nieuws

Consumentenbond: één toezichthouder voor alle financiële diensten

Archief

De Consumentenbond wil dat de Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK), de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) en De Nederlandsche Bank (DNB) samensmelten tot één toezichtsorgaan voor de financiële dienstverlening. Ook tussenpersonen zouden onder dat toezicht moeten vallen. Het nieuwe instituut zou zich verder moeten ontfermen over alle klachten in de diverse vakgebieden.

“Waar moet iemand terecht die bij een bankinstelling, die gecertificeerd is als hypotheekbemiddelaar en als financieel planner, een hypotheek sluit, gecombineerd met een levensverzekering en een effectenrekening?”, was de vraag die Consumentenbond-medewerker Rob Goedhart stelde tijdens een congres van het Nederlands Studie Centrum (NSC) over de toekomst van het intermediair. “Als hier iets misgaat, dan heeft deze klant de keuze uit wel vijf klachteninstituten. Dat is niet goed.”
Goedhart pleitte tevens voor het onder één dak brengen van de drie bestaande toezichthouders PVK, STE en DNB. “Bovenstaand voorbeeld toont al aan hoezeer de disciplines verzekeren, sparen, beleggen en financieren in elkaar overlopen. Het toezicht op die financiële wereld moet je dus ook samenbrengen.”
Volgens de Consumentenbond moet er één toezichts- en klachtenorgaan komen voor de financiële dienstverlening, en dan niet alleen voor de aanbieders maar ook voor het intermediair. “De assurantietussenpersoon bestaat niet meer. Er wordt onder deze vlag een veelheid aan diensten aangeboden, waardoor het beter is te spreken van financieel intermediair. De verzekeringsbranche heeft met het Klachteninstituut Verzekeringen voor zowel tussenpersonen als verzekeraars een aardige aanzet gegeven. Daar moet een vervolg aan gegeven worden, voor alle financiële disciplines.”
Tussenpersonen
Harry de Meij, hoofd van de afdeling vestigingswetten van de SER en als zodanig belast met het bijhouden van het vestigingsregister van assurantietussenpersonen, vindt niet dat het toezicht op tussenpersonen automatisch moet belanden bij de toezichthouder op de productaanbieders (banken, verzekeraars en effecteninstellingen). Volgens De Meij kan het huidige model volstaan, maar is daarbinnen wel een belangrijke rol weggelegd voor vezekeraars. “Voor een goede werking van een wettelijke regeling voor het intermediair is de medewerking van de aanbieders van financiële diensten een vereiste.”
De Meij acht verzekeraars aansprakelijk voor gedragingen van hun tussenpersonen. “De aanbieder moet toezien op de kwaliteit van zijn distributiekanaal. Per slot van rekening zijn het hulppersonen van wie de aanbieder zich bij de verwezenlijking van zijn doel, productverkoop, bedient. Deze verantwoordelijkheid moet minder vrijblijvend in regelgeving worden opgenomen dan nu het geval is. Daarbij denk ik aan een vorm van risico-aansprakelijkheid.”
Volledige risico-aansprakelijkheid gaat volgens de SER-medewerker te ver. “Dat zou geen recht doen aan het zelfstandig ondernemerschap van tussenpersonen. Er is echter wel een schaal denkbaar van stelselmatig door de aanbieder te verrichten controles op het reilen en zeilen van het bemiddelingsbedrijf. Die aanbieders die zich niets of nagenoeg niets gelegen laten liggen aan de kwaliteit van hun distributiekanaal, hoeven niet geheel te worden gevrijwaard van aansprakelijkheid als het misgaat.”
Ondenkbaar
Het betoog van De Meij is mede ingegeven door het onvermogen van de SER om actief toezicht uit te oefenen op assurantietussenpersonen. “De Wabb is ook een vestigingswet en géén toezichtswet”, zo verdedigde De Meij die constatering van diverse congresbezoekers. “Maar per jaar worden door onze afdeling zo’n 35.000 tot 40.000 poststukken verwerkt en worden er door de Economische Controle Dienst (ECD) of de Fiscale Opsporingsdienst (Fiod) enkele tientallen keren per jaar fysiek, ter plaatse, controles uitgevoerd.”
Het resultaat is in de ogen van De Meij evenwel onvoldoende. “Vorig jaar zijn er bij ons dertig klachten binnengekomen over tussenpersonen en dat heeft in twee gevallen tot doorhaling uit het register geleid wegens schending van de standseer. Maar op een bestand van 23.000 tussenpersonen is deze ‘oogst’ ondenkbaar.” Eén van de oorzaken ligt volgens de SER bij de lakse houding van verzekeraars. “Verzekeraars zijn actief in het veld, bezoeken vele kantoren en hebben dus veel voelsprieten. Zij zouden veel actiever moeten zijn in het verstrekken van gegevens aan de SER, zodat wij actie kunnen ondernemen.”
In plaats daarvan controleert menig verzekeraar volgens De Meij niet eens of een tussenpersoon wel is ingeschreven in het SER-register, danwel de productaanbieder laat zich daar weinig aan gelegen. “In het laatste geval wordt er overgegaan tot alternatieven als ‘voorlopig’ accepteren, ‘reserveren’ van provisie tot de inschrijving bij de SER een feit is of bemiddeling ‘zonder provisie’. Maar dat is allemaal onzin en niet toegestaan. Dit zijn economische delicten.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.