nieuws

De ex-werkgever als begunstigde van een gouden-handdrukverzekering?

Archief

Regelmatig wordt aan ex-werknemers een ontslagvergoeding voor gederfd of te derven loon toegekend. Zo’n gouden handdruk kan in één keer worden uitbetaald, óf in de vorm van periodieke uitkeringen (stamrecht). Aan een stamrecht kleven fiscale haken en ogen. Zo kan het gunstig zijn om de ex-werkgever als begunstigde te benoemen op een gouden-handrukverzekering op universal-lifebasis. Bij grotere stamrechten komt de stamrecht-BV als oplossing in beeld.

Door Alfred Lagendijk en Judith Huizinga
Een gouden handdruk die in één keer wordt uitbetaald, is belast tegen het bijzondere tarief van 45%. Over een periodiek uit te keren stamrecht wordt, onder voorwaarden, pas belasting betaald op het moment dat de periodieke betalingen worden ontvangen.
Eén van de belangrijkste eisen voor dit laatste, is de beperkte kring van gerechtigden. Periodieke uitkeringen uit hoofde van een gouden-handdrukverzekering mogen slechts toekomen aan de ex-werknemer, danwel bij diens overlijden aan zijn echtgenote of aan hun kinderen. Voor die kinderen geldt nog de voorwaarde dat zij de leeftijd van dertig jaar nog niet bereikt mogen hebben.
De wetgever heeft bij de vaststelling van deze eisen in 1995 aansluiting gezocht bij de eisen die gesteld zijn aan een pensioenregeling. De reden is dat, net als bij pensioenen, de verzorgingsgedachte centraal staat. Een gouden handdruk wordt immers toegekend als vervanging van gederfd of te derven inkomen, waaronder ook pensioenrechten vallen. De stamrechtuitkeringen dienen ter aanvulling van eventuele vut- of pensioenuitkeringen. De wetgever heeft het daarom niet wenselijk geacht de stamrechtuitkeringen aan een ander dan de ex-werknemer of zijn directe nabestaanden te doen toekomen.
Het aanwijzen van erfgenamen als begunstigden voor de stamrechtuitkeringen is fiscaal niet toegestaan. Worden op een traditionele gouden-handdrukpolis toch de erfgenamen van de verzekeringnemer als begunstigden genoemd, dan zal de waarde van het stamrecht bij de ex-werknemer als loon uit vroegere dienstbetrekking worden aangemerkt en ineens progressief worden belast. Het voordeel van belastinguitstel wordt daarmee volledig tenietgedaan.
Bij een juist opgemaakte polis zal de verzekering op het moment dat er geen gerechtigden tot de uitkering meer zijn, niet meer tot uitkering komen en het resterende kapitaal in de winst van de verzekeraar vallen. Verzekeringnemers stellen een begunstiging zonder erfgenamen daarom niet bijzonder op prijs.
Universal-life
Er ontstaat in de markt een toenemende vraag naar het verzekeren van een gouden handdruk (stamrecht) op universal-lifebasis. Eén van de kenmerken hiervan is dat altijd een uitkering volgt (een ‘stellige uitkering’). Echter, zoals gezegd, is het fiscaal niet toegestaan dat periodieke uitkeringen uit een gouden-handdrukverzekering op enig moment toekomen aan een ander dan de in de wet genoemde gerechtigden.
Universal-lifeverzekeraars hebben naar een oplossing voor dit probleem gezocht. Zij hebben de Belastingdienst de vraag voorgelegd of een gouden-handdrukverzekering waarbij de ex-werkgever als slotbegunstigde voor de periodieke uitkeringen is aangemerkt, voldoet aan de fiscale eisen. De Belastingdienst heeft geantwoord dat dit niet in strijd is met de eisen in de Wet op de loonbelasting. Zij gaf zelfs aan dat het opnemen van de ex-werkgever als slotbegunstigde wordt opgeroepen door de combinatie van de wettelijke bepalingen ten aanzien van gouden handdrukken en de aard van universal-lifeverzekeringen.
De slotbegunstiging hoeft volgens de Belastingdienst niet expliciet door de ex-werkgever te worden aanvaard. Een herroepelijke begunstiging wordt geaccepteerd. Indien de polis echter wordt gewijzigd en de ex-werkgever niet meer als slotbegunstigde op de polis wordt vermeld, dan zal de waarde van het stamrecht bij de werknemer alsnog progressief worden belast.
Probleem bij deze universal-lifevariant is alleen dat de gang van zaken voor de verzekeringnemer niet altijd acceptabel is. Vaak is de werkgever namelijk wel de laatste persoon aan wie een ontslagen werknemer het geld gunt. Daar staat tegenover dat de werknemer zijn onderhandelingspositie kan verstevigen door de werkgever erop te wijzen dat de uitkering in bepaalde gevallen aan hem toekomt.
Contraverzekering
In de praktijk blijkt dat de meeste ex-werknemers die een gouden handdruk ontvangen, wensen dat het niet-uitgekeerde kapitaal bij hun overlijden toch naar de erfgenamen gaat. Dit is op twee manieren mogelijk.
Ten eerste kunnen de erfgenamen van de ex-werknemer op diens leven een overlijdensrisicoverzekering afsluiten (ook wel contraverzekering genoemd). De hoogte van de uitkering bij overlijden kan dan ongeveer parallel lopen met het ten behoeve van de gouden-handdrukverzekering beschikbare kapitaal.
De premies voor de overlijdensrisicoverzekering kunnen eventueel door de ex-werknemer aan zijn erfgenamen worden geschonken. Voorzover het totaal aan premies lager is dan de schenkingsvrijstelling, is geen schenkingsrecht verschuldigd. De contraverzekering kan bij dezelfde maatschappij worden afgesloten als waar het stamrecht is ondergebracht.
Stamrecht-BV
Als de ex-werknemer zwaar hecht aan de slotbegunstiging van de erfgenamen, dan kan de oplossing ook gezocht worden in het laten bedingen van een stamrecht bij een eigen stamrecht-BV. Tegelijkertijd kan voor bijvoorbeeld 100% (minder kan ook) herverzekering worden gekozen.
Dit heeft twee commerciële voordelen. De verzekeraar verliest geen productie en de slotuitkering wordt niet verstrekt aan de werkgever. De slotuitkering komt ten goede aan de BV, waarvan de aandelen vererven aan de erfgenamen.
Als de werknemer overlijdt en er geen gerechtigden tot de periodieke uitkeringen meer zijn, valt de uitkering bij overlijden in de winst van de stamrecht-BV. Over deze winst dient de stamrecht-BV uiteraard vennootschapsbelasting te betalen. De aandelen van de stamrecht-BV, die door de vrijval van het stamrechtkapitaal in waarde zullen zijn gestegen, komen toe aan de wettelijke erfgenamen van de ex-werknemer.
De erfgenamen zijn in beginsel successierecht verschuldigd over de aandelenverkrijging. Ook als de aandelen van de BV reeds vóór het overlijden van de ex-werknemer in handen zijn van diens erfgenamen, is in een aantal gevallen successierecht verschuldigd. Het kostenplaatje van het bovenstaande is niet hoog, maar wel van die omvang dat het alleen interessant is bij grotere stamrechten. Belangrijk is dat het stamrechtkapitaal bij overlijden niet geheel verloren gaat, en dat er ook niets terugvloeit in de kas van de werkgever.
Ten slotte kan de belastingheffing over de vrijval van het stamrechtkapitaal bij overlijden nog worden voorkomen. Dit kan door het afsluiten van een contraverzekering bij de stamrecht-BV door de erfgenamen van de ex-werknemer. Tegenover de vrijval bij overlijden staat een ongeveer even grote uitkeringsverplichting uit hoofde van de contraverzekering, zodat geen vennootschapsbelasting verschuldigd is. Omdat de aandelen van de BV nauwelijks in waarde zullen stijgen, is er weinig of geen successierecht verschuldigd over de (al dan niet fictieve) verkrijging van de aandelen.
Mr. Alfred Lagendijk en mr. Judith Huizinga zijn werkzaam bij de Fiscale en Juridische Sectie Pensioenen & Verzekeringen van Coopers & Lybrand in Amsterdam.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.