nieuws

De huisarchitect van de verzekeringsbranche

Archief

Tom van der Put heeft de laatste jaren veel belangrijke opdrachten voor het ontwerpen van verzekeringsgebouwen binnengehaald. Het Amstelveense architectenbureau ZZ+P, waarvan hij een van de directeuren is, ontwierp onder meer de onderkomens van Stad Rotterdam, Europeesche, DAS Rechtsbijstand, De Amersfoortse, Levob, Anova en Turien & Co. Een goede reden om kennis te maken met de man achter deze gebouwen. Tom van der Put over prijsvragen, flexibele kantoren en wisselwerkplaatsen.

 
door Frank van Schagen
De eerste verzekeringsopdracht kreeg Van der Put toen hij nog studeerde. Een bij assuradeur Hienfeld in Amsterdam werkzame vriend vroeg of hij wat krabbeltjes voor een interne verbouwing kon maken. “Het zag eruit zoals ik mij altijd een verzekeringskantoor had voorgesteld”, zegt Van der Put, “stoffig, kasten vol mappen, veel hokjes.” “Hienfeld wilde dat moderniseren. Maar eigenlijk was dat geen echte officiële opdracht.” Die kwam in 1987 voor het nieuwe onderkomen van Stad Rotterdam. “Het contact kwam tot stand via Dura, een Rotterdamse bouwer en een relatie van ons. In eerste instantie had een collega van ZZ+P een ontwerp in de nieuwbouwwijk Alexanderpolder gemaakt. Zowel vanuit Stad Rotterdam zelf als vanuit de gemeente zijn er pogingen in het werk gesteld om de verzekeraar voor het centrum te behouden. Op een gegeven moment kwam een locatie aan het Weena vrij, en toen heb ik de opdracht intern overgenomen. Het was wel een hele puzzel, want het programma was eigenlijk veel groter dan op die plek paste, dus er zijn nogal wat ontwerpsessies en presentaties aan de gemeente aan het uiteindelijke ontwerp vooraf gegaan.”
Prijsvraag
Het lijkt er misschien op dat Van der Put van de ene verzekeringsopdracht in de andere rolt, maar van de zeven gerealiseerde verzekeringsgebouwen zijn er vier bij ZZ+P terechtgekomen na het winnen van een prijsvraag. De overige drie zijn verkregen door contact met een ontwikkelaar. Tot de rechtstreekse opdrachten behoren Stad Rotterdam, DAS Rechtsbijstand en Anova.
De opzet van een prijsvraag verschilt per geval. Voor het nieuwe gebouw van de Europeesche werden drie ontwikkelaars uitgenodigd. De huurprijs lag min of meer vast. De ontwikkelaars moesten zelf contact opnemen met een architectenbureau. Het contact is dus niet via Stad Rotterdam verlopen, hoewel dat verband al snel gelegd zal worden, gezien de relatie tussen Stad Rotterdam en de Europeesche.
Harmonie
Bij De Amersfoortse werd zonder tussenkomst van een ontwikkelaar een aantal architecten geselecteerd. Van der Put: “Het is natuurlijk mogelijk dat ik wegens mijn achtergrond met Stad Rotterdam en de Europeesche erbij ben gevraagd. Achteraf heb ik gehoord dat het een spannende aangelegenheid is geweest. Twee totaal verschillende plannen kwamen bovendrijven, een hoogbouwontwerp en ons ontwerp, dat vrij ingetogen was en zich probeerde te voegen in de stad. Vanuit de stedebouwkundige dienst lag er een duidelijk programma hoe men de nieuwbouw het liefst ingevuld zag. Het al bestaande blok moest aangevuld worden, en de nieuwbouw moest in harmonie staan met het gemeentehuis aan de overzijde. Wij hebben ons daar keurig aan gehouden, niet alleen omdat men dat van ons verlangde, maar ook omdat ik achter dat uitgangspunt stond. Ik heb het dus niet gezocht in grote gebaren, maar in mooie verhoudingen, mooie materialen en goede detaillering. Op die manier moest het gebouw degelijkheid en vertrouwen uitstralen.”
Risico
Bij Levob was al een ontwikkelaar bekend, die vervolgens een aantal architecten heeft benaderd. Op dat moment was Van der Puts naam in de verzekeringswereld al gevestigd. De invitatie aan zijn adres was dus een logische. Hetzelfde gold daarna voor Turien & Co., hoewel die laatste uitnodiging niet zozeer op grond van Van der Puts eerdere verzekeringsprojecten was gebaseerd. “De heren Schneider van Turien waren vooral gecharmeerd van mijn ontwerp voor BP in Hoofddorp.”
Het deelnemen aan prijsvragen en min of meer open inschrijvingen brengt altijd enig risico met zich mee. Van der Put: “Je moet het niet te veel doen. Zolang het met de economie goed gaat zal er aanbod van projecten zijn. Je kunt dan aan een of twee prijsvragen per jaar deelnemen. Maar een aantal jaren geleden ging het slechter met de economie, wat zijn weerslag had op de architectenwereld. Dan doe je maar mee aan die prijsvragen in de hoop dat je daarmee werk krijgt. We hebben toen aan vijf, zes prijsvragen deelgenomen. Als je ze niet allemaal wint, en je weegt het af tegen de kosten die je hebt gemaakt, dan kun je je zo’n onzekere deelname eigenlijk niet permitteren. Het is daarom niet te hopen dat een dergelijke opzet schering en inslag wordt. Maar voor prestigieuze hoofdkantoren is het wel een tendens dat verscheidene architectenbureaus worden aangeschreven. Gelukkig zijn er veel opdrachtgevers die niet voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten en daar een vergoeding tegenover stellen. Prijsvragen hebben ook voordelen: als je duidelijk stelt waaraan het eindproduct moet voldoen, zodat je geen appels met peren hoeft te vergelijken, dan creëer je eerlijke concurrentie. Het aardige is dat je in een beperkte tijd, bijvoorbeeld drie weken, met een eisenpakket van de opdrachtgever aan de slag gaat, zonder dat je voortdurend feedback met diezelfde opdrachtgever of partijen van de gemeente hebt. Je verkeert daardoor in de mogelijkheid een plan te maken waar je architectonisch volledig achterstaat. Kom je vervolgens als winnaar uit de bus, dan zullen de grote lijnen van het concept overeind blijven staan.”
Filosofie
De traditionele manier voor het verkrijgen van een opdracht eist meer van de opdrachtgever. Van der Put: “Eigenlijk kun je geen goed gebouw maken zonder goede opdrachtgever. De opdrachtgever moet zo helder mogelijk omschrijven hoe hij wil dat zijn bedrijf functioneert. Het is belangrijk dat de architect met die ideeën wordt gevoed. Je moet inzicht krijgen in wat voor soort bedrijf het is. Als er van begin af aan een wisselwerking tussen opdrachtgever en architect optreedt, dan kan dat tot een goed product leiden. Ik vind het prettig om voor verzekeraars te werken, omdat je hun gebouwen toch wat meer karaktertrekken kunt meegeven, die toegespitst zijn op dat specifieke bedrijf. Daardoor kun je wat dieper ingaan op een ontwerp dan dat je een kantoor ontwerpt voor de gemiddelde gebruiker, een gebouw waarvan de gebruiker nog niet bekend is. Ideeën over een gebouw ontstaan in samenspraak met de gebruiker. Zo’n overleg kan soms moeilijk zijn omdat men iets wil wat niet of nauwelijks mogelijk is, maar in de eerste plaats is een dergelijk overleg inspirerend.”
Flexibiliteit
Het komt ook voor dat het programma van eisen onduidelijk is. Opdrachtgevers hebben nog geen duidelijk omschreven idee, en de kans is groot dat allerlei adviseurs bij het project worden betrokken. Van der Put: “In zo’n geval moet je ontzettend oppassen dat het uiteindelijk geen compromis wordt. Tijdens het ontwerpen moet je vaak nog bijsturen. Flexibiliteit van een gebouw is daarom zeer belangrijk, er moeten groeimogelijkheden binnen het concept zijn. Anders wordt het gebouw voortdurend bijgesteld zodat ten slotte het oorspronkelijke concept is verdwenen. Dit geldt in het bijzonder voor gebouwen voor verzekeraars, die blijven groeien, en het gebouw moet daarop aan te passen zijn.”
Van der Put denkt dat zijn succes in de verzekeringswereld gedeeltelijk is te verklaren uit het vermogen zich in te leven in het functioneren van een bedrijf. Wat vooral wordt gewaardeerd is de decennia-lange ervaring met de flexibiliteit van een kantoorgebouw. “De multi-functionaliteit is bijvoorbeeld van belang. Je moet bepaalde functies binnen een gebouw kunnen verplaatsen. Daarnaast moet het gebouw karakter meekrijgen. Het gebouw moet de uitdrukking zijn van de filosofie van het bedrijf dat erin gehuisvest is.”
Architectonische waarde
Als voorbeeld van een mooi verzekeringsgebouw noemt Van der Put Centraal Beheer van Herzberger. “Dat gebouw is toch altijd een voorbeeld voor mij geweest. Aan het gebouw van Centraal Beheer in Apeldoorn lag een heel duidelijke architectonische visie ten grondslag. Niet de mensen wegstoppen in hokjes, maar een leefbare omgeving met veel daglicht creëren. Met die open kantoorruimtes, de vides voor het daglicht, is het een fantastisch gebouw geworden. Maar je maakt met die indeling wel concessies, vergelijkbaar met een uitgesproken gebouw als de ING Bank van Alberts en Van Huut in Amsterdam-Zuidoost. Aanpassing aan veranderende ideeën is namelijk heel moeilijk. Nu zetten ze die vides bij Centraal Beheer dicht. De architectonische waarde van het gebouw gaat daardoor achteruit. De huidige directie kijkt daar anders tegenaan. Het blijkt dat het gebouw moeilijk naar de hedendaagse eisen is aan te passen, in ieder geval niet door tegelijk het architectonische concept overeind te houden.”
Wisselwerkplekken
Van der Put is eveneens te spreken over de nieuwbouw van Interpolis. Het onderkomen van de Tilburgse verzekeraar is een voorbeeld van een ontwerp naar veranderende inzichten over hoe een kantoor er uit moet zien. Het daar ingevoerde wisselwerkplekkensysteem heeft ZZ+P nog niet in verzekeringsgebouwen toegepast, maar het bureau heeft al wel met het systeem kennisgemaakt bij het ontwerp voor het hoofdkantoor van KPMG in Utrecht. “We zijn daarbij teruggegaan naar een cellenstructuur van kleine kamertjes van 2,4 bij 2,4 meter waar alleen een bureau in staat. Werknemers halen een ladenblok bij het centrale secretariaat. Vervolgens gaan ze met dat ladenblok en hun laptop in een van de vrije kamers zitten. Ze pluggen de boel in en kunnen aan de slag. Een heleboel mensen zijn toch en route. Ze werken twee uur en gaan weer naar een klant. Een net gearriveerde werknemer neemt de vrijgekomen kamer vervolgens weer in. Met een dergelijk systeem win je enorm veel ruimte.”
Vanuit zijn ervaring weet Van der Put dat een gekozen kantoorindeling geen eeuwigheidswaarde heeft. “Je moet er rekening mee houden dat zo’n gebouw ook weer een traditionele indeling kan krijgen. Je mag niet de fout maken langs de buitenmuren allemaal kamertjes te situeren en in het midden van het gebouw vergaderruimten, het secretariaat en archieven te plaatsen. Dan krijg je een diep kantoorgebouw dat moeilijk om te bouwen is voor een andere gebruiker die gewone kamerkantoren wil. Een goed voorbeeld is het oude NMB-kantoor aan de Parnassusweg in Amsterdam, dat vijftien jaar na oplevering al weer uitgezaagd en gestript moest worden.”
Interieur
Meestal heeft de opdrachtgever specifieke ideeën over de inrichting. Naast een selectie van architecten benadert de opdrachtgever een aantal binnenhuisarchitecten. Ze gaan wel na welke interieurvisie goed harmonieert met de architectuur, want inrichting en gebouw moeten een eenheid vormen. Daarom zou Van der Put het liefst zelf alles in de hand willen houden. Bij Anova, een van de laatste opdrachten, heeft ZZ+P zelf het interieur ontworpen. Aan een dergelijke aanpak kleeft wel een nadeel: het kost meer tijd. Van der Put: “Je moet daarom een afweging maken tussen minder projecten die je tot en met de laatste spijker ontwerpt, en meer projecten waarbij je je richt op je specialiteit, het ontwerpen van gebouwen. Het interieur komt in het laatste geval in overleg met een binnenhuisarchitect tot stand.”
Soms verschilt de visie van de architect en de binnenhuisarchitect. Dit hoeft niet altijd frictie op te leveren, maar kan ook tot verrassende combinaties leiden. Van der Put geeft als voorbeeld het gebouw van DAS Rechtsbijstand. “Bij die opdracht werkten we samen met Marcel van der Schalk, die afkomstig is van Alberts en Van Huut. In het begin was ik wat huiverig voor de samenwerking. Zij hebben een heel andere kijk op architectuur dan ZZ+P. Hun visie is gebaseerd op de antroposofische leer, wij gaan vooral uit van het functionalisme. We hebben die tegenstelling niet verdoezeld, maar de strakheid, de zakelijkheid van het gebouw laten contrasteren met de vloeiende lijnen van de inrichting. Dat contrast is heel interessant geworden.”
Europeesche
Bij het ontwerp van de nieuwbouw voor de Europeesche moest rekening worden gehouden met een looproute die het terrein diagonaal in tweeën deelt. Op een helft werd de parkeerplaats gesitueerd om de doorlooproute ‘lucht’ te geven, voor de andere helft (driehoek) ontwierp ZZ+P een combinatie van hoge en lage bebouwing. De Europeesche wilde grote vloeroppervlakten, maar een massief blok van zestig meter hoogte zou lelijke verhoudingen opleveren. Door de hoogbouw in twee ten opzichte van elkaar verschoven driehoeken te delen is een interessant silhouet verkregen. De groef waarin de trappenhuizen zich bevinden, accentueert de verticaliteit van het gebouw. Prettige bijkomstigheid is dat het daglicht tot in het midden van het gebouw kan doordringen. Een van de driehoekige torens heeft ook een horizontale snede. Deze onderbreking markeert de grens tussen kantoorruimte van de Europeesche en het deel daaronder dat aan derden wordt verhuurd. Net als bij DAS kan de verzekeraar bij groei het onderste gedeelte in gebruik gaan nemen. In het lage driehoekige gebouw is de alarmcentrale SOS International gevestigd (onderdeel van de Europeesche), die 24 uur per dag bereikbaar moet zijn en daarom in een apart gebouw is ondergebracht. Een restaurant op de begane grond van de hoogbouw in de vorm van een halve cirkel, doorbreekt de driehoekige vormen.
De Amersfoortse
De Amersfoortse was tot voor kort gehuisvest in een gebouw dat nu in de nieuwbouw is geïntegreerd. Op het terrein naast het oorspronkelijke kantoor stonden woningen die plaats moesten maken voor de uitbreiding. Die uitbreiding was bijna twee keer zo groot als het bestaande gebouw. ZZ+P trok de vloeren van het oude gebouw door in het nieuwe gebouw. Na de verwezenlijking van de nieuwbouw werd het oorspronkelijke gebouw gerenoveerd, zodat in het hele onderkomen van De Amersfoortse een zelfde sfeer en kwaliteit werd gerealiseerd. De gevel van de nieuwbouw is voor het oude gebouw langs getrokken. Gezien de gelijke vloer- en raamhoogten gaf dat weinig problemen. De nadruk op het horizontale is alleen bij de glazen entreepartij doorbroken.
Uitgangspunt was het ‘stadsblok’ af te maken, langs de Stadsring een doorgaande wand te creëren. Als je Amersfoort binnenkomt, word je geconfronteerd met De Amersfoortse en het gemeentehuis, die zo als een soort poort fungeren. De Amersfoortse heeft net als het gemeentehuis een overstekende dakrand meegekregen. Door een zelfde benadering is die poortfunctie versterkt.
DAS Rechtsbijstand
Bij DAS Rechtsbijstand is flexibiliteit uitgangspunt geweest. DAS moest bijvoorbeeld kunnen groeien binnen het gebouw. Er moesten entrees komen voor andere bedrijven die eveneens in het gebouw zijn gevestigd. Als DAS in de loop der jaren uitbreidt, moeten de ruimten van die andere bedrijven betrekkelijk eenvoudig bij DAS gevoegd kunnen worden. De opdrachtgever wilde daarnaast geledingen in het gebouw om de verschillende clusters te onderscheiden. Bovendien wilde DAS een vriendelijke uitstraling, in zekere zin aansluitend op de gedachte van het gebouw van Centraal Beheer.
ZZ+P heeft een ontwerp gemaakt met in hoogte oplopende torentjes, waarin centraal vides waren gepland waaromheen kamers van ongeveer drie bij vijf meter lagen. In die vides heb je dan ook contact met andere verdiepingen, waardoor het gebouw een intiem karakter krijgt. Al die vides zijn niet haalbaar gebleken, onder meer vanwege de hedendaagse brandweereisen; want het ontwerp van Centraal Beheer is tegenwoordig niet meer mogelijk. De vides zijn vervolgens verplaatst naar de lifthallen bij de entree. Van der Put heeft dus in zekere zin concessies moeten doen, maar dat heeft tot interessante oplossingen geleid. Waar vroeger de vides waren gepland, heeft nu elk torentje zijn eigen trappenhuis. Op de plaats waar de torens aan elkaar geschakeld zijn, liggen de gemeenschappelijke pantry’s en kopieerruimten, die daardoor als ontmoetingsplek binnen het gebouw kunnen functioneren.
Levob
Levob wilde korte looplijnen, het moest een uitnodigend gebouw worden, maar tegelijk een praktisch en flexibel kantoor waar op eenvoudige wijze kamers en grotere kantoorruimten gerealiseerd konden worden. Dat heeft geleid tot twee kantoorvleugels van standaard omvang die waaierend ten opzichte van elkaar zijn geplaatst. Daartussen is het atrium gesitueerd. Dit atrium vormt een verbinding tussen een fraai parkachtig parkeerterrein en een aan de zuidzijde gelegen waterpartij. Groene elementen lopen van het parkeergebied via een groene heuvel in het atrium naar groene eilanden in de vijver. Hierdoor wordt het uitnodigende karakter van het gebouw versterkt. De ruimte wordt als het ware het gebouw binnengetrokken.
Anova
De Anova-nieuwbouw is een uitbreiding van een gebouw van architect Van Gool. Diens ontwerp kenmerkt zich door “een sterk plastische werking van ritmisch geplaatste horizontale en verticale ramen”. Daarnaast moest ZZ+P rekening houden met een garage en een politiebureau die iets scheef ten opzichte van het Van Gool-gebouw staan. Een geplande hoge toren vond geen genade bij de gemeente. Van der Put en collega’s hebben vervolgens gekozen voor twee kantoorvleugels die de hoekverdraaiing van de al bestaande bebouwing oppakken. In de oksel van de twee vleugels ligt de liftpartij. De restruimte tussen de vleugels is bestemd voor de entree en het bedrijfsrestaurant. Als een toegevoegd element en blikvanger is een slank ovaal torentje met vergaderruimten boven de entree geplaatst.
Turien & Co
Het gebouw van Turien & Co, dat deze maand wordt geopend, kenmerkt zich door markante rondingen en waterpartijen. Als eerste gebouw in een wijk vol kantoren wilden de opdrachtgevers een niet al te protserig ontwerp. Van buiten is het gebouw vrij neutraal met grijze natuursteen en groene beglazing; bij binnenkomst blijkt het karakter juist warm door de roodbruine granieten vloer en de houten trappen en borstweringen. De kantoorruimten komen uit op een atrium. Oorspronkelijk waren de wanden tussen de kantoorruimten en atrium in glas gedacht, maar brandweereisen hebben de plannen omgegooid. Nu zijn er links en rechts van de kolommen glazen stroken gerealiseerd. Van der Put toont zich naderhand niet ontevreden over die wijziging: “Het is er sterker door geworden. Aan de ene kant hebben de mensen nog enige beschutting, maar door de ramen blijft het contact met de centrale ruimte in stand.”
Van Nierop Assuradeuren
Het bekendste gebouw van ZZ+P is de Rembrandttoren in Amsterdam. Ook dit gebouw krijgt binnenkort een verzekeringstintje als Van Nierop Assuradeuren er zijn intrek in neemt. De assuradeur huurt voorlopig een etage voor zijn 55 medewerkers in binnendienst.
Tom van der Put (41) studeerde in 1981 af bij Aldo van Eyck aan de Technische Hogeschool in Delft. Hij werkte vervolgens bij kleinere architectenbureaus met drie, vier medewerkers. Na twee jaar trad hij in dienst bij Frans van Gool om aan het PTT-gebouw in Groningen te werken. Vervolgens werkte hij met Van Gools collega Pi de Bruin samen aan de nieuwbouw van de Tweede Kamer. Het betekende een kennismaking met opdrachten voor grote kantoren, waarbij de allround aanpak plaatsmaakte voor een specialistische benadering. De creatieve kant kwam voor zijn rekening, de technische kant werd door anderen gedaan. Vanuit die achtergrond solliciteerde hij bij ZZ+P, waar hij in 1984 werd aangenomen. Sinds 1990 maakt Van der Put deel uit van de directie.
ZZ+P (Zanstra, De Clerq Zubli plus Partners) komt voort uit het bureau dat architect Piet Zanstra in 1954 oprichtte. In 1966 zocht Zanstra samenwerking met Peter de Clercq Zubli. Zubli is nog steeds aan het architectenbureau verbonden. De directie bestaat voorts uit Tom van der Put en de per 1 april toegetreden Pieter Boerstra. Het bureau telt ruim vijfendertig medewerkers. Ook als Zubli te zijner tijd terugtreedt, zal de naam van het bedrijf niet veranderen. “ZZ+P is een begrip, ook in het buitenland, en daarom houden wij het zo,” aldus van der Put.
De eerste officiële opdracht uit de verzekeringsbranche betrof de bouw van het nieuwe hoofdkantoor van Stad Rotterdam.
Tom van der Put: “Het is prettig om voor verzekeraars te werken, omdat je hun gebouwen toch wat meer karaktertrekken kunt meegeven.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.