nieuws

De regels voor de kapitaal- verzekering eigen woning

Archief

Door Alfred Lagendijk en Mechteld Hendriks

De Wet Inkomstenbelasting 2001 zal – in ongewijzigde vorm – ingrijpende veranderingen op het gebied van de kapitaalverzekering teweegbrengen. In AM 5 (pag. 44) zijn de gevolgen besproken voor bestaande kapitaalverzekeringen, die niet gekoppeld worden aan de eigen woning. In deze aflevering van de rubriek Fiscaal is de kapitaalverzekering eigen woning aan de beurt.
Het begrip ‘kapitaalverzekering eigen woning’ is een geheel nieuw begrip in de inkomstenbelasting. Deze kapitaalverzekering valt in box 1. Om te kwalificeren als kapitaalverzekering eigen woning moet aan diverse voorwaarden zijn voldaan.
Zp moet in de overeenkomst zijn bepaald dat de uitkering wordt aangewend ter aflossing van de hypothecaire geldlening. De lening moet betrekking hebben op een eigen woning die als hoofdverblijf dient. Verder moet zijn vastgelegd dat ten minste vijftien jaar – of tot eerder overlijden van de verzekerde – jaarlijks premies worden voldaan binnen de verhouding 1:10. Ontvanger van de premies moet een professionele verzekeraar zijn. Ten slotte moet de verzekering recht geven op een eenmalige kapitaalsuitkering bij leven of overlijden van de verzekeringnemer, zijn echtgenoot of degene met wie hij duurzaam een gezamenlijke huishouding voert.
Vrijstelling
Een uitkering uit een kapitaalverzekering eigen woning valt in principe onder de ‘vrijstelling kapitaalverzekering eigen woning’. Als twintig jaar of langer jaarlijks premie is betaald, bedraagt deze vrijstelling f 267.751. Is slechts vijftien tot twintig jaar lang jaarlijks premie betaald, dan kan een beroep worden gedaan op een vrijstelling van f 60.822. Deze vrijstellingen worden jaarlijks geïndexeerd.
De vrijstelling geldt per belastingplichtige. Daarnaast kan de vrijstelling nooit meer bedragen dan de hypotheekschuld. De ‘nieuwe’ vrijstelling lijkt in wezen veel op de ‘huidige’ vrijstelling; er worden alleen meer eisen gesteld aan polissen, teksten en administratie.
Verhuisregeling
Met betrekking tot de kapitaalverzekering eigen woning zijn er twee regelingen die extra aandacht behoeven: de verhuisregeling en de beperking van de hypotheekrenteaftrek.
Voor de verhuisregeling moet onderscheid worden gemaakt tussen de situatie dat bij verkoop van de oude koopwoning direct een andere koopwoning wordt betrokken en de situatie waarbij dat niet het geval is. Indien direct een nieuwe koopwoning wordt betrokken, wordt dit gezien als voortzetting van de polis. Dit moet worden aangetekend op de polis maar heeft geen fiscale consequenties.
Dit is anders als in afwachting van een nieuwe woning tijdelijk een huurwoning wordt betrokken. Bij het verlaten van de oude woning wordt verondersteld dat de kapitaalverzekering eigen woning tot uitkering is gekomen (fictieve uitkering), en dat gebruik wordt gemaakt van de vrijstelling (ook al is nog geen vijftien of twintig jaar premie betaald). De polis gaat naar box 3, de box van de vermogensrendementsheffing.
Vervolgens wordt een nieuwe koopwoning betrokken en de verzekering daaraan gekoppeld. De vrijstelling wordt dan verhoogd met de waarde in het economisch verkeer van de polis op dat moment en de polis verhuist weer naar box 1. Het rentebestanddeel, oftewel de waarde in het economisch verkeer van de verzekering minus de betaalde premies, wordt aangemerkt als extra premie. Deze premie wordt niet meegenomen voor de bepaling van de bandbreedte.
Voorbeeld
Om dit te verduidelijken is de volgende situatie uitgewerkt.
X heeft een eigen woning A en heeft hier een kapitaalverzekering eigen woning aan gekoppeld. Vervolgens wordt woning A verkocht en betrekt X huurwoning B. De waarde in het economisch verkeer van de polis bedraagt f 80.000 en er is reeds f 60.000 aan premies betaald. Na twee jaar betrekt X een nieuwe koopwoning C. De waarde in het economisch verkeer van de polis bedraagt inmiddels f 100.000 en er is totaal f 70.000 aan premies betaald.
De uitwerking is als volgt: Op het moment van verkoop wordt een fictieve uitkering in aanmerking genomen van f 80.000. De vrijstelling voor de kapitaalverzekering eigen woning is hierop van toepassing. Het restant van de vrijstelling bedraagt derhalve f 267.751 minus f 80.000 geeft f 187.751. Gedurende de periode dat X in huurwoning B woont, valt de polis in box 3 en wordt deze vervolgens jaarlijks belast met 1,2% vermogensrendementsheffing.
Op het moment dat X woning C betrekt, wordt de som van de betaalde premies verhoogd met f 30.000 (waarde economisch verkeer minus betaalde premies). De vrijstelling wordt tot slot verhoogd met f 100.000 zodat deze f 287.751 bedraagt.
Beperking renteaftrek
De aftrek van hypotheekrente wordt onder het nieuwe wettelijke regime beperkt. Ten eerste door het feit dat deze voor een periode van maximaal dertig jaar in aftrek kan worden gebracht. De tweede beperking betreft het feit dat het bedrag dat in aftrek kan worden gebracht, moet worden verminderd met het bedrag van een reeds gebruikte vrijstelling eigen woning. Indien voor de kapitaalverzekering eigen woning bijvoorbeeld reeds gebruik is gemaakt van een vrijstelling van f 200.000, en voor de nieuwe woning een schuld wordt aangegaan van f 600.000, dan is de rente slechts aftrekbaar voor f 400.000.
Overgangsrecht
Voor op 1 januari 2001 bestaande kapitaalverzekeringen is een overgangsregeling in het leven geroepen. Indien dergelijke verzekeringen voldoen aan de vereiste voorwaarden, kunnen deze gekoppeld worden aan de eigen woning. Dit dient uiterlijk bij de aangifte inkomstenbelasting over 2001 verzocht te worden, en de toestemming van de echtgenoot is vereist.
Voor kapitaalverzekeringen afgesloten vóór 1 januari 1992 geldt nog een aantal bijzonderheden. Allereerst wordt de vrijstelling voor de kapitaalverzekering eigen woning verhoogd met de waarde in het economisch verkeer van de verzekering per 1 januari 2001. De vrijstelling blijft echter gemaximeerd op de hypotheekschuld.
Ten tweede geldt voor kapitaalverzekeringen met een looptijd van twaalf jaar, dat de looptijd verlengd moet worden tot vijftien of twintig jaar, afhankelijk van de gewenste vrijstelling. Voor kapitaalverzekeringen met een duur van twintig of dertig jaar en waarvan de premiebetaling buiten de bandbreedte van 1:10 is getreden, geldt dat deze toch aangemerkt kunnen worden als kapitaalverzekering eigen woning. De eis dat premiebetaling moet plaatsvinden binnen 1:10, vervalt voor deze verzekeringen. Voorwaarde is echter dat de uitkering onder het huidige regime eveneens zou zijn vrijgesteld.
Voor de belastingplichtigen is het, gezien het voorgaande, belangrijk te beslissen of bestaande kapitaalverzekeringen al dan niet dienen te worden omgezet in een kapitaalverzekering eigen woning. Deze beslissing hangt af van een aantal variabelen. Het voert te ver daar op deze plaats op in te gaan.
Beperking vrijstelling
De vrijstelling voor reeds bestaande kapitaalverzekeringen die gekoppeld worden aan de eigen woning kan in bepaalde situaties beperkt worden. Indien na 1 januari 1992 een kapitaalsuitkering heeft plaatsgevonden waarvoor gebruik is gemaakt van de vrijstelling van artikel 26a Wet IB 1964, wordt de vrijstelling voor de kapitaalverzekering eigen woning verminderd met dit bedrag.
Dat deze regel eveneens de andere kant op werkt, is reeds in ons vorige artikel toegelicht. De gedachte achter deze beperking is dat iedereen slechts eenmaal in zijn leven in aanmerking komt voor de maximale kapitaalvrijstelling.
de fiscale en juridische sectie Pensioenen & Verzekeringen van PricewaterhouseCoopers in Amstelveen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.