nieuws

Conflict over schuldloze derde en aansprakelijkheid

Archief

Twee verzekeraars worden het niet eens over het van toepassing zijn van Bedrijfsregeling 7 (schaderegeling schuldloze derde). Autoverzekeraar A meent dat verzekeraar B voor 50% moet participeren. Verzekeraar B vindt dat hij dat niet hoeft. De verzekeraars leggen de zaak voor aan de Geschillencommissie Schadeverzekeraars.

Er vindt een botsing plaats tussen een auto – verzekerd bij verzekeraar A – en een bij verzekeraar B verzekerde bromfiets met passagier, waarbij de passagier gewond raakt. Dit komt doordat de personenauto in een scherpe bocht naar links onvoldoende rechts heeft gehouden en daardoor de tegemoetkomende bromfietser met passagier raakte. Dit weggedeelte was echter voor bromfietser verboden. Bovendien reden beide voertuigen te hard en droeg de passagier geen helm.
Het geschil
Een door verzekeraar A ingeschakeld schaderegelingsbureau heeft de schade voor de passagier in behandeling genomen. Het schaderegelingsbureau verzoekt verzekeraar B op grond van Bedrijfsregeling 7 voor 50% te participeren. Verzekeraar B is echter tot de conclusie gekomen dat hij dat niet hoeft, omdat de passagier niet schuldloos is en dat zijn verzekerde niet aansprakelijk is. Het ontbreken van aansprakelijkheid, aldus verzekeraar B, houdt in dat zijn verzekerde niet als betrokkene in de zin van de Bedrijfsregeling 7 kan worden aangemerkt. En het daarom in strijd is met de redelijkheid en billijkheid om participatie te verlangen.
Verzekeraar B vindt de passagier niet schuldloos, omdat zij geen helm droeg en de schade daarom aan haarzelf toegerekend kan worden. Verder meent verzekeraar B dat de bij verzekeraar A verzekerde automobilist had kunnen en moeten weten dat hij reed over een weg waar bromfietsers niet waren toegestaan. Tot slot stelt verzekeraar B dat het ontbreken van de aansprakelijkheid vaststaat, omdat het niet relevant is dat de bromfietser met het slachtoffer reed daar waar dat niet was toegestaan en de maximum snelheid was overschreden. Wat betreft dat laatste beargumenteert verzekeraar B dat motorfietsen er wel mogen rijden en de voor een motorfiets geldende maximum snelheid zeker niet was overschreden.
Oordeel van de commissie
Volgens de commissie is er geen aanleiding om aan te nemen dat de passagier enige schuld treft aan het ontstaan van het verkeersongeval. De stelling van verzekeraar B dat het slachtoffer had moeten weten dat er gereden werd daar waar dat niet was toegestaan, verwerpt de commissie omdat dat niets zegt over dat het ongeval is ontstaan door de gedragingen van de passagier. De commissie concludeert dat er dus sprake is van een schuldloze derde. Of het niet dragen van een helm van invloed is geweest op de grootte van de schade doet hier niets aan af, merkt de commissie nog op.
Verder stelt de commissie dat de bestuurder van bij verzekeraar B verzekerde bromfiets in overtreding is geweest, omdat hij reed daar waar dat niet mocht en bovendien nog eens te hard. Zijn betrokkenheid is daarmee een feit, aldus de commissie. De commissie concludeert tot slot dat de participatieregeling van Bedrijfsregeling 7 van toepassing is.
In verband met het beroep van verzekeraar B op de redelijkheid en billijkheid wijst de commissie erop dat de participatieregeling leidt tot een voorlopige verdeling. Daarbij wordt bewust niet vooruitgelopen op de juiste vaststelling van de aansprakelijkheidsverhouding tussen de betrokken verzekeraars. Voor de uiteindelijke verdeling blijft de werkelijke schuldverdeling maatgevend. Dat voor de vaststelling daarvan een procedure moet worden gevoerd, maakt een beroep op de participatieregeling niet onaanvaardbaar vindt de commissie.
De commissie komt tot het eindoordeel dat verzekeraar B zich niet aan participatie op grond van Bedrijfsregeling 7 kan onttrekken
Geschillencommissie Schadeverzekeraars, uitspraak BR7 005.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.