nieuws

Bromfiets op rijbaan leidt tot nieuwe aansprakelijkheidsvragen

Archief

Sinds 15 december 1999 moet de bromfietser de rijbaan op. Tegen alle intu’tieve vrees in, heeft dit nog niet merkbaar geleid tot meer ongevallen met bromfietsen. In deze bijdrage wordt bekeken hoe gemeentes en andere organisaties hebben gereageerd op de nieuwe regel. Voor verzekeraars kan het interessant zijn om stil te staan bij aansprakelijkheidsvragen onder de nieuwe situatie. Dat geldt niet alleen voor de paar maatschappijen die nog bromfietsen verzekeren, maar ook voor auto-assuradeuren. Die moeten bij schaderegeling immers kunnen aangeven wanneer de bromfietser tegenover de automobilist de fout is ingegaan. Als de nieuwe regel op goede wijze wordt ingevoerd en ondersteund, zit er wellicht winst in voor alle betrokkenen. Deze bijdrage laat zien dat dit punt nog niet is bereikt.

door Mike Pinckaers
In de steden Apeldoorn, Tiel en Den Haag was het bewijs via een experiment geleverd: als je bromfietsers naar de rijbaan verwijst, daalt het aantal ongevallen met bromfietsers en het aantal slachtoffers met 50%. Met name de veel voorkomende situatie waarbij een bromfiets op het fietspad wordt geschept door een afslaande auto, wordt door de maatregel rigoureus teruggedrongen.
Het experiment van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) resulteerde in een wetswijziging op 15 december afgelopen jaar. Bij de nieuw ingevoerde regel heeft de wetgever voor ogen gehad dat de bromfietser in de hoofdregel naar de rijbaan wordt verwezen en dat de wegbeheerder de nodige aanpassingen aan het weginterieur hiervoor aanbrengt. Het cruciale wetsartikel (artikel 6 Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990) luidt: Lid 1: Bromfietsers gebruiken het fiets/bromfietspad; Lid 2: Zij gebruiken de rijbaan indien een fiets/bromfietspad ontbreekt; Lid 3: Bestuurders van bromfietsen op meer dan twee wielen en bromfietsen met aanhangwagen – die met inbegrip van de lading breder zijn dan 0,75 meter – mogen de rijbaan gebruiken.
Wetstechnisch gezien is het te loven dat de wetgever ook op andere plaatsen binnen en buiten het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) consequent aanpassingen heeft aangebracht die samenhangen met het nieuwe artikel 6 RVV.
Maar het artikel zelf verdient geen schoonheidsprijs: de hoofdregel (bromfietsers op de rijbaan) komt niet goed tot zijn recht door de regel als uitzondering te formuleren op lid 1. Daarnaast zou het voor het publiek naar mijn mening duidelijker zijn geweest om van ‘verplicht fiets/bromfietspad’ te spreken. Tenslotte is lid 3 niet meer logisch omdat bromfietsen in het algemeen gebruik ‘moeten’ maken van de rijbaan. Beter zou zijn geweest om hier aan te geven of en wanneer deze bromfietsen op het fiets/bromfietspad zijn toegestaan.
De snorfietser – in de voorlichting enigszins buiten de schijnwerpers gebleven – blijft gewoon op het fietspad; en mag op het onverplichte fietspad slechts met uitgeschakelde motor rijden.
Reacties gemeentes
De gemeentes zelf hadden zo hun twijfels over de werking van de maatregel want de meerderheid hield de bromfietser na 15 december op het fietspad, gebruik makend van artikel 6 lid 1 dat door de beleidsmakers juist als uitzondering was bedoeld. Reden was onder meer: de fietspaden zijn beveiligd voor afslaand verkeer door verkeerslichten en de fietspaden zijn breed genoeg voor fietsers en bromfietsers.
Ook was er kritiek op de beknoptheid van de handleiding over de nieuwe regeling die de gemeentes in opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat kregen toegestuurd. Met name had men meer uitwerking verwacht van de situaties waarin de bromfietser naar een fiets/bromfietspad moet worden verwezen. De handleiding geeft wel duidelijk aan dat deze verwijzing moet plaatsvinden op 70 km/h-wegen (binnen de bebouwde kom) en vrijwel overal buiten de bebouwde kom.
Ook in andere hoeken was men niet onverdeeld gelukkig met de nieuwe maatregel. Zo bleek de Nederlandse Vereniging van fabrikanten van Verkeersborden (NVV) niet helemaal berekend op de spoedbestellingen (60.000 verkeersborden) van gemeentes en hun leveringswensen. Een deel kon pas na 15 december worden geleverd.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten noemde de besluitvorming ‘teleurstellend en betreurenswaardig’ omdat zij gepleit had om de regeling op zijn vroegst per 1 maart in te voeren. Invoering vóór die tijd zou betekenen dat lang niet alle gemeentes de noodzakelijke aanpassingen aan rijbanen en fietspaden zouden kunnen realiseren.
Gemiste kans; OM nog niet klaar
Veilig Verkeer Nederland en de fietsersbond ENFB hadden kritiek op de reactie van gemeentes, omdat door de verschillen in verwijzingsbeleid – de ene gemeente naar de rijbaan, de andere gemeente naar het fiets/bromfietspad – verwarring zou kunnen ontstaan. De twee organisaties noemen het grootschalig omdopen van fietspaden tot fiets/bromfietspaden door gemeentes een gemiste kans.
Vanuit de hoek van het Openbaar Ministerie (OM) werd aangegeven dat men bromfietsers niet zou bekeuren tot 1 maart 2000. Dit omdat het OM voorzag dat gemeentes niet klaar zouden zijn met de nieuwe bebording en omdat het bekeuringenboekje van de politie nog niet het tarief (f 70) vermeldde voor overtreding van de nieuwe regel. Wellicht dus dat de belofte van de minister aan de Kamer om zorg te dragen voor een goede controle alsnog wordt nagekomen.
Verzekeraars: deuren dicht
Bromfietsers en verzekeraars lijken al wat langer niet meer over één rijbaan te gaan. De schadelast die deze groep gemotoriseerde tweewielers veroorzaakt zorgde ervoor dat veel grote namen (Aegon, Amev, Delta Loyd, Nationale-Nederlanden en de Postbank) sinds vorig jaar de deur gesloten houden voor dit marktsegment. De keuze is nog kleiner geworden nadat Rabobank en Interpolis hadden aangekondigd er ook per 1 maart 2000 mee op te houden.
Als oorzaken van de hoge schadelast worden genoemd het roekeloze en normloze gedrag van jongere bromfietsers en het hoge aantal diefstallen.
De nieuwe verkeersmaatregel die het aantal ongevallen met de helft zou kunnen terugbrengen heeft verzekeraars niet tot een andere beslissing kunnen brengen. Sommigen twijfelen aan het effect van de maatregel; anderen zouden de deur pas weer op een kier zetten als er een registratiesysteem voor bromfietsers wordt ingevoerd zodat de grootste brokkenmakers in ieder geval buiten de deur kunnen worden gehouden.
De eerste drie maanden na invoering van de regel laten in ieder geval zien dat het aantal ongevallen door invoering van de maatregel niet is gestegen. Intussen is het voor verzekeraars die wel nog bromfietsers in hun pakket hebben, maar ook voor WAM-verzekeraars van andere motorrijtuigen, interessant om mogelijke gevolgen voor de aansprakelijkheid door de nieuwe regel op een rij te zetten.
Nieuwe regel en aansprakelijkheid
In het navolgende beperk ik me tot een vijftal voorzienbare aanrijdingssituaties. Deze zijn geselecteerd uit oogpunt van de aansprakelijkheidsvraag die erbij aan de orde is. Het zijn voorzienbare situaties, waarmee ik nÝet beoog te zeggen dat deze leiden tot een groter aantal ongevallen met bromfietsers.
Gezien de cruciale rol van gemeentes als wegbeheerder bij het implementeren van de nieuwe regel, zal de positie van deze partij ook bij de aansprakelijkheidsvraag worden betrokken. 1. Automobilist schept bromfietser op rijbaan – met ernaast een fiets/bromfietspad
De bromfietser – rijdend op de rijbaan – maakt een verkeersfout waardoor in principe een deel van de aansprakelijkheid op de bromfietser kan komen te rusten. Dit is mede afhankelijk van de fouten die de automobilist bij de aanrijding maakt.
Als de gemeente nog geen geldig verkeersbesluit heeft genomen tot plaatsing van het verkeersbord ‘fiets/bromfietspad’, kan de bromfietser dan als verweer aanvoeren dat hij geen verkeersfout maakte nu deze het bord niet behoefde te volgen? De jurisprudentie zegt hier dat je ook de plicht hebt het verkeersbord te volgen als de voorschriften tot plaatsing van het bord niet in acht zijn genomen (Hoge Raad 10 juni 1986, NJ 1987/42). De bromfietser zal dit dus niet met succes als verweer kunnen opvoeren.
Plaatsen verkeersbord
Voor de plaatsing of verwijdering van een verkeersbord dat een gebod- of verbod inhoudt, eerst een verkeersbesluit nodig (art. 12 BABW). De nieuwe borden ‘fiets/bromfietspad’ geven een gebod aan waarvoor dus in principe eerst een verkeersbesluit nodig is. Dit betekent dat de wegbeheerder het bestuursrechtelijk traject moet doorlopen: van het publiceren van de voorgenomen besluiten tot het aangeven van de mogelijkheid van het indienen van bezwaar door belanghebbenden en de behandeling daarvan. 2. Auto schept bromfiets van achteren op rijbaan – met fietspad ernaast
Deze situatie acht ik voorzienbaar, omdat de maximumsnelheid en de werkelijke snelheid van auto’s hoger ligt dan die van bromfietsen, voor wie ook op de rijbaan het oude maximum van 30 km/h blijft gelden.
De automobilist is in deze situatie veelal aansprakelijk. Op grond van art. 19 RVV moet hij in staat zijn de auto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is.
De bromfietser houdt zich aan de nieuwe regel en treft in principe geen verwijt.
De wegbeheerder kan bij een dergelijk aansprakelijkheidsvraagstuk betrokken raken. Op onoverzichtelijke locaties, zoals na scherpe bochten of een sterk geaccidenteerd wegdek zoals na tunnels, is het de vraag of de wegbeheerder automobilisten extra moet waarschuwen voor plotseling opdoemend ‘langzamer verkeer’, zeker nu automobilisten net na de invoering van de nieuwe regeling nog niet hieraan gewend zijn.
Bij een claim tegen de wegbeheerder moeten echter flink wat obstakels worden genomen: men zal bijvoorbeeld aannemelijk moeten maken dat sprake is van een gebrek aan de weguitrusting waardoor een gevaarscheppende situatie is ontstaan. Daarbij is er wellicht enige steun in de jurisprudentie te vinden waarin is beslist dat de wegbeheerder ook rekening heeft te houden met de situatie dat niet alle verkeersdeelnemers steeds de nodige voorzichtigheid en oplettendheid betrachten (Hoge Raad 20 maart 1992, VR 1992/113).
Een specifiek voorbeeld van het ontbreken van een verkeersbord dat er wel had behoren te staan is een arrest van de Hoge Raad waarbij de Staat – het ging om een Rijksweg – voor een deel voor de ongevalsschade aansprakelijk werd gesteld omdat ze had nagelaten een verkeersbord ‘wegversmalling’ te plaatsen, waardoor ze onzorgvuldig rijden in de hand zou hebben gewerkt (Hoge Raad 24 april 1970, NJ 1970/387).
Een ander verwijt aan het adres van de wegbeheerder zou kunnen zijn dat deze niet volgens de richtlijn, bromfietsers naar het fiets/bromfietspad heeft verwezen, bijvoorbeeld omdat het ter plaatse een rondweg betrof met een maximum van 70 km/h voor motorvoertuigen. Deze situatie kan ontstaan als de gemeente niet of te laat van een fietspad een fiets/bromfietspad heeft gemaakt. Naar mijn mening zal dit verweer de automobilist (en zijn WAM-verzekeraar) niet baten omdat de richtlijn om bromfietsers niet op deze wegen toe te laten, niet ertoe strekt om automobilisten te beschermen. 3. Automobilist schept bromfietser op fietspad – bij afslaan naar rechts
Juist deze veel voorkomende situatie was een van de belangrijke aanzetten voor de wetswijziging. De automobilist kan bromfietsers immers beter in het oog houden als deze ook gebruik maken van de rijbaan.
Bromfietsers die tegen de nieuwe regel in toch gebruik blijven maken van het fietspad en bij een botsing betrokken raken met een afslaande automobilist, zullen waarschijnlijk voor een deel aansprakelijk worden gehouden. Hun fout (gebruik van het fietspad) staat tegenover die van de automobilist (geen voorrang verlenen aan rechtdoorgaand verkeer). Afhankelijk van factoren als de snelheid, overzichtelijkheid ter plekke en zichtbaarheid zullen partijen ieder voor een bepaald deel aansprakelijk worden gehouden.
ANWB vóór nieuwe regel, tegen onzorgvuldige invoering
Het tijdstip van invoering en de wijze waarop de regel wordt ingevoerd, gaat ten koste van de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer volgens de ANWB. * Met name het handhaven van de maximumsnelheid van 30 km/h baart de bond zorgen. In het experiment pasten de bromfietsers hun snelheid aan het overige snelverkeer aan, waardoor er minder kans op confrontaties was. Uit lijfsbehoud – met name bij achteropkomend sneller verkeer – zal de bromfietser de gehandhaafde limiet in de praktijk vaak moeten overschrijden. Dit gedrag kan bij politiecontroles echter worden afgestraft en bij aanrijdingen worden tegengeworpen; * voorts had de ANWB gemeentes graag meer tijd gegund voor het aanbrengen van noodzakelijke aanpassingen en had graag wat meer tijd uitgetrokken voor de voorlichtingscampagne rond de nieuwe regel; * ook was het beter geweest de regel gelijktijdig in te voeren met de regel ‘voorrang voor langzaam verkeer van rechts’ die eind dit jaar van kracht wordt. Leermiddelen, instructie en examens van alle verkeersdiploma’s moeten nu twee keer worden aangepast. Ook de dubbele voorlichtingscampagne is een stuk duurder; * door gelijktijdige invoering van een kenteken voor brom- en snorfietsen zou de nieuwe regel – waarbij de moeilijk te onderscheiden snorfietsen op het fietspad blijven – beter zijn te handhaven. 4. Bromfietser schept voetganger bij oversteken
Net als onder de oude situatie heeft de bromfietser hier weinig kans om onder de aansprakelijkheid uit te komen, gezien de vergaande bescherming van art. 185 WVW aan voetgangers en fietsers tegenover gemotoriseerd verkeer.
Toch vermeld ik deze situatie hier expliciet, omdat ik verwacht dat juist dit type ongeval de eerste tijd misschien wel meer gaat voorkomen dan voorheen. Bromfietsers zullen op de rijbaan beter kunnen doorrijden en over het algemeen met een hogere gemiddelde snelheid dan voorheen rijden. Voor voetgangers zijn brommers van op afstand een stuk minder duidelijk zichtbaar dan auto’s. Ook als ze vlak achter een auto rijden kan een voetganger erdoor worden verrast. 5. Auto schept bromfietser die wisselt van rijstrook
Dit is een gevaar waar de Eerste Nederlandse Fietsers Bond al op heeft gewezen: daar waar een regime gericht op gebruik van het fiets/bromfietspad door bromfietsers ‘overspringt’ in een regime gericht op de bromfietser op de rijbaan, ontstaat een risicolocatie. Komt een bromfietser bij het wisselen van de strook in aanrijding met een achteropkomende auto, dan is de rechtspositie van de bromfietser over het algemeen niet gunstig. Hij zal doorgaans een bijzondere manoeuvre hebben gemaakt waarbij hij volgens art. 54 RVV het overige verkeer voorrang zal moeten geven. Doet hij dit niet dan dan maakt hij een verkeersfout die bij een aanrijding tot aansprakelijkheid kan leiden.
Met vooruitziende blik heeft de wetgever gelijk met de nieuwe maatregel, art. 55 RVV laten wijzigen. De wijziging komt erop neer dat bromfietsers nu ook richting moeten aangeven bij dit soort zijdelingse verplaatsingen. Voorheen hoefde dit alleen bij afslaan. Daar staat tegenover dat de praktijk vaak laat zien dat bromfietsers niet altijd even consequent zijn met richting aangeven, met name als de bromfiets niet is uitgerust met richtingaanwijzers. Met andere woorden: de automobilist betrokken bij de onderliggende ongevalssituatie kan ook inbrengen dat er geen richting werd aangegeven door de bromfietser, wat ook weer kan bijdragen tot diens aansprakelijkheid.
Uiteraard is er wel nog de vraag of de wegbeheerder bij de aansprakelijkheidsvraag kan worden betrokken. Van deze instantie zal mogen worden verwacht dat deze betrokken verkeersdeelnemers tijdig waarschuwt bij locaties waar de bromfietser van rijbaan wisselt. In de voor hen geldende handleiding zijn richtlijnen voor de inrichting van de weg en het plaatsen van speciale borden hiervoor gegeven. Of de wegbeheerder aansprakelijk is als deze niet heeft gewaarschuwd, hangt af van factoren zoals onder het tweede punt besproken.
Doorgaan met voorlichting
Naast deze situaties zijn nog andere gevaarlijke situaties te voorzien met boeiende vragen rond de aansprakelijkheid. Ik noem hier nog de gevolgen van de nieuwe maatregel voor het inhalen door bromfietsers (linksom auto’s in plaats van rechtsom zoals voorheen) en de positie van de bromfiets op de rijbaan in éénrichtingsstraten waar uitzondering wordt gemaakt voor fietsers en bromfietsers en waar nogal eens van fietsstroken gebruik wordt gemaakt voor dit verkeer tegen de stroom in.
Na wat gevolgen en mogelijke gevolgen op een rij te hebben gezet, zal het duidelijk zijn hoe belangrijk voorlichting over de nieuwe regeling is. Rond de invoering in december was dan ook sprake van een intensieve campagne. Deze lijkt op dit moment – twee maanden na invoering van de regel – enigszins in slagkracht te zijn teruggebracht. Dat nog niet iedereen precies weet hoe de regels luiden, blijkt wel uit krantenberichten: ‘Ziedende vrachtwagenchauffeur (zonder kennis van de nieuwe regel – MP) molesteert bromfietser’ en ‘Bromfietser van rijbaan gehaald op provinciale weg’. Het zou naar mijn mening geen kwaad kunnen om juist nog een tijd zo breed en frequent mogelijk door te gaan met voorlichting. Daarbij zou het nuttig zijn om de voorlichting ook voor een deel specifiek te richten op automobilisten en voetgangers, door vanuit hun perspectief te laten zien op welke verkeerssituaties ze alert moeten zijn. Ook zou het wenselijk zijn om meer bekendheid te geven aan andere gevolgen van de maatregel, zoals de eerder genoemde nieuwe regels voor inhalen, richting aangeven of het innemen van een plaats op een brede rijbaan. De ANWB zal daar waar mogelijk hieraan bijdragen.
Conclusie
Er is weinig te zeggen over de effectiviteit van de nieuwe regel. De wegbeheerder lijkt de bodem uit de wetswijziging te hebben weggeslagen, nu op grote schaal fiets/bromfietspaden worden geïntroduceerd.
De wetswijziging zorgt voor nieuwe aansprakelijkheidsvragen bij aanrijdingen, waarbij de bromfietser nogal eens aan het kortste einde zal trekken. Het handelen of nalaten van de wegbeheerder zal in sommige gevallen ook een rol spelen. Het zou goed zijn als de voorlichting over de nieuwe regel nog een tijd lang op intensieve wijze wordt voortgezet.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.