nieuws

De normale voorzichtigheid van Ombudsman Schade

Archief

Een punt van discussie in reispolissen is vaak het begrip ‘normale voorzichtigheid’. En meestal vinden die discussies pas na een claim plaats. Ombudsman Schade J. van Londen wijst in zijn jaarverslag over 1995 op een veel voorkomende controverse tussen cliënt en verzekeraar.

In een reisverzekering wordt meestal van de verzekerde persoon verlangd een ‘normale voorzichtigheid’ in acht te nemen. De cliënt die ervan uitgaat dat zijn gestolen, verdwenen of beschadigde eigendommen vergoed zullen worden komt soms bedrogen uit. “Te pas en te onpas wordt verzekerden verweten geen fysiek of visueel contact te hebben gehad/gehouden met het gestolen of verloren gegane object en verschuilen verzekeraars zich achter uitspraken van de Raad van Toezicht,” aldus Van Londen.
Diefstal uit de kofferbak
Al in zijn eerste jaarverslag in 1991 wees de ombudsman op de rekbaarheid van het begrip ‘normale voorzichtigheid’. Van Londen ging dat jaar dieper in op diefstal uit auto’s. Slechts enkele maatschappijen hadden voor deze schadesoort details in hun polis opgenomen. Criteria waren onder andere het soort auto (bijv. met vijfde deur of afzonderlijke kofferbak), het soort goederen (kostbaarheden, papieren e.d.), de plaats waar de zaken waren opgeborgen (zichtbaar of niet), en het tijdstip (was de auto lang onbeheerd gelaten; was er sprake van dekking tussen 22.00 en 7.00 uur).
In 1993 bleken de polissen op het gebied van diefstal uit auto’s door de maatschappijen beter omschreven. Toch bleek dat de verzekeraar in een aantal gevallen niet wilde uitkeren omdat de cliënt betere maatregelen had kunnen treffen om diefstal te voorkomen. Meestal kwam het erop neer dat de gedupeerde zijn eigendommen mee had moeten nemen in plaats van deze in de kofferbak achter te laten.
Deze klacht geldt nog steeds. De maatschappijen hebben bovendien geen oog voor momenten van onbedachtzaamheid of onoplettendheid. De verzekerde denkt voor dit menselijk falen verzekerd te zijn, maar komt vaak bedrogen uit. Van Londen citeert een verzekerde: “Onder welke omstandigheden is verlies/diefstal dan wel gedekt? Indien ik voortdurend goed oplet, gebeurt mij niets natuurlijk. Maar ik verzekerde mij juist omdat ik een feilbaar mens ben.”
Deze persoon had zijn jas op Schiphol naast zich neergelegd en vergat het kledingstuk vervolgens in zijn vliegtuig mee te nemen. Bij de afdeling gevonden voorwerpen bleek zijn jas niet te zijn afgegeven. De verzekerde verzocht zijn maatschappij te verduidelijken waarom zijn claim was afgewezen. De verzekeraar kwam vervolgens niet met argumenten, maar vroeg de cliënt “nader toe te lichten op welke wijze hij wèl de inderdaad in de polisvoorwaarden vereiste normale voorzichtigheid heeft betracht.” Volgens ombudsman Van Londen is dit “de omgekeerde wereld”.
Fototoestel
Een tweede zaak waarin de verzekeraar niet tot uitkering wilde overgaan omdat de ‘normale voorzichtigheid’ niet in acht zou zijn genomen, betrof diefstal van een fototoestel. Het slachtoffer had zijn rugzakje en een tasje met de fotocamera op het bureau van een scooter-verhuurbedrijf gelegd. Na de papieren te hebben ingevuld werd nog even naar de scooter gekeken, die drieëneenhalve meter van het bureau stond. Tijdens de instructie, die nauwelijks vijf minuten in beslag nam, werd het tasje met fotospullen ontvreemd. De verzekeraar vond dat de eigenaar de camera onbeheerd had achtergelaten, hoewel de man zich in de buurt van het fototoestel bevond. De verzekerde nam daarop contact op met Ombudsman Schade. Na diens bemiddeling was de maatschappij alsnog bereid de claim te honoreren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.