nieuws

College van Toezicht NVA kapittelt ‘verzwijgend’ lid

Archief

Een aantal horecabedrijven dat aangesloten is bij een branche-organisatie heeft in 1990 bij een NVA-lid een collectieve brandverzekering gesloten. Van die verzekering maakte een bonusregeling deel uit, op grond waarvan aanspraak kon worden gemaakt op restitutie van 20% van de premie in geval de schade per jaar beperkt bleef tot niet meer dan een derde van de premie. Er kwam evenwel een kink in de kabel en die mocht worden opgelost door het College van Toezicht NVA.

In september 1993 wordt de verzekerden meegedeeld, dat verzekeraars niet bereid zijn de verzekering per premievervaldatum op dezelfde voorwaarden te continueren, waarop de assurantietussenpersoon kort daarna de nieuwe premies voor het verzekeringsjaar 1993/1994 aan verzekerden meldt en daarbij opmerkt dat de verzekering verder ongewijzigd blijft.
Een jaar later echter, bij het uitkeren van de bonus over een tweetal voorgaande jaren, meldt het betrokken NVA-lid aan verzekerden het collectieve contract te kunnen continueren, onder de voorwaarde dat de geldende bonusregeling zou vervallen.
Toezegging
De brancheorganisatie maakt hiertegen bezwaar, omdat toegezegd zou zijn dat, buiten de premieverhoging het contract niet gewijzigd zou worden. De deelnemers zouden er derhalve van uit mogen gaan, dat de bonusregeling gehandhaafd zou worden.
Daarop onderhandelt de tussenpersoon verder met verzekeraars. Het definitieve resultaat is, dat het contract inderdaad tegen dezelfde tarieven kon worden voortgezet, maar dat de bonusregeling zou worden geschrapt met ingang van het verzekeringsjaar 1993/1994. De branche-organisatie gaat hiermee niet akkoord en dient een klacht in bij het College van Toezicht NVA. Zij stelt, dat de bonus-regeling onverkort van kracht dient te blijven voor de verzekeringsjaren 1993/1994 en 1994/1995. Dit omdat de tussenpersoon had aangegeven dat de verzekering, op de premieverhoging na, ongewijzigd zou blijven.
Verweer verworpen
Het betrokken NVA-lid stelde in zijn verweer, dat de bonusregeling per 1 oktober 1993 was vervallen en verwees ter ondersteuning van dit standpunt naar zijn kort voordien verzonden brief.
In die brief wordt echter in het geheel niet gerept van een bonusregeling. “Integendeel”, aldus het College van Toezicht, “in die brief wordt met zoveel woorden meegedeeld dat de verzekering, behalve wat betreft de premie, onveranderd zou blijven.” Omdat de betrokken tussenpersoon had verzuimd om de betrokken verzekerden tijdig voor de premievervaldatum in 1994 in te lichten over het vervallen van de bonuskorting, mochten de leden van de branche-organisatie ervan uit gaan, dat de kortingsregeling ook gedurende het verzekeringsjaar 1994/1995 gehonoreerd zou worden. “De klacht is daarom gegrond”, beslist het College.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.