nieuws

De auto van de zaak in de pensioengrondslag!

Archief

De auto van de zaak mag tot de pensioengrondslag gaan behoren. Dit heeft de Hoge Raad bepaald in een arrest. De vraag is welk effect het arrest heeft op de voorgestelde Witteveen-wetgeving inzake flexibele pensionering, zoals die op dit moment voor advies bij de Raad van State ligt. Het arrest is zo algemeen geformuleerd dat meerdere vormen van loon in natura tot de pensioengrondslag kunnen gaan behoren.

door Alfred Lagendijk
De Hoge Raad heeft de uitspraak gedaan dat het genoten voordeel van het structureel ter beschikking stellen van een personenauto in de pensioengrondslag mag worden begrepen. Eerder had het Gerechtshof deze uitspraak al gedaan.
Het arrest van de Hoge Raad (van 19 november 1997) anticipeert op de voorgestelde wetgeving inzake flexibele pensionering. De Commissie Witteveen heeft in haar rapport de aanbeveling gedaan om loon in natura – waaronder het genoten voordeel van het structureel ter beschikking stellen van een auto van de zaak – in de pensioengrondslag te begrijpen.
Een onderscheid wordt in het rapport Witteveen gemaakt tussen loon in natura dat structureel tot het salaris behoort en loon in natura dat niet tot het vaste salaris behoort. In het eerste geval kan via alle pensioensystemen pensioen worden opgebouwd over deze loonbestanddelen. In het tweede geval is het alleen mogelijk om pensioen op te bouwen via een middelloon- of beschikbaar premiesysteem.
De aanbeveling vormt het belangrijkste argument voor het Hof om te oordelen dat de pensioenregeling van de belastingplichtige in casu naar maatschappelijke opvattingen redelijk moet worden geacht. Zonder aandacht te besteden aan hetgeen meestal aan de orde komt bij een afweging van het criterium maatschappelijke redelijkheid, oordeelt het Hof dat niet aannemelijk is geworden dat de maatschappelijke opvattingen in het relatief korte tijdsverloop tussen 1 januari 1991 en augustus 1995 – het moment waarop het Witteveen-rapport verscheen – in enigszins betekenende mate zijn gewijzigd.
Niettemin is in de uitspraak aangegeven dat de auto van de zaak ‘structureel in het salaris is begrepen’. Ik ga er vanuit dat dit betekent dat de auto een vast onderdeel van de arbeidsvoorwaarden vormt. In dat geval mag de verhoging van de pensioengrondslag onderdeel uitmaken van een eindloonsysteem.
In het arrest wordt niet geheel duidelijk welk opbouwsysteem wordt gehanteerd. Er wordt geprocedeerd over een auto van f 100.000 hetgeen duidt op een proefprocedure. De naheffingsaanslag vindt niet plaats over de totale waarde van de aanspraak, maar over de aanspraak over het tijdvak van een jaar. Niettemin duidt ‘structureel in het salaris begrepen’ op de mogelijkheid in een eindloonsysteem de pensioengrondslag te verhogen met de fiscale bijtelling van de auto van de zaak en hierover een backservice te nemen.
Wetgeving
Het arrest komt op een plezierig moment. De wetgeving naar aanleiding van het rapport Witteveen laat immers al ruim twee jaar op zich wachten. Ongetwijfeld zal het beroep in cassatie door de staatssecretaris zijn ingegeven door de wens het belastinguitstel en daarmee de nadelen voor ’s Rijks kas door verhoging van de pensioenrechten te beperken.
De staatssecretaris heeft echter naar mijn mening door het invoeren van een fictief loon voor directeuren-grootaandeelhouders reeds bewerkstelligd dat de pensioenlasten in aanzienlijke mate zijn toegenomen. Eén van de uitgangspunten van het Rapport Witteveen is neutraliteit van lasten. De vraag is of de staatssecretaris in de nieuwe wetgeving de nu ontstane flexibiliteit met een beroep op neutraliteit van lasten zal indammen.
Ook hangt het overgangsrecht boven het hoofd van diegenen die nu de bestaande pensioenregeling willen aanpassen. Zij zullen wellicht onmiddellijk van een opbouwpercentage van 2,33 terug moeten naar 2. De status en inhoud van het overgangsrecht zijn nog steeds bijzonder onduidelijk.
Praktijk
Met name voor individuele pensioenregelingen is het arrest van belang. In de onderhandelingen tussen werkgever en werknemer over de arbeidsvoorwaarden kan overeengekomen worden dat de fiscale bijtelling van de auto in de pensioengrondslag wordt begrepen.
De vraag is dan wel wie de premies zal gaan betalen. Daarom is het arrest alleen interessant voor werknemers die hetzij deze premies zelf dragen, hetzij in de positie zijn dat zij kunnen bedingen dat de werkgever de premies als gevolg van de verhoging van de pensioengrondslag draagt.
In deze laatste categorie valt ook de directeur-grootaandeelhouder (dga). De dga heeft overigens altijd een andere mogelijkheid om de auto van de zaak in zijn pensioengrondslag op te nemen. Hij kan zijn pensioengevend salaris verhogen met de bijtelling van de auto en daarnaast een eigen bijdrage overeenkomen ter grootte van hetzelfde bedrag.
Van belang is dat de werknemer die zijn auto in de pensioengrondslag wenst op te nemen, met zijn werkgever overeenkomt dat zijn pensioentoezegging wordt uitgebreid en tevens aandacht besteedt aan de vraag wie de lasten voor de uitbreiding van deze toezegging voor zijn rekening neemt.
Maaltijden
Naast de mogelijkheid om pensioen op te bouwen over de bijtelling ter grootte van 20% van de aanschafwaarde van de auto, is voor werknemers die meer dan 30 km reizen ook de 24%-regeling – in de rechtspraak verworpen – in dit geval zelfs nog toepasbaar. Overigens is het zaak om bij vervanging van de auto nog eens naar de hoogte van het pensioen te kijken.
Met name bij een eindloonregeling kan een auto met een aanzienlijk hogere of lagere waarde een behoorlijk effect hebben op de hoogte van het pensioen. De weg staat echter open om de pensioengrondslag te verhogen met andere loon in natura-bestanddelen, zoals maaltijden, producten van de zaak, abonnementen op tijdschriften en kranten etc. Dit is zeker geen onhaalbare kaart.
Een ander aspect is dat nu wordt geanticipeerd op de aanbevelingen van de Commissie Witteveen. De Staatssecretaris van Financiën heeft in zijn brief aan de Tweede kamer gemeld welke aanbevelingen wel direct in de praktijk konden worden toegepast en voor welke aanbevelingen wetgeving noodzakelijk was. Mijn ervaring is dat belastinginspecteurs geen duidelijke beleidslijn hebben wat wel en wat niet wordt toegestaan. Sommige inspecties staan elementen toe die naar de mening van de Staatssecretaris nog invoering behoeven, terwijl andere inspecties van geen enkele aanbeveling invoering toestaan. Tot de voorgestelde wetgeving is ingevoerd, is onderhandelen daarom noodzakelijk.
Mr. Alfred S. Lagendijk is werkzaam bij de Fiscale en Juridische Sectie Pensioenen & Verzekeringen van Coopers & Lybrand Amsterdam.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.