nieuws

Daling aantal examen- kandidaten zet door

Archief

De dalende trend in het aantal deelnemers aan SEA-examens, die in 1999 begon, heeft zich ook over het afgelopen jaar voortgezet. In het examenjaar 1999/2000 namen 33.010 kandidaten deel aan de examens; in 2000/2001 waren dat er 26.886. Een daling van bijna 19%.

“De daling is nog niet afgenomen”, zegt SEA-directeur Jan Janse. “Bij het Assurantie B-examen van afgelopen januari namen 21% minder kandidaten deel, dan vorig jaar. Als je kijkt naar de andere examens dan is nu al een daling van 18% te constateren.”
Als factor die sterk van invloed is op de daling noemt de Stichting Examens Assurantiebedrijf (SEA) in haar jaarverslag de herziening van de inkomstenbelasting. “Het feit dat daardoor een aantal producten op het gebied van bijvoorbeeld lijfrenteverzekeringen minder aantrekkelijk zijn geworden, heeft zich vertaald in een aanzienlijke achteruitgang in het aantal deelnemers voor examens op het gebied van levensverzekeringen.”
Als tweede, meer structurele oorzaak wordt genoemd de conjuncturele ontwikkeling in Nederland van de afgelopen jaren. Gedoeld wordt op de krapte op de arbeidsmarkt. “Om te voorkomen dat door grootschalige onderbezetting de bedrijfsprocessen in gevaar zouden komen, zijn bij toetreding van medewerkers tot de bedrijfstak de eisen met betrekking tot de kwalificering door landelijke geldende diploma’s en certificaten minder scherp gehanteerd, dan in het verleden het geval was.” De SEA heeft vooral een sterke inflatie van diploma-eisen vastgesteld bij het onderdeel Transport.
Verder constateert de SEA dat er een verschuiving is opgetreden van diploma’s en certificaten met een landelijk herkenbare uitstraling naar interne opleidingen met bedrijfseigen toetsing en certificering. “Er is op deze wijze een duidelijke wijziging in de opleidings- en toetsingsbehoefte ontstaan. Van langlopende trajecten met een afsluitend examen, dat maximaal twee maal per jaar werd afgenomen, gingen met name verzekeringsmaatschappijen over op korte trajecten, met overzichtelijke onderdelen die intern tussentijds werden getoetst. Hierbij werd het resultaat direct bekend en kon de eventuele herkansing snel volgen. Vaker dan in het verleden zijn deze trajecten ingebed in een loopbaanontwikkelplan, waarbij gestuurd wordt op competenties in plaats van functies. De diplomastructuur zoals de SEA deze kent, sluit in mindere mate op deze ontwikkeling aan.”
Heroriëntatie
Volgens SEA-directeur Janse heeft de daling nog geen bedrijfsmatige consequenties voor het instituut. “Maar we moeten het wel scherp in de gaten houden.”
Om op de gewijzigde omstandigheden in te spelen, is de SEA in het verslagjaar van start gegaan met een ‘strategische heroriëntatie’ voor de middellange termijn. “Wij zoeken aansluiting bij de markt. Wij zijn met een aantal branchepartijen in gesprek om te inventariseren wat de behoefte is bij het opleiden van hun personeel. Kernpunten daarbij zijn: vaker examineren; meer op maat examineren en het verkorten van de uitslagtermijn. Verder zijn we nadrukkelijk aan het kijken of de huidige diplomastructuur nog wel voldoet.”
Een en ander wordt gevat in een business-plan, gebaseerd op een heldere visie en missie. Janse geeft verder aan dat in het huidige toezichtsdebat gesproken wordt over een aanscherping van de opleidingseisen. “Als exameninstituut moeten wij daar bij betrokken zijn.” De SEA-directeur ziet eveneens een duidelijke rol weggelegd voor het instituut bij de periodieke toetsing van het stelsel van permanente educatie. “Ik vind dat een onafhankelijk instituut dat op zich moet nemen en wij zouden dat heel goed kunnen.”
Klachten
In het jaarverslag wordt ingegaan op de klacht dat het aantal gestelde vragen bij de examens niet in verhouding staat tot de beschikbare tijd. Ook zijn er klachten over de duidelijkheid van de vragen.
“Die bezwaren nemen wij heel serieus. Het is voor een examencommissie moeilijk inschatten hoeveel tijd het kost om een examen te maken, als je niet zoals de examencommissie zelf, goed in de materie zit. Wij laten nu de commissie zelf de examens maken en kijken er heel kritisch naar.”
“Bij het examen Pensioenpraktijk hebben we vanuit diverse kanten klachten gekregen over de beschikbare tijd. Dat hebben we heel serieus genomen, wat er in geresulteerd heeft dat er twaalf punten compensatie is toegekend. Wij maken daarbij wel de kanttekening dat de examenkandidaat zelf ook economisch met de beschikbare tijd moet omgaan. Hij moet zich niet driekwartier vastbijten in een opgave waar hij alsnog niet uitkomt. Dat is ervaring die de kandidaat moet opdoen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.