nieuws

CDFD gaat inhaalprogramma voor Beleggen A erkennen

Archief

Bij wijze van hoge uitzondering gaat het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening (CDFD) inhaalprogramma’s Beleggen A erkennen. Eind september is bekend waaraan dit inhaalprogramma voor vergunninghouders Leven en Hypothecair Krediet moet voldoen.

Aanbieders van een cursus Beleggen A kunnen deze voorleggen aan het College voor erkenning. Collegevoorzitter Hans Bronneman benadrukt dat het hier een uitzondering betreft en dat het ook niet geldt voor de normale module Beleggen A die na 1 oktober 2007 door nieuwkomers gehaald moet worden.
“Wij bemoeien ons normaal gesproken niet met de inhoud van de opleidingen. Dat is niet onze taak. Die ligt op het terrein van de examens.”
Integreren
“Beleggen A is ingewikkeld. Per 1 oktober 2007 is Beleggen A noodzakelijk voor adviseurs die vanaf dat moment Leven of Hypothecair Krediet halen. Tot 1 oktober moeten de zittende vergunninghouders voor Leven of Hypothecair krediet een inhaalprogramma Beleggen A volgen. “Onze deskundigen hebben in ieder geval vastgesteld dat mensen die het SEH-programma voor permanente educatie in de jaren 2005/2006 en 2006/2007 hebben gevolgd, voldoen aan de specificaties voor Beleggen A. Die hoeven het inhaalprogramma dus in principe niet te volgen.”
“Verder laten we het aan de exameninstituten over of ze het willen integreren in de examens voor Leven of Hypothecair krediet”, zegt Bronneman. “Maar als ik exameninstituut was, zou ik het integreren. Uiteraard kan men ook kiezen voor een apart examen.”
Permanente Educatie
Hoe de permanente educatie (PE) onder de Wet Financiële Dienstverlening (WFD) vorm moet krijgen, is nog onduidelijk. “Het is een weerbarstig onderwerp. We zijn er wel druk mee bezig. Onlangs heeft Bureau Oostdam & Van den Eijkel een onderzoek afgerond, waarbij PE-systemen in onze en aanpalende branches in kaart zijn gebracht. Denk daarbij aan het notariaat, de advocatuur en de accountants. Momenteel maken Geert Hendrikx (bestuurslid CDFD) en Paul Oostdam een consultatieronde door het land, waarbij ze met name kijken naar de rol van exameninstituten bij permanente educatie”, zegt Bronneman. Ook is het mogelijk dat we naast exameninstituten ook PE-instituten gaan erkennen.”
“De wet staat toe dat er een ‘klassieke’ toets afgenomen wordt. Dat kan klassikaal of via internet. Daarnaast staat de wet ook toe dat er andere deskundigheidsbevorderende activiteiten ontplooid worden. Wij bespeuren in de markt een terughoudendheid ten aanzien van het klassieke toetsen. Als PE in andere vormen wordt gehonoreerd, dan moet er natuurlijk wel een controle plaatsvinden op de kwaliteit en de omvang. De tijd dat je alleen de presentielijst tekende bij seminars en bijeenkomsten, is echt verleden tijd. Je zou om die sfeer te voorkomen, kunnen denken aan een instaptoets”, aldus Bronneman.
Ook is hij van mening dat ervaring in de praktijk eveneens een vorm van permanente educatie is. “Dat moet uiteraard wel verifieerbaar zijn.”
Portfolio
“Een andere vorm van permanente educatie zou het overleggen van een portfolio kunnen zijn. Met zo’n portfolio van gegeven adviezen kun je de deskundigheid van je kantoor aantonen.”
Bronneman noemt nog meer vormen van permanente educatie. “Het is ook nog denkbaar dat we aanbieders van verzekeringsproducten een rol geven in de permanente educatie. Modules verouderen doordat er bijvoorbeeld nieuwe producten op de markt komen. Aanbieders kunnen hier kennis voor aanleveren. De omvang van de inspanningen en de vorm waarin het geleverd wordt, wordt dan door ons bepaald”, aldus Bronneman.
Duidelijk is in ieder geval dat het College er nog niet uit is. “We zullen dit jaar geen PE-toetstermen meer produceren. Wel zullen we in ons advies aan de minister van Financiën duidelijk maken hoe we de PE willen inrichten.”
Uitgebreid
Aan het hele PE-verhaal wil Bronneman nog wel toevoegen dat de doelgroep erg uitgebreid is. “Permanente educatie richt zich in eerste instantie op gediplomeerden, maar ook anderen binnen de organisatie willen deskundig blijven. Dat kan zijn omdat ze ooit van baan willen veranderen of voor zichzelf willen beginnen. Hierdoor is de doelgroep voor PE erg groot. Daarnaast moet het efficiënt zijn en moeten ook de administratieve lasten beheersbaar blijven.”
Toetstermen
Het College heeft inmiddels alle toetstermen ter consultatie aan de markt aangeboden. Vijf ervan (Beleggen A, Consumptief krediet, Hypothecair krediet, Volmacht en basismodule) zijn voorgelegd aan het ministerie van Financiën.
“Alle consultaties zijn inmiddels gesloten. Over het algemeen zijn we niet tegen noemenswaardige kritiek aangelopen, behalve dan bij de toetstermen Schade”, zegt Bronneman.
“Daar is forse kritiek op gekomen, onder meer van de NVA, NBVA, SEFD en Nibe-SVV. De kritiek spits zich vooral toe op inconsistentie en het te hoge niveau. Uitgangspunt voor het niveau van de WFD-module Schade is het huidige Assurantie B. De toetstermen zoals die nu geformuleerd zijn, ontstijgen dat niveau”, zegt Bronneman.
Over de omvang van de toetstermen, een ander kritiekpunt, maakt Bronneman zich minder druk. “Bij deze module zijn de onderdelen Particulier en MKB uit de B-opleiding bij elkaar gekomen. Dan heb je er automatisch al veel meer. Bij de module Volmachten hadden we voor de onderdelen Varia en Brand ook al vierhonderd toetstermen. Daar is men niet over het aantal gevallen.”
Verrast
Overigens was Bronneman verrast door de persreactie van de NVA op de toetstermen Schade. De NVA vindt de toetstermen onder de maat en sprak de hoop uit dat het College zich de kritiek zou aantrekken.
“Die reactie heeft mij wel verrast. De NVA had namelijk een week voorafgaand aan de persreactie een uitgebreide notitie gestuurd met hun kritiekpunten. Bovendien is de NVA in het College vertegenwoordigd. Dus waarom dan ook nog zo in de pers”, vraagt Bronneman zich af.
“Feit blijft echter dat over de toetstermen Schade de deskundigen het onderling niet eens zijn en dat er onder het intermediair ook geen breed draagvlak is. Op korte termijn zal een vertegenwoordiging van Nibe-SVV, het exameninstituut SEFD en een bestuurslid van het College zich buigen over de kritiek. Wij hopen het snel te kunnen afronden. Overigens wordt dan ook meteen gekeken naar de toetstermen Leven. Als we dan toch bezig zijn.”
Zwaarte
Opmerkingen over de mogelijke verschillen in zwaarte van de examens bij de diverse instituten, legt Bronneman naast zich neer.
“Wij hechten sterk aan een open markt en een gelijk speelveld voor exameninstituten. Vooraf zijn er zogenaamde toetsmatrijzen opgesteld om vraagtekens met betrekking tot de vergelijkbaarheid van examens te ondervangen”, aldus Bronneman.
“Wij hebben er voor gekozen om vervolgens een streng toezicht los te laten op de exameninstituten via een uitgebreid systeem van auditing en rapportages. Dat begint al heel snel na de eerste examens. De erkenning die ze nu hebben, is tijdelijk en geldt tot 1 maart 2008. Wij denken dat exameninstituten het wel uit hun hoofd zullen laten om te makkelijke examens af te nemen of de omvang te sterk te beperken. Zij prijzen zich dan snel uit de markt.”
Ook het risico van toezicht achteraf legt Bronneman naast zich neer. “Toezicht is achteraf en brengt altijd een zeker risico met zich mee. Maar met de onmiddellijke intrekking van een erkenning van een exameninstituut is de kans dat er mensen gaan rondlopen met een geringer deskundigheidsniveau klein”, betoogt de CDFD-voorzitter.
het onderling niet eens en ook is er geen breed draagvlak onder het intermediair.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.