nieuws

Datum in Handelsregister is niet altijd heilig

Archief

Een kantoorinrichtingsgroothandel heeft per 1 januari 1988 voor zijn directeur een arbeidsongeschiktheidsverzekering gesloten. Hem wordt op 19 december 1989 met onmiddellijke ingang ontslag aangezegd. De 46-jarige man bestrijdt de rechtmatigheid hiervan. Hij wordt kort daarna, op 28 december, getroffen door een hartaanval en is sindsdien arbeidsongeschikt. Later is hem, per 5 februari 1990, ontslag verleend. Uiteindelijk is, in het kader van een minnelijke regeling, toch 19 december 1989 als ontslagdatum aangehouden en als zodanig in het Handelsregister opgenomen…

De aov-verzekeraar had op 3 januari 1990 het bericht ontvangen dat de directeur op 28 december 1989 door een hartinfarct arbeidsongeschikt was geworden. Vervolgens heeft deze verzekeraar aan hem over de periode 28 december 1989 tot en met 27 februari 1993 een bedrag van meer dan f 235.000 uitgekeerd.
Een in 1992 uitgevoerd onderzoek leerde verzekeraar, dat in het Handelsregister ’19 december 1989′ als ontslagdatum te boek stond. Het gedekte risico – inkomstenderving – is dus volgens hem niet ingetreden door het arbeidsongeschikt worden. De artikelen 250 en 268 WvK vereisen dat de verzekerde op het moment van de schade belang heeft bij het voorwerp van verzekering. Dat belang ontbreekt volgens verzekeraar.
Poging tot schikking
De verzekeraar vordert vervolgens de gedane uitkeringen minus de betaalde premies terug: een bedrag van ruim f 215.000.
De voormalige groothandelsdirecteur weigerde dit, waarna de verzekeraar een vergeefse poging ondernam om tot een schikking te komen. De directeur dient een klacht in bij de Raad van Toezicht op het Schadeverzekeringsbedrijf.
Terecht verzet
De Raad van Toezicht concludeert, dat de directeur zich terecht had verzet tegen de op 19 december 1989 genomen ontslag-beslissing door de in Duitsland gehouden algemene aandeelhoudersvergadering.
“Het besluit om klager ontslag te verlenen is opnieuw genomen op 5 februari 1990 in Nederland. Vervolgens zijn klager en zijn werkgeefster overeengekomen dat klager bewilligde in het hem gegeven ontslag. Daarbij is overeengekomen dat 19 december 1989 als datum van beëindiging van de dienstbetrekking zou worden aangehouden”. De Raad van Toezicht oordeelt, dat klager zich met juistheid op het standpunt heeft gesteld dat hij op 28 december 1989, de datum waarop hij ziek is geworden, nog niet was ontslagen. Op die dag ontstond derhalve de uitkeringsverplichting voor de verzekeraar. “Aan de overeenkomst van klager met zijn werkgeefster, waarbij verzekeraar geen partij was en waarbij de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht werd beëindigd, kan verzekeraar niet ontlenen dat hij alsnog van die verplichting werd ontslagen. Verzekeraar heeft ook geenszins aannemelijk gemaakt dat klager en zijn werkgeefster met de bedoelde overeenkomst beoogden verzekeraar te ontslaan van zijn reeds vermelde verplichting.”
Tegen beter weten in
Verzekeraar kan zich volgens de Raad niet beroepen op de Handelsregister-mutatie m.b.t. 19 december 1989 omdat “verzekeraar ervan kennis draagt dat het op 19 december 1989 aan klager gegeven ontslag niet geldig was”.
De Raad van Toezicht komt tot de slotsom dat de door verzekeraar aangevoerde gronden niet toereikend zijn voor zijn weigering enige uitkering aan klager te doen. “De klacht is derhalve gegrond”.
Uitspraak nr IV-96/1

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.