nieuws

Commissie Van Rooy: ‘schaf egalisatiereserve Leven af’

Archief

De commissie Van Rooy, een studiegroep van het ministerie van Financiën, heeft voorgesteld de egalisatiereserve voor levensverzekeraars af te schaffen. Zij moeten de reserve waarschijnlijk tegen het bijzondere tarief van 15% uit de jaarboeken halen. Voor natura-uitvaart- en schadeverzekeraars lijkt de fiscale faciliteit te blijven bestaan.

De commissie (‘Studiegroep Vennootschapsbelasting in internationaal perspectief’) onder leiding van oud-staatssecretaris van Economische Zaken Yvonne van Rooy , tegenwoordig bestuursvoorzitter van de Katholieke Universiteit Brabant, heeft haar advies vorige week bekend gemaakt. “De egalisatiereserve heeft, in ieder geval voor het levenbedrijf, geen bestaansgrond meer”, zo luidt een belangrijke conclusie.
Verzekeraars houden een egalisatiereserve aan om eventuele calamiteiten op te vangen. Zij mogen een deel van hun gerealiseerde winst naar die reserve overmaken, zonder dat die winst wordt belast. De fiscus houdt wel een claim vennootschapsbelasting op de egalisatiereserve, voor het moment waarop deze wordt afgebouwd.
Bij levensverzekeraars is niet zozeer sprake van calamiteiten, maar meer van lange-termijnrisico’s op het gebied van rente, sterfte en kosten. Volgens de studiegroep kunnen levensverzekeraars echter makkelijk aan de solvabiliteitseisen voldoen, ook zonder egalisatiereserve. “In de bestaande portefeuilles zitten veel stille reserves, omdat jarenlang veel meer rendement is gemaakt dan de rekenrente van 4%.” De commissie Van Rooy erkent wel dat voor jonge en kleine verzekeraars de stille reserves niet altijd een voldoende buffer hoeven te zijn en stelt daarom voor onderzoek te doen naar de gevolgen van afschaffing van de egalisatiereserve voor de solvabiliteit.
Omvang claim
Afschaffing van de egalisatiereserve voor levensverzekeraars zou volgens de studiegroep op twee manieren kunnen: toevoeging van de reserve aan de winst in tien jaar tijd en dus belast tegen 35%, of afrekening in één keer tegen het bijzondere tarief van 15%. “Bij afbraak in tien gelijke delen tegen 35%, ligt de contante waarde van de verschuldigde belasting rond de 30% van de reserve. Dat is aanmerkelijk hoger dan de latente belastingclaim op de reserve die verzekeraars in hun jaarstukken hebben opgenomen; die is doorgaans 10-35% en bij kleine verzekeraars 0-35%. Dit verschil kan een substantieel effect op de resultaten hebben”, zo prijst de commissie de eerste optie af.
“Bij de afrekening ineens is het verschil tussen de eenmalige afrekening en de belastinglatentie waarmee in de jaarstukken rekening is gehouden, relatief beperkt. Daardoor zal het effect op de resultaten beperkt zijn en ook vanuit het vereiste van solvabiliteit verdient deze oplossing duidelijk de voorkeur.”
Het Verbond van Verzekeraars zegt niet te weten welk bedrag momenteel aan egalisatiereserves op de balans van levensverzekeraars staat. “Het staat meestal niet in jaarverslagen en verzekeraars communiceren deze reserve niet onderling met elkaar. Het is ons dus niet bekend.” In het rapport van de commissie Van Rooy wordt een budgettair effect van f 155 mln genoemd. Dat zou – uitgaande van 15% belastingheffing – betekenen dat er voor ruim één miljard gulden aan egalisatiereserves uitstaat bij verzekeraars. “Deze min weegt op tegen de plus dat het tarief van de vennootschapsbelasting wordt verlaagd van 35% naar 30%”, aldus Verbond-woordvoerster Anky van Leeuwen.
Beargumentatie
Volgens het rapport is de egalisatiereserve in 1944 ingevoerd, als buffer voor tegenvallende beleggingsresultaten in de oorlogsjaren. Na de Tweede Wereldoorlog werd de faciliteit gehandhaafd, omdat het verzekeringswezen de oorlog nog niet te boven was. In 1960 werd voorgesteld de egalisatiereserve uit de Wet op de vennootschapsbelasting te halen, maar dat bleek politiek niet haalbaar.
In 1969 (Convenant besluit reserves verzekeraars), in 1987 (Brede Herwaardering) en in 2001 (Besluit winstbepaling en reserves verzekeraars) werden compromissen gesloten tussen de fiscus en de verzekeraars, waardoor de reserveringsmogelijkheid weliswaar werd verminderd maar bleef bestaan. De commissie Van Rooy wil de faciliteit ook nu niet volledig afschaffen. “De aard van de verzekerde risico’s, zoals bijvoorbeeld storm- en hagelschade of exportkrediet, brengt mee dat een schadebedrijf te maken kan hebben met een sterk wisselend schadeverloop. Dit kan worden gezien als een rechtvaardiging voor een bijzondere fiscale positie.”
Een tussenpositie lijken de natura-uitvaartverzekeraars in te nemen. De mogelijkheid tot vorming van een egalisatiereserve voor natura-uitvaartverzekeraars is onlangs opgenomen in het Besluit winstbepaling en reserves verzekeraars 2001. “Zij dragen, in tegenstelling tot levensverzekeraars, ook inflatierisico (stijging kosten uitvaart)”, aldus de studiegroep. “Het karakter van natura-uitvaartverzekeraars houdt het midden tussen dat van een levensverzekeraar en een schadeverzekeraar. Overwogen kan worden aan deze verzekeraars toe te staan een reserve te vormen volgens de systematiek die geldt voor schadeverzekeraars.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.