nieuws

Consumentenbond plaatst kanttekening bij SER-advies

Archief

Felix Cohen, voorzitter van de Consumentenbond, is voorstander van een openbaar centraal register waarin niet alleen de diploma’s van de ondernemer zijn opgenomen, maar ook die van de adviserende werknemers. Cohen hield dit pleidooi tijdens de behandeling door de SER van het ontwerpadvies ‘Bemiddeling in financiële diensten’ (zie ook AM 19, pag. 1).

De Consumentenbond-voorzitter plaatste diverse kanttekeningen bij het aspect ‘deskundigheid’ in het SER-advies. “Niet alleen de deskundigheid van de ondernemer moet worden geregistreerd, maar ook de deskundigheid van de persoon die het advies uitbrengt”, aldus Cohen. Instituten die diploma’s afgeven, kunnen volgens hem de gegevens voor deze databank aanleveren. “Het argument van een enorme administratieve rompslomp gaat niet op. De bedrijven zelf hoeven er niets voor te doen”, betoogde Cohen.
De voorman van de Consumentenbond haalde nog maar eens een onderzoek aan van juni vorig jaar, waarbij de fiscale kennis van de bemiddelaars werd onderzocht. “Het was bedroevend”, zei Cohen. “Vijftig procent van de onderzochte doelgroep gaf een foutief antwoord. Daarnaast moeten wij constateren dat veel bedrijven draaien op een vergunning die ter beschikking is gesteld aan het bedrijf. Vervolgens worden er vijftig werkstudenten aan het werk gezet, die de producten moeten verkopen.”
Een ander argument voor een centraal diplomaregister is volgens Cohen dat de openheid over de diploma’s die aanwezig zijn bij een kantoor, een stimulans kan zijn voor betere opleidingseisen. De tegenwerping dat het een enorme administratieve rompslomp zou zijn, haalde Cohen onderuit door met wat cijfertjes te strooien. “Het gaat maar om 30.000 adviseurs. Als we kijken naar centrale registers zoals die er zijn voor artsen (53.0000), fysiotherapeuten (32.000) en verpleegkundigen (ruim 200.000), waar hebben we het dan over? Inderdaad, het kan niet draaien op de spelcomputer van één van uw kinderen, maar zo groot is het bestand nou ook weer niet”, hield Cohen de raadsleden voor.
Kosten
“Een argument dat tegen zo’n centraal register pleit, de hoge opleidingskosten, daar hoor ik u helemaal niet over. Het openbaar maken van deze diplomagegevens heeft tot gevolg dat de opleidingskosten inderdaad de pan uit kunnen rijzen. Die kosten zullen dan ook doorberekend worden aan de consument. Maar daar kunnen wij als Consumentenbond prima mee leven”, aldus Cohen.
Cohen ziet zich gesteund door de Autoriteit Financiële Markten die wel oren heeft naar zo’n openbaar diplomaregister, maar het “ambitieus” noemt. De brancheorganisaties NBVA en NVA zijn niet enthousiast over de plannen van de Consumentenbond. “Voor hen is het een stap te ver. Ik verwacht niet dat ze op hun schreden zullen terugkeren”, aldus Cohen.
Hij tracht wel bij de politiek een luisterend oor te vinden. “Maar de kamerleden hebben de complete dossiers nog niet gelezen. Het ontbreekt hen nog aan de nodige kennis van deze dossiers.”
Aansprakelijk
Commissievoorzitter Franken diende Cohen van repliek. “De bemiddelaar is de ondernemer. Hij heeft een vergunning voor het voeren van die onderneming. Dat wordt neergelegd in een centraal register. De Consumentenbond wil verder. Niet alleen per onderneming, maar ook per medewerker. De commissie is van mening dat er argumenten zijn aan te voeren dat zo’n uitgebreid register wenselijk is, maar het levert een enorm pakket aan administratieve lasten op”, aldus Franken.
“Bovendien is de werkgever vergaand aansprakelijk voor het functioneren van zijn medewerkers. Op beunhazerij staan zware sancties. Dat laat echter onverlet dat zo’n vergaand centraal register zoals de Consumentenbond voor ogen staat, bottom-up opgepakt kan worden. Zo’n diplomaregister zou per onderneming bijgehouden kunnen worden. Vervolgens zou dit verder verbreed kunnen worden”, aldus Franken.
Instemming
Aan het eind van de behandeling bleek dat alle aanwezigen zich konden vinden in het ontwerpadvies en dat werd dan ook unaniem aangenomen. Het Verbond van Verzekeraars, NVA en NBVA hebben instemmend gereageerd op het SER-advies.
“Het Verbond kan zich vinden in het advies om de vergunningsplicht te laten rusten op de ondernemer, waardoor de verantwoordelijkheid voor het opleidingsniveau en integriteit van de medewerkers ook daar komt te liggen”, aldus het Verbond in een reactie. Verder vindt het Verbond het ook belangrijk dat er in het advies een duidelijke omschrijving wordt gegeven van het begrip zorgplicht; bemiddelaar en aanbieders zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de door hen aangeboden financiële producten.
De NBVA reageert eveneens instemmend. “Doordat in het SER-advies de bemiddelaar in brede zin is gedefinieerd, past dit in de gedachte van een level playing field waar de NBVA zich hard voor maakt.”
De NBVA kan zich verder vinden in het pleidooi van de SER om de onderneming vergunningplichtig te laten zijn en dus niet te vereisen dat elke werkzame persoon in de financiële bemiddeling geregistreerd dient te worden. De belangenorganisatie ondersteunt tevens het advies van de SER om een overlegorgaan in het leven te roepen dat intensief overleg zal voeren met de Autoriteit Financiële Markten. “Dit bewerkstelligt een grote mate van realiteitsgehalte. De uitwerking van de plannen kan daarmee op een groot draagvlak rekenen. Hierbij hecht de NBVA eraan dat voor een efficiënt functioneren van zo’n overlegorgaan, de SER spreekt van Stichting Overleg Financiële Diensten (SOFD), het zich qua samenstelling zou dienen te beperken dot de direct belanghebbende, door de overheid erkende, representatieve organisaties.”
De NVA laat in een reactie weten te hopen op een belangrijke rol in dit overlegorgaan. “Het is voor de NVA evident dat de toezichthouder zijn rol alleen maar goed kan vervullen wanneer dat in goed overleg met de vertegenwoordigers van de bedrijfstak gebeurt.”
Felix Cohen: “Het gaat maar om 30.000 adviseurs. Als we kijken naar registers voor artsen (53.000), fysiotherapeuten (32.000) en verpleegkundigen (ruim 200.000); waar hebben we het dan over?”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.