nieuws

Conflict over regeling buitengerechtelijke kosten

Archief

De letselschade na een ongeval valt volgens een rechtsbijstandverzekeraar onder de Regeling Buitengerechtelijke Kosten Letsel (RBK-L), waardoor hij recht heeft op de volledige betaling van de kosten. De aansprakelijkheidsverzekeraar wil echter alleen de kosten conform het NOvA-tarief betalen, omdat het schadebedrag onder het eigen risico van de verzekerde valt. De beide verzekeraars vragen de Geschillencommissie Schadeverzekeraars (GCS) om een bindend advies.

Een man krijgt een ongeval en loopt letsel op. Zijn rechtsbijstandverzekeraar stelt namens hem de aansprakelijkheidsverzekeraar aansprakelijk. Er wordt wat heen en weer gecorrespondeerd over feiten en de aansprakelijkheidsvraag. Uiteindelijk deelt de aansprakelijkheidsverzekeraar aan de rechtsbijstandverzekeraar mee dat de kosten van fysiotherapie en de immateriële schade vergoed zullen worden.
Daarbij merkt de aansprakelijkheidsverzekeraar op, dat het schadebedrag van de immateriële schade onder het eigen risico van de verzekerde valt en dat hij daarom de buitengerechtelijke kosten conform het NOvA-tarief zal betalen, te weten 15% van de hoofdsom. De rechtsbijstandverzekeraar is het hier niet mee eens en vindt dat de RBK-L van toepassing is.
Eigen risico
De verzekerde van de aansprakelijkheidsverzekeraar heeft een eigen risico van e 2.200 per schadegeval. De verzekerde is met de aansprakelijkheidsverzekeraar overeengekomen dat deze ook schades zal behandelen die onder het eigen risico vallen. De aansprakelijkheidsverzekeraar redeneert dat hij in deze zaak alleen als hulppersoon van zijn verzekerde is opgetreden, omdat de schade in zijn geheel onder het eigen risico valt. Zijn verzekerde is geen partij bij de RBK-L en het feit dat de aansprakelijkheidsverzekeraar dat wel is kan door de verzekerde niet worden tegengeworpen. De aansprakelijkheidsverzekeraar vindt namelijk dat hij geen partij is in deze schade.
De rechtsbijstandverzekeraar werpt tegen dat de aansprakelijkheidsverzekeraar aangesloten is bij de RBK-L en deze regeling moet nakomen. De aansprakelijkheidsverzekeraar mag zich naar de mening van de rechtsbijstandverzekeraar niet beroepen op een interne regeling met de verzekerde.
Toelichting regeling
De RBK-L beoogt discussies tussen aansprakelijkheidsverzekeraars en rechtsbijstandverzekeraars omtrent de hoogte van buitengerechtelijke kosten zoveel mogelijk te beperken. Het is daarbij van belang dat beide partijen aan het begin van de behandeling van een dossier vaststellen of de RBK-L van toepassing is. Anderzijds is de regeling niet zonder meer van toepassing op aansprakelijkheidsverzekeraars die niet in hun hoedanigheid van aansprakelijkheidsverzekeraar optreden maar in een andere hoedanigheid, bijvoorbeeld als rechtsbijstandverlener.
Dit is als volgt afgesproken: indien bij aanvang van de behandeling door de aansprakelijkheidsverzekeraar zeker is dat hij niet in de materiële hoedanigheid van aansprakelijkheidsverzekeraar optreedt, en voorts met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gesteld kan worden dat hij in dat dossier in de toekomst ook niet in de materiële hoedanigheid van een aansprakelijkheidsverzekeraar zal optreden, dan is de RBK-L niet van toepassing.
Als extra voorwaarde bij het niet van toepassing zijn van de RBK-L geldt dat de aansprakelijkheidsverzekeraar direct bij het eerste inhoudelijke contact met de rechtsbijstandverzekeraar schriftelijk en ondubbelzinnig moet aangeven dat hij in die zaak niet in de hoedanigheid van aansprakelijkheidsverzekeraar optreedt.
Bindend advies
De Geschillencommissie Schadeverzekeraars oordeelt dat in dit geval niet aan beide voorwaarden is voldaan. In de eerste plaats kon direct bij aanvang van de behandeling van het dossier gezien het geringe eigen risico en de onvoorspelbare aard van letselschade niet vastgesteld worden dat de totale schade niet boven het eigen risico uit zou komen. De aansprakelijkheidsverzekeraar kon dus wel degelijk de materiële hoedanigheid van aansprakelijkheidsverzekeraar aannemen. In de tweede plaats heeft de aansprakelijkheidsverzekeraar de rechtsbijstandverzekeraar niet direct bij het eerste inhoudelijke contact ondubbelzinnig en schriftelijk gewezen op het feit dat hij niet de materiële hoedanigheid van aansprakelijkheidsverzekeraar bezat.
De commissie komt dan ook tot de conclusie dat in dit geval de RBK-L moet worden toegepast. Zij geeft als bindend advies dat de aansprakelijkheidsverzekeraar aan de rechtsbijstandverzekeraar de lumpsum moet betalen, zoals deze conform de RBK-L gold op de datum dat de minnelijke regeling werd bereikt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.