s aandeel in de portefeuille te herwaarderen hetgeen wederom betekent dat hij f 150.000 tot zijn belastbaar inkomen moet rekenen. Het zal duidelijk zijn dat dit een wel zeer ongewenst gevolg is. Er zijn een aantal manieren om deze overdrachts- en herwaarderingswinst te voorkomen. Een veel gebruikte methode is het zogenaamde voorbehoud stille reserves. De vader en zoon uit ons voorbeeld spreken dan af dat vader de stille reserve op de portefeuille (f 300.000) niet zal inbrengen in de VOF. Als de VOF die stille reserve dus op een later tijdstip realiseert dan valt de boekwinst in ieder geval voor een bedrag tot f 300.000 volledig aan pa toe. Alleen het meerdere wordt dan 50:50 verdeeld.
Een goede beschrijving van de ingebrachte, en niet ingebrachte zaken is vereist evenals een zorgvuldige redactie van het VOF-contract!
De winstverdeling
Vereist is dat aan elk van de vennoten een aandeel in de winst toekomt. Een VOF-contract waarbij een van de vennoten niet meedeelt in de winst is nietig. Verder zijn de firmanten vrij in de keuze van hun winstverdeling. In het VOF-contract kunnen de vennoten de mogelijkheid opnemen om ten laste van het exploitatieresultaat van de onderneming een rentevergoeding en/of een arbeidsvergoeding uit te keren. Een rentevergoeding kan aan de orde komen wanneer het kapitaal wat beide vennoten in de firma aanhouden verschilt.
Indien iemand f 200.000 kapitaal in de firma heeft gestoken, ontvangt de firma rente op die gelden. Zonder een nadere regeling zou deze rente als onderdeel van de winst verdeeld worden over alle vennoten. In dit soort situaties kan worden bedongen dat de firma over een positief kapitaal rente vergoedt terwijl de vennoot met een negatief kapitaal rente is verschuldigd.
Met het bedingen van een arbeidsvergoeding kan recht worden gedaan aan het verschil in arbeidsprestaties tussen vennoten. Ook hier zou immers ook de vennoot die niets uitvoert middels de winstverdeling kunnen mee profiteren van de arbeidsinspanning van de andere vennoot.
De winstberekening van de VOF zou er dan zo uit kunnen zien:
Provisie omzet 150.000
Kosten 50.000
——–
Exploitatiesaldo 100.000
Af:
Rentevergoeding firmant A 15.000
Arbeidsbeloning firmant A 15.000
Arbeidsbeloning firmant B 40.000
———
Winst 30.0000
Deze winst kan dan bijvoorbeeld volgens de afgesproken winstverdeling (stel:50/50) worden verdeeld. De afspraken over rentevergoeding of arbeidsbeloning zijn voor de fiscus nauwelijks van belang. Voor de fiscus is alles waartoe een vennoot uit de VOF gerechtigd is winst. Met andere woorden vennoot A zal f 45.000 als winst uit onderneming moeten aangeven, vennoot B zal f 55.000 als winst uit onderneming in aanmerking moeten nemen.
Indien op enig moment de vennoten besluiten de winstverdeling te wijzigen kan opnieuw overdrachts- en herwaarderingswinst aan de orde komen. Een zorgvuldige fiscale begeleiding is vereist! Een wijziging in de rentevergoeding of arbeidsbeloning heeft in die zin geen fiscale complicaties.
Privé opnamen
Het is aan te bevelen dat de vennoten vooraf met elkaar afspreken hoeveel geld zij voor privé doeleinden uit de VOF mogen opnemen. Hierbij gaat het in de eerste plaats om de periodieke opnamen voor kosten van levensonderhoud. Maar daarnaast kan een vennoot geld willen opnemen voor het betalen van een belastingaanslag of bijvoorbeeld de aankoop van een huis of boot. De vraag is dan, kan de VOF dat geld missen of willen de andere vennoten wellicht dit geld liever investeren in de onderneming. Om dit te voorkomen zouden de vennoten kunnen afspreken dat bij privé opname van grotere bedragen voorafgaande toestemming van de andere vennoten vereist is.
Handelingsbevoegdheid
Ik benadrukte al eerder dat een VOF-contract natuurlijk ook werkbaar moet zijn in de dagelijkse praktijk. In het VOF-contract staat veelal een bepaling waarin is opgenomen in hoeverre de vennoten zelfstandig voor rekening en risico van de VOF mogen handelen. Zo wordt de aan- en verkoop van registergoederen veelal voorbehouden aan de vennoten gezamenlijk evenals bijvoorbeeld de bevoegdheid om arbeidsovereenkomsten aan te gaan of de activa van de VOF te verpanden. In sommige contracten wordt opgenomen dat bij iedere transactie boven een bepaald bedrag toestemming van de overige vennoten vereist is.
De fiscale faciliteiten
Voor een VOF gelden geen aparte fiscale faciliteiten. De vennoten dienen ieder afzonderlijk als ondernemer te worden aangemerkt en kunnen alsdan profiteren van de aftrekposten die voor ondernemers gelden. Denk bijvoorbeeld aan zelfstandigenaftrek en de toepassing van de fiscale oudedagsreserve. Voornoemde toetsing is zeker bij het aangaan van zogenaamde man-vrouw firma’s nogal eens onderwerp van een geschil met de fiscus. Naast het feit dat de VOF een onderneming moet drijven is van belang dat iedere vennoot (debiteuren)risico loopt en als ondernemer verantwoordelijkheid draagt. Het verlenen van enige bijstand (tussen echtgenoten niet ongebruikelijk) kwalificeert over het algemeen niet als ondernemen. Weet dat de fiscus kijkt naar de feiten en dat een VOF-contract geen garantie vormt voor het zijn van ondernemer in de zin van de Wet op de Inkomstenbelasting.
Natuurlijk kunnen ook rechtspersonen als vennoot optreden. Hun aandeel in de winst zal rechtstreeks tot uitdrukking komen in hun eigen winst- en verliesrekening.
Concurrentiebeding
Een ondernemer die als vennoot stopt en nieuwe activiteiten start, kan in de praktijk geconfronteerd worden met een anti concurrentiebeding uit zijn VOF-contract. Een dergelijk beding kan echter ook in andere situaties zijn nut bewijzen. Wat denkt u van de situatie waarin een van de vennoten zijn aandacht bij de VOF wat verliest en naast de VOF soortgelijke activiteiten voor eigen rekening gaat uitoefenen. Het is raadzaam om hierover iets op te nemen.
Opvolging en continuïteit
Economisch gezien is de continuïteit van de VOF natuurlijk in belangrijke mate afhankelijk van de (persoonlijke) verhouding tussen de vennoten. Daar waar meerdere mensen de onderneming drijven liggen natuurlijk conflicten op de loer. Bezint eer u begint!
Indien rechtspersonen deel uitmaken van de VOF is het raadzaam op te nemen dat, bijvoorbeeld bij een wisseling van aandeelhouders van die rechtspersoon, de overige vennoten in de VOF de VOF kunnen opzeggen.
In juridische zin kan de continuïteit van de VOF voorts gewaarborgd worden door het opnemen van een zogenaamd verblijvingsbeding, een voortzettingsbeding of een optiebeding. Bij onverhoopt overlijden van een van de vennoten kan bovendien een zogenaamd overnemingsbeding goede diensten bewijzen. Waar het kort gezegd om gaat is dat de overblijvende vennoten de mogelijkheid krijgen om de onderneming voort te zetten zonder daarbij bijvoorbeeld gehinderd te worden door erfgenamen.
Er is echter nog een ander belangrijk aspect wat vaak wordt vergeten. Stel dat er twee vennoten zijn en vennoot A komt te overlijden. Op grond van het VOF-contract heeft vennoot B de mogelijkheid om het aandeel in de VOF van A over te nemen. B moet daar natuurlijk wel de werkelijke waarde voor betalen. Maar wat nu als B niet kan beschikken over voldoende liquide middelen. De continuïteit van de onderneming komt dan in gevaar. Het is op deze plaats wellicht een overbodige opmerking om in deze situaties A te adviseren een levensverzekering af te sluiten op het leven van B en firmant B te adviseren dat zelfde te doen op het leven van A. Met het geld uit de polis kan dan het aandeel van de overleden vennoot worden gekocht. Indien de overnemende vennoot tevens erfgenaam is kan het geld uit de polis worden benut voor het voldoen van de aanslag successierecht.
Dienen firmanten verplicht een arbeidsongeschiktheids- en beroepsaansprakelijk-heidsverzekering te sluiten? Wat gebeurt er als een van de vennoten uit zijn beroep wordt ontzet door bijvoorbeeld een tuchtrechter? Ook dit zijn vragen die in voorkomende gevallen vooraf door vennoten moeten worden beantwoord omwille van de continuïteit.
Aansprakelijkheid
Dan nog even iets over de aansprakelijkheid. Dat iedere vennoot hoofdelijk aansprakelijk is voor het geheel van de vennootschapsschulden mag bekend worden verondersteld. Dit hoeft ook niet in het contract te worden opgenomen want dit volgt rechtstreeks uit de wet. Vaststaat bovendien dat uitgetreden vennoten aansprakelijk blijven voor ondernemingsschulden tevoren ontstaan. De situatie voor een toetredende vennoot is minder duidelijk. In de literatuur wordt wel verdedigd dat een nieuwe vennoot onmiddellijk na toetreden volledig hoofdelijk aansprakelijk wordt, ook voor verbintenissen die al voordien waren aangegaan. Pas dus op als u in een firma stapt.
Geen standaardcontract
Bovenstaande vormt (vanzelfsprekend) geen uitputtende opsomming van de relevante aspecten. Er is geen standaardcontract voor een VOF. Iedere situatie vereist zijn eigen spelregels die met grote zorgvuldigheid en deskundigheid moeten worden vastgelegd.
Mr E. Staas is Senior-Belastingadviseur bij Moret Ernst & Young Belastingadviseurs, tel. 070-328.64.94 (‘s-Gravenhage) of 079-352.12.12 (Zoetermeer).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.