nieuws

‘De consument, ‘eigendom van¼’

Archief

“De consument als ‘eigendom van…’. Alleen al het denken in deze terminologie, getuigt naar mijn opvatting van een arrogantie waaraan ik mij niet schuldig wens te maken.

Dat een directievoorzitter van een verzekeraar het betitelt als ‘ouderwets’ geeft in ieder geval blijk van het gegeven dat het ooit modern moet zijn geweest of tenminste in een bepaald tijdsbeeld paste, althans bij NN. Mijn beeld van de klant was echter heel anders in de twintig jaar dat ik het assurantievak heb mogen uitoefenen. En ik was ik altijd meer content met de term die sommige klanten hanteerden van ‘mijn tussenpersoon’. In die situatie vind ik de bezitsvorm ‘mijn’ eerder acceptabel en verantwoord.
Terug naar de kern van de zaak: ‘de klant versus het intermediair’. Zoals door velen is geconstateerd, is er het een en ander in beweging in verzekeringsland dat de gemoederen bij het intermediair bezighoudt. Veel van die bewegingen schuren langs het belang van het intermediair af of dringen daar op slinkse wijze in.
Benzinepomp
In mijn optiek hebben deze ontwikkelingen zich in een andere bedrijfstak de laatste decennia reeds voorgedaan en zijn de kaarten ten aanzien van het intermediair (lees: wederverkoper) dan ook geschud, nadat ze vooraf zorgvuldig waren gestoken. Ik neem u mee terug in de tijd. Ongeveer vijftig jaar geleden ontstond zowel in de verzekeringsbranche als in de motorbrandstoffen een gelijke ontwikkeling met betrekking tot het creëren van verkooppunten. Iedere rijwielhandelaar, dorpssmid of autohersteller, al of niet de term garage laat staan dealer waardig, kreeg de aanbieding van een of andere oliemaatschappij om er een benzinepompje bij te exploiteren.
Evenzo werden personen die binnen een bepaalde gemeenschap enig aanzien genoten of wat extra actief waren – bijvoorbeeld als vrijwilliger bij de vakbond of voetbalclub – benaderd om als bijverdienste verzekeringen te verkopen. Geen verzekeraar maakte zicht druk om een productieniveau, ook niet de oliemaatschappij; verkooppunten aanleggen was het motto.
De sanering in de motorbrandstoffenbranche nadert zijn voltooiing, al is het dan tien jaar later dan gepland, maar toch. De enige die hierbij garen hebben gesponnen zijn de oliemaatschappijen zelf. Concurrentie zoals die in het begin van de jaren tachtig nog wel voorkwam, behoort tot het verleden. De methodes die bij de sanering zijn gehanteerd waren bepaald niet dealer- (lees: tussenpersoon-)vriendelijk. In het beste geval kon je aansluiten bij een saneringsregeling, maar dan wél met de restrictie per omgaande de tent te sluiten; en daardoor je inkomstenbron letterlijk en figuurlijk te zien opdrogen. Daarna maar afwachten wanneer en met welke kwaliteit de sanering werd uitgevoerd. De consument betaalde de rekening door middel van een opslag van 1 cent per liter brandstof. Het aantal verkooppunten is met 70% gereduceerd en dat geldt naar rato voor de distributiekosten; tel uit je winst.
Kaarten geschud
Met betrekking tot de sanering in de verzekeringsbranche zie ik een vergelijkbare ontwikkeling. Ook hier zijn de kaarten inmiddels geschud en naar mijn overtuiging ook vooraf zorgvuldig gestoken. Door middel van captives slagen met name de grote maatschappijen erin een marktaandeel te bemachtigen op een wijze die aan duidelijkheid alles te wensen overlaat. Kleinere agentschappen worden gewoon niet meer of heel slecht bediend waardoor de samenwerking vanzelf opdroogt. Nieuwe agentschappen worden slechts verstrekt met de nodige productieverplichtingen en wordt hieraan niet voldaan, dan vervallen de klanten aan de maatschappij. Tel uit je winst.
Dat het rendabel in bedrijf houden van die captives niet altijd even succesvol is, hebben we het laatste jaar bij herhaling in vakpers kunnen vernemen (zie bijvoorbeeld het jongste nummer van AM). Het is opmerkelijk dat Aegon er vaak bij betrokken is, althans volgens de publicaties. Of is het misschien heel begrijpelijk, vanwege de actieve deelname in deze vorm van het ‘portefeuilles inlijven’. Hoewel Aegon twintig jaar lang mijn primaire maatschappij is geweest, gun ik ze dit verlies van harte.
Het logisch gevolg is, dat de schreeuw van de NVA over de onpartijdigheid van haar leden de laatste tijd in hoog tempo afzwakt. Maar de NVA zou geen goede belangenvereniging zijn als ze inmiddels niet iets nieuws bedacht had waarmee haar leden zich in kwalitatieve zin kunnen onderscheiden: ‘de assurantiemakelaar’
Het moet de waan van alledag zijn, als je als belangenorganisatie van mening bent om een keurmerk in het leven te roepen dat daags tevoren door de overheden van de EG (voor zover het daar ooit bestond) is afgeschaft. Dat zij in de NBVA een bloedbroeder heeft gevonden, geeft te denken. Ik kan me dan ook niet aan de indruk onttrekken, dat binnen afzienbare tijd de belangenverstrengeling ook hier vanaf druipt. Maar foei toch, misschien ben ik rond deze Kerst wel met wat al te slechte gedachten bezig en wordt het ook voor mij wellicht tijd voor enige spirituele bezinning.
Een advies aan de heer N.J. Breur uit Dordrecht naar aanleiding van zijn ingezonden brief in AM 24: Een koning die geen oorlog wil voeren, geeft zijn land prijs. Een koning die wel oorlog wil voeren, schat zijn kansen in.
Als het intermediair in zijn traditionele vorm die oorlog wil voeren, acht ik de kans van een verkeerde inschatting groot: immers, als het door hem al aangegeven wapen ‘geld’ bepalend is voor de uitslag van die oorlog, laat het resultaat zich makkelijk raden. Mede om die reden en mijn leeftijd van 57 jaar heb ik mijn wapens ingeleverd, maar wens ik van harte, allen die de oorlog aandurven veel succes toe.
Dit is de laatste respons van Jan Bennenbroek uit Deurne die, na twintig jaar werkzaam te zijn geweest in het verzekeringsvak, samen met echtgenote van, naar wij hopen, een welverdiende rust mag gaan genieten. Of dat onze verdienste is, wordt op zijn minst bepaald door de klanten die wij in de achterliggende periode van dienst mochten zijn; en niet door welke maatschappij(en) dan ook.” Jan Bennenbroek, j.bennenbroek@wxs.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.