nieuws

De eerste juni is voorbij, en nu?

Archief

Op 1 juni is de veel besproken overgangstermijn voor de Wet fiscale behandeling van pensioenen, de Witteveen-wetgeving, afgelopen. Een aangepaste pensioenregeling betekent echter niet altijd dat men automatisch ‘Witteveen-proof’ is, met de nodige gevolgen van dien.

Door Alfred Lagendijk en Natasja Winter
Bij de invoering van de Wet fiscale behandeling van pensioenen – 1 juni 1999 – heeft de wetgever aan werkgevers en pensioenuitvoerders een termijn van vijf jaar gegeven om bestaande pensioenregelingen in overeenstemming te brengen met de nieuwe wetgeving. Voor pensioenregelingen die na die datum werden ingevoerd of gewijzigd, gold dat ze per direct aan de nieuwe wetgeving moesten voldoen. Voor alle overige pensioenregelingen gold de ‘magische’ datum van 1 juni 2004.
Sancties
Als een pensioenregeling nu (nog) niet aan de vereisten van de Witteveen-wetgeving voldoet, kunnen de sancties van de Belastingdienst aanzienlijk zijn. Een pensioenregeling die niet conform de vereisten is vormgegeven, is geen pensioenregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting. Dit betekent dat de zogenaamde omkeerregel niet meer toepassing is. Aanspraken op pensioen worden in dat geval niet pas bij ontvangst van de uitkering belast, maar worden direct bij toekenning als loon beschouwd, zodat de werkgever over de aanspraken loonheffing dient in te houden. Daarnaast zijn premiebijdragen van de werknemer in zo’n geval niet langer aftrekbaar van het brutoloon vóór de loonheffing.
In de praktijk leidt een onzuivere (of bovenmatige) pensioenregeling tot de volgende heffingen. De werkgever wordt inhoudingsplichtig voor de loonheffing over de vanaf dat moment toegezegde aanspraken; hij zal hierover volgens het progressieve tarief loonheffing moeten inhouden. De pensioenuitvoerder wordt inhoudingsplichtig voor de aanspraken die onder de onzuivere/bovenmatige pensioenregeling zijn opgebouwd. De fiscus kan de reeds opgebouwde aanspraken belasten tegen het progressieve tarief van maximaal 52%. Daarnaast heeft de fiscus de mogelijkheid om revisierente ad 20% te heffen. In het ergste geval kan nog een boete worden opgelegd.
Hoewel dit alles in praktijk meestal niet zo’n vaart loopt – omdat men er in goed overleg vaak wel uitkomt – moet de werkgever wel goed op de hoogte zijn van deze gevolgen. Het zijn immers de wettelijke mogelijkheden die de fiscus tot zijn beschikking heeft.
Fiscale goedkeuring
Een werkgever kan slechts 100% zekerheid krijgen omtrent de fiscale aanvaardbaarheid van zijn pensioenregeling, als de belastinginspecteur om een goedkeurende beschikking wordt gevraagd. De werkgever is overigens niet verplicht zo’n beschikking aan te vragen.
Een belangrijk element bij het aanvragen van de goedkeuring, is dat de aanvraag moet worden ingediend voordat de regeling (of wijziging) wordt ingevoerd. Ingeval de inspecteur dan stelt dat de pensioenregeling niet aan de vereisten voldoet en de regeling direct wordt aangepast, kan de pensioenregeling met terugwerkende kracht – zonder fiscale gevolgen! – worden aangepast. Dit geldt overigens niet voor de pensioenregeling in eigen beheer van de directeur-grootaandeelhouder (dga).
Onlangs heeft de staatssecretaris van Financiën de mogelijkheden voor goedkeuring nog uitgebreid. In het besluit van 22 april 200 (nr. CPP2003/2794M) is aangegeven dat een verzoek om goedkeuring in beginsel vergezeld dient te gaan van een volledige (concept)tekst van de regeling, alsmede de verzekeringsovereenkomst. Bij uitzondering wordt goedgekeurd dat ook volstaan kan worden met een volledige weergave van tussen partijen gemaakte afspraken over de pensioenregeling. Alsdan moet het verzoek om goedkeuring worden ingediend, voordat de pensioenregeling wordt gewijzigd dan wel ingevoerd en dient de volledige (concept)tekst van de regeling binnen zes maanden te worden nagezonden. Voor dga-regelingen in eigen beheer is deze mogelijkheid van voorleggen eveneens uitgesloten.
Termijn overschreden
Een andere verruiming in het beschikkingsbeleid betreft het verstrijken van de overgangstermijn van de Witteveen-wetgeving. Veel werkgevers hebben ernaar gestreefd de pensioenregeling vóór 1 juni 2004 te wijzigen, maar velen zijn er daarbij niet in geslaagd de regeling tijdig ter goedkeuring voor te leggen. Wanneer de belastinginspecteur vervolgens stelt dat de pensioenregeling niet voldoet, heeft de werkgever formeel niet de mogelijkheid om de regeling met terugwerkende kracht aan te passen: het verzoek om goedkeuring is niet gedaan vóór de wijzing en invoering van de pensioenregeling.
De staatssecretaris heeft in verband met het aflopen van de overgangstermijn besloten tijdelijk tegemoet te komen aan dit probleem. In afwijking van de wettelijke bepaling, zoals hiervoor omschreven, wordt onder voorwaarden een verzoek om goedkeuring toch geacht tijdig te zijn gedaan. De voorwaarden zijn: het verzoek betreft een regeling die is ingevoerd of gewijzigd vóór 1 juni 2004; het verzoek is ingediend vóór 1 december 2004; en het betreft geen pensioenregeling in eigen beheer voor de dga.
Bij geconstateerde onzuiverheid kan de gehele regeling toch met terugwerkende kracht worden aangepast. Overigens geldt voor deze uitzondering dat een complete pensioenregeling moet worden voorgelegd. Het is derhalve niet mogelijk gebruik te maken van de eerder geschetste mogelijkheid om een weergave van de afspraken ter goedkeuring voor te leggen.
Aandachtspunt
In verband met alle Witteveen-perikelen wordt wel eens over het hoofd gezien dat pensioen een arbeidsvoorwaarde is. Ook al dient de pensioenregeling op basis van fiscale wetgeving te worden aangepast, dit betekent niet dat de arbeidsrechtelijke gevolgen genegeerd kunnen worden. Als een pensioenregeling op materiële punten moet worden aangepast, raakt dit de hoogte van de pensioenaanspraken. Wijziging leidt dan tot een verminderde pensioenaanspraak en daarmee tot een vermindering van de waarde van de arbeidsvoorwaarden. Een dergelijke wijziging zal derhalve overlegd moeten worden met de werknemers, de ondernemingsraad en/of de vakbonden. Het is goed mogelijk dat een compensatie elders in de arbeidsvoorwaarden wordt geëist. Het klakkeloos accepteren van wijzigingsvoorstellen in de pensioenregelingen, kan op een heel ander rechtsgebied aanzienlijke gevolgen hebben.
Pensioenen & Verzekeringen van PricewaterhouseCoopers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.