nieuws

De gekte zet door

Archief

De schadeverzekeringsmarkt vertoont duidelijke tekenen van verzadiging. Wie desondanks mooie productiecijfers toont, heeft die hoofdzakelijk uit oversluitingen verworven. Rondpompen van bestanden dus en om een dergelijke ontwikkeling binnen hun eigen winkels stimuleren, moet telkens ‘iets nieuws’ bedacht worden. Maar helaas, in de verzekeringsbranche is alles al een keer uitgevonden, geprobeerd en in een archiefkast terechtgekomen.

door Ton Gerritsen
Of dat ook het lot zal worden van Achmea’s plannen voor een andere tariefstructuur voor personenautoverzekering moet worden afgewacht. De bedoeling is, dat in plaats van de huidige tarieferingsmethode, waarbij de cataloguswaarde een overwegende rol speelt, voortaan merk en type van de auto en ‘het profiel van de bestuurder’ bepalend voor de premie zullen zijn.
Wie weet waar dat toe gaat leiden, mag het mij duidelijk maken, maar dat de ruimte voor verdere differentiatie naar boven beperkt blijft tot het huidige tariefniveau lijkt mij zonneklaar. Blijven er twee mogelijkheden over: het eindresultaat van al die rekenarij blijft gelijk of het leidt tot lagere premies (en grotere concurrentiemogelijkheden).
Dit wil niet zeggen dat er geen onderbouwing mogelijk zou zijn voor de stelling dat het ene merk en type auto, samen met de bestuurder die daarvoor kiest, een potentieel ánder risico vormt dan het andere in dezelfde catalogusklasse en dús een andere tarifering vergt. Maar waag het maar eens om daaruit de juiste consequenties te trekken in de huidige markt, waar een verzekeraar het zelfs bestaat om dwars tegen alle, reeds lang vaststaande statistieken in, aanvangskortingen te verlenen aan beginnende en jonge automobilisten. Premieberekening volgens de onderhavige – reeds bij de aanvang oudbakken – ‘nieuwe’ methode kan dus alleen maar leiden tot lagere premie-opbrengsten en of de Achmea-club, gezien haar resultaten in de branche dáár nou op zit te wachten? Ik voorspel dan ook dat de huidige tariefstructuur, in combinatie met het hopeloos verouderde bonus/malussysteem de komende jaren moeiteloos overeind zal blijven.
De gekte zet door (II)
Voor veel kleine en middelgrote assurantietussenpersonen vormt het bestand aan particuliere verzekeringen het fundament van het bedrijf. Een fundament dat ook bij verkoop maatgevend is voor de waarde van de portefeuille vanwege het geringe verloop en de relatieve ongevoeligheid voor concurrentie. Weliswaar vergt het bij goed beheer nogal wat tijd en kosten voor onderhoud, maar ook daaruit komt productie voort. En al is de provisie-opbrengst niet te vergelijken met die van ‘financiële adviezen’, het verwaarlozen van de portefeuille Particulieren kan het intermediair duur komen te staan, zeker wanneer de hausse in hypotheken en financieringen voorbij is, zeker wanneer dan aan het licht komt dat er, tussen de goede en effectieve financiële adviezen een hoop gebakken lucht verkocht is. Daaraan moest ik denken toen ik in AM las dat woningcorporaties zich ook op verzekeringen gaan storten.
Onderkant van de markt
Wat hebben woningcorporaties eigenlijk te maken met de particuliere verzekering van de belangen van hun huurders? Dat is toch de vraag die zich luid en duidelijk opwerpt. En direct daarna: wie zou daarbij gebaat zijn (en wie niet)? Maar eerst en vooral: wat zijn de karakteristieken van de hedendaagse huurders van woningcorporaties.
Om hierop direct te antwoorden dat het ‘toch’ maar gaat om de onderkant van de markt, zou – hoewel er een stevige grond van waarheid in schuilt – onnodig discriminerend zijn. Het eigen-woningbezit is niet onomstreden. Er waren (en er zijn nog steeds) politieke stromingen die weigeren het bezit van eigen woningen te stimuleren. Hun argument is dat het niet aangaat minvermogenden op te zadelen met financiële lasten die zij alleen kunnen opbrengen als er niet de geringste kink in de kabel komt, zoals verlies van werkgelegenheid, aanzienlijke rentefluctuaties, groot onderhoud en dergelijke zaken die binnen een krap budget rampzalig zijn. Bovendien beperkt het bezit van een eigen woning de eigenaar in zijn bewegingsvrijheid als werknemer. Nog altijd zit menige werknemer in de WW die elders wel werk zou kunnen krijgen, maar het vertikt om zijn eigen huisje te verkopen. Hetgeen, ondanks de hoogconjunctuur, nog maar al te dikwijls met verlies gepaard gaat.
De genoemde nadelen vindt men bij een huurwoning niet; met betaling van de maandhuur ben je van alles af. Mits het aanbod voldoende en voldoende gevarieerd is, kun je een huurwoning betrekken en verlaten wanneer je dat wil en heb je met onderhoud niets te maken. Nu de beschikbaarheid alleen hier en daar nog een probleem is, keren we – zestig jaar na dato – terug naar een situatie van woningoverschotten en leegstand en dat ondanks de toestroom van allochtonen.
De woningcorporaties zullen dat ongetwijfeld met lede ogen aanzien, want goedgevulde wachtlijsten zorgen voor een minimaal leegstandsverlies en huurders die dan eindelijk onderdak hebben, zijn aanmerkelijk minder kritisch dan wanneer ze een ruime keus gehad zouden hebben.
Het genoemde woningoverschot plus het steeds grotere verloop van huurders zullen ongetwijfeld de corporaties dwingen hun beleid aan te passen en het ligt voor de hand dat ze op hun beurt proberen de producten aantrekkelijker te maken. Maar hoe en voor wie? Ruw geschat vallen de huurders van corporatiewoningen onder te verdelen in verschillende groepen. Laten we beginnen met de ouderen. In het algemeen zijn die best tevrden met hun huurwoning en verlaten ze die alleen als die te groot wordt of een gebrekkig comfort biedt. Het aanbod van aan de woonbehoeften van ouderen aangepaste woningen stijgt dan ook in hoog tempo. Al even honkvast is de groep uitkeringstrekkers, mensen die financieel geen kant meer uit kunnen. Dan is er een vrij grote categorie ‘passanten’, mensen die om allerlei redenen tijdelijk ergens neerstrijken, waaronder dus ook pasgehuwden en samenwonenden die al op zoek zijn naar een geschikte koopwoning. Vervolgens de niet geringe groep allochtonen, die varieert van volledig in ons land ingeburgerde gezinnen tot asielzoekers zonder definitieve verblijfsstatus. En ten slotte de categorie van sociaal onaangepasten die, al of niet gedwongen, ook onderdak moet hebben.
Langdradig verhaal
Wie van deze categorieën echt gebaat is bij een verhuurder die tevens verzekeraar/tussenpersoon speelt, is de vraag. Behalve waar het om een klein financieel voordeeltje zou gaan. Maar of een klein voordeel voor velen reden zal zijn om afscheid te nemen van hun vaste verzekeringsadviseur, is voor mij de vraag. Dat geldt zeker als die tussenpersoon toont en heeft getoond tijd en belangstelling voor zijn klanten te hebben, óók waar zijn provisiebelang niet in de buurt van een fatsoenlijk uurloon komt. Die kleine besparing zou alleen diegenen kunnen baten die het met een klein eigen pensioentje kunnen redden zonder uitkering of bijstand. De uitkeringsgerechtigden kunnen er staat op maken dat de sociale diensten er als de kippen bij zijn om het ontstane voordeel in mindering te brengen van hun bijstandsnorm. Maar hoe dan ook, voor degenen die al verzekeringen hebben lopen, wordt het een langdradig verhaal gezien de vaak uiteenlopende opzegtermijnen. De passanten zal het waarschijnlijk een zorg zijn waar ze hun verzekeringen tijdelijk onderbrengen, de allochtonen ook niet, maar of je daar nu een portefeuille mee opbouwt?
Pas op de kippen Het zou gemakkelijk zijn om de bezwaren nog verder uit te meten, daarbij zal toch gedacht moeten worden aan discriminerende selectie door de verhuurder, aan verrekening van uitkeringen door de verhuurder en aan gebrekkige advisering door de verhuurder. Kortom, aan het bij voorbaat opgeven van alle voordelen die in een goede persoonlijke relatie tussen verzekerde, tussenpersoon en risicodrager besloten kunnen liggen. Voor omzetverlies aan déze concurrent zal de goede tussenpersoon zich dan ook nauwelijks zorgen hoeven maken. Dat doet blijkbaar wel de NBvA die, bij monde van woordvoerder Oostdam een verschuiving constateert van subjectverzekering naar objectverzekering, waar zijn bond tegenstander van is. Niet dat ik geloof dat de markt daarvan onder de indruk zal zijn, maar van mij mag hij dat standpunt best eens nader uiteenzetten. Immers, dat risico’s niet verminderen zodra ze in een collectiviteit ondergebracht worden weten we al langer, net zoals het feit dat verzekering goedkoper aangeboden kan worden door besparing op beheerskosten. Dus, boer pas op je kippen! Ton Gerritsen is free-lance redacteur. Hij was geruime tijd werkzaam in de bedrijfstak.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.