nieuws

Continuïteit van de volmachtmarkt

Archief

In AssurantieMagazine van 17 oktober jl. (pag. 45) staat een betoog van Arthur Goes, directeur Volmachten van Avéro Achmea, over de continuïteit van de volmachtmarkt. Die beschouwing heeft een reactie ontlokt aan Hans Hagebeek, manager Techniek & Contractbeheer van Amev Volmachten.

“In bedoeld artikel wekt Arthur Goes de suggestie dat het negatieve resultaat van het volmachtkanaal, zeker als dit wordt gebenchmarkt met de provinciale tekening, voor een groot deel wordt veroorzaakt door het kostenpercentage bij de volmachtgevers alsmede door de gehanteerde premiereserveringsmethodiek.
In het artikel wordt als voorbeeld een Financieel Kwartaaloverzicht getoond waaruit blijkt hoezeer een startende gevolmachtigde te lijden heeft onder de premiereservemethodiek van de volmachtgever. Dit voorbeeld kan in mijn ogen alleen gehanteerd worden bij gevolmachtigden, die voor het eerst in het vierde boekjaarkwartaal van enig jaar premie in volmacht boeken. Van deze premie is in het betreffende boekjaar inderdaad slechts 1/8 verdiend en wordt 7/8 doorgeschoven naar het volgende boekjaar, hetgeen natuurlijk terecht is.
Goes stelt voorts dat bij het 1/8-systeem per maand, 1/8 van de geboekte premie als verdiend wordt beschouwd. Dit is feitelijk onjuist. Deze redenering volgend zou iedere geboekte premie na 8 maanden geheel verdiend zijn. Natuurlijk is het zo, dat bij een sterk groeiende portefeuille de bruto verdiende premie lager is dan de bruto geboekte premie en dat dit een negatief effect heeft op het resultaat. Dit geldt echter evenzeer voor de provinciale tekening van een verzekeraar.
Ik ben het met hem eens, dat de continuïteit van het volmachtbedrijf valt of staat met de winstgevendheid van de portefeuille en ook met zijn slotopmerking, waarbij hij zich afvraagt of dit besef bij alle gevolmachtigden wel is doorgedrongen.
Goes wekt voorts op zijn minst de indruk dat volmachtgevers in zijn algemeenheid bij het verbeteren van het rendement terugvallen op generieke maatregelen en stelt zijn maatschappij als positieve uitzondering hierop, doordat met de gevolmachtigde onderzoek wordt gedaan naar de resultaten en daarop toegesneden maatregelen worden genomen.
Ik ben van mening, dat beide mogelijk en noodzakelijk zijn. Generieke maatregelen zijn immers een uitvloeisel van het volmachtbeleid van een maatschappij. Indien vervolgens het resultaat van een bepaalde gevolmachtigde tegenvalt, wordt samen met het betreffende kantoor onderzoek gedaan naar de oorzaken en worden adequate maatregelen genomen om tot rendementsverbetering te komen.
Jammer is, dat het belang van de gevolmachtigde bij het behalen van goede rendementen niet nader is belicht. Immers, de gevolmachtigde is bij uitstek degene, die door goede klant- en risicoselectie, gekoppeld aan een in de organisatie ingebed beheer en tenslotte een reëel schadebeleid, het rendement bepaalt. Alleen indien gevolmachtigden hier verantwoord en binnen de grenzen van hun eigen kennis en kunde mee omgaan, is de kans op een structureel positief resultaat aanwezig.
Als maatschappij scheppen wij randvoorwaarden en ondersteunen wij waar mogelijk/nodig, maar de gevolmachtigde is degene, die uiteindelijk voor het resultaat zorgt en daar ook richting volmachtgever verantwoording over aflegt.”
Hans Hagebeek,
Amev Volmachten

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.