nieuws

Brede Herwaardering III: steeds minder krenten in de pap

Archief

In de schaduw van de veel publiciteit trekkende voorstellen in het kader van Brede Herwaardering II, is ook nog steeds het wetsvoorstel Wijziging van de inkomstenbelasting (kapitaalverzekeringen en periodieke uitkeringen) aanhangig. Dit voorstel, beter bekend als Brede Herwaardering III, was in eerste instantie bedoeld om enkele weeffoutjes in Brede Herwaardering I te herstellen en om enkele toezeggingen van de staatssecretaris aan de Eerste Kamer na te komen die hij had moeten doen om de Brede Herwaardering I in veilige haven te loodsen.

‘Werkendeweg’, zoals de heer Lubbers dit placht te zeggen, wordt Brede Herwaardering III echter ook benut om verdere beperkingen in het regime voor lijfrenten en kapitaalverzekeringen aan te brengen.
door mr H.M.Kappelle
De toezeggingen hadden betrekking op het gebruik van de derde tranche lijfrentepremie-aftrek indien er sprake is van een tekort aan nabestaandenvoorziening voor ongehuwd samenwonenden en op het indexeren van de fiscaal vrijgestelde uitkeringen van kapitaalverzekeringen.
Beide toezeggingen worden ruimhartig nagekomen. De vrijstellingen voor kapitaalverzekeringen zullen jaarlijks worden geïndexeerd aan de hand van de prijsindexcijfers voor de gezinsconsumptie. De partner met wie belastingplichtige duurzaam een gezamenlijke huishouding voert, wordt ook voor de toepassing van de derde tranche gelijkgesteld met de echtgenoot.
Weeffoutjes
De grootste weeffout die moest worden gerepareerd, was het oneigenlijke gebruik van de vrijstellingen voor kapitaalverzekeringen dat de huidige wettekst mogelijk maakt. Deze vrijstellingen kunnen één keer in het leven genoten worden en behelzen een uitkering bij leven van f 50.000 bij een looptijd van minimaal 15 jaar plus een uitkering van f 170.000 bij leven bij een looptijd van minstens 20 jaar. Beide vrijstellingen kunnen desgewenst op één polis worden benut, zodat na een looptijd van tenminste 20 jaar een totale vrijstelling van f 220.000 kan worden genoten. In de vrijgestelde uitkeringen zit uiteraard min of meer gekweekte rente.
Op basis van de huidige regelgeving kan worden bereikt, dat de vrijstellingen op bedoelde uitkeringen vrijwel geheel kunnen worden toegepast op de gegenereerde rente in de uitkering. Dit fiscaal zeer aantrekkelijke resultaat kan worden bereikt door bijvoorbeeld in het 19e jaar van de looptijd van 20 jaar een zodanig gedeelte van het opgebouwde kapitaal af te kopen, dat de afkoopsom precies de som is van de tot dan toe betaalde premies. Deze afkoopsom bevat geen belastbaar rente-bestanddeel. Van de vrijstelling is dan nog helemaal geen gebruik gemaakt. Een jaar later keert de polis het resterende verzekerde kapitaal uit, dat op één jaarpremie na geheel uit rente bestaat. Op deze uitkering zijn de beide vrijstellingen nog volledig van toepassing.
Reparatie
Dit evident onbedoelde gebruik wordt gerepareerd door een bepaling die er in voorziet dat, indien vóór het verstrijken van de minimaal vereiste looptijd (15 resp. 20 jaar) gedeeltelijk wordt afgekocht, voor uitkeringen binnen die polis nà het verstrijken van de minimaal vereiste looptijd de vrijstellingen vervallen. Door de ruime formulering leidt een gedeeltelijke afkoop in jaar 16 tot een bedrag van / 50.000, die op basis van de kleinste vrijstelling onbelast is, tot het vervallen van de grotere vrijstelling voor de uitkering van f 170.000 waarvoor 20 jaren jaarlijks premie is betaald.
De verzekeringnemer die twee onbelaste uitkeringen wil hebben ter grootte van respectievelijk / 50.000 en / 170.000 na respectievelijk 15 en 20 jaar, dient hiervoor dus twee afzonderlijke verzekeringsovereenkomsten te sluiten.
Naar mijn mening is het mogelijk om deze twee overeenkomsten te administreren op één polis, zodat de extra kosten tot een minimum beperkt blijven.
De in de vakliteratuur gesuggereerde oplossing om de vrijstellingen niet te laten aansluiten bij de uitkeringen uit de kapitaalverzekering, maar bij de daarin gegenereerde rente, heeft helaas geen genade gevonden in de ogen van de staatssecretaris, al geeft hij in de nota naar aanleiding van het eindverslag wel toe dat een dergelijke benadering meer in overeenstemming is met de huidige wetssystematiek.
Nota van wijziging
Inmiddels is na de nota naar aanleiding van het eindverslag een tweede nota van wijziging ingediend. Hierin wordt voorgesteld het nieuwe regime met betrekking tot vervreemding van polissen, dat tenslotte al weer sinds 1 januari 1992 van kracht is, te wijzigen.
Het vervreemden van een polis houdt in: het overdragen van de rechten uit de polis. Een wijziging van verzekeringnemer of een onherroepelijke aanwijzing als begunstigde dus. Dit kan geschieden door verkoop of door schenking van deze rechten.
De huidige, sinds de inwerkingtreding van Brede Herwaardering I van kracht zijnde, bepalingen met betrekking tot vervreemding van polissen, zijn ook van kracht voor polissen die overigens onder het oude regime vallen.
Vóór Brede Herwaardering I leidde het vervreemden van een polis aan een binnenlandse belastingplichtige niet tot heffing bij de verkoper. Indien bijvoorbeeld een lijfrentepolis werd verkocht aan een binnenlandse belastingplichtige met een groot compensabel verlies of met niet of nauwelijks belastbaar inkomen, kon een dergelijke transactie tot een voor beide partijen aantrekkelijke situatie leiden. Brede Herwaardering I maakte een einde aan deze door de staatssecretaris tot dan toe tevergeefs bij de Hoge Raad bestreden praktijken, door te stellen dat ingeval een polis wordt vervreemd, de tegenprestatie die de verkoper ontvangt (de koopprijs), als een uitkering uit de polis wordt beschouwd en als zodanig dus belastbaar kan zijn. Dit geldt zowel voor lijfrenten als voor kapitaalverzekeringen.
Schenking
Een van de wezenskenmerken van een schenking is, dat het een bevoordeling is om niet. ‘Om niet’ wil zeggen: zonder dat hiervoor een tegenprestatie wordt geleverd. De bezitter van een onder het overgangsregime vallende polis die deze wil schenken, kan dit derhalve doen zonder dat dit bij hem tot belastingheffing leidt. De tegenprestatie van de begiftigde is immers nihil. Er valt dus niets te belasten. Schenking van lijfrente-polissen ‘oude stijl’ aan bijvoorbeeld studerende kinderen met gering (en, als de plannen van ‘paars’ doorgaan, binnenkort wellicht zelfs in het geheel geen) belastbaar inkomen, is derhalve nog steeds aantrekkelijk.
Als het aan de staatssecretaris ligt, heeft dat echter zijn langste tijd gehad. Hij stelt voor, de tegenprestatie ten minste te stellen op de waarde in het economische verkeer van de polis ten tijde van de vervreemding. Op deze wijze leidt ook een schenking van een polis (ook als die stamt uit het tijdperk van vóór de Brede Herwaardering I) tot een belastbare bate bij de vervreemder.
Ouders die hun polissen willen schenken aan hun kinderen zonder dat dit ongewenste gevolgen voor hen heeft in de sfeer van de inkomstenbelasting, dienen dit dus te doen vóór de inwerkingtreding van Brede Herwaardering III. De ingangsdatum hiervan valt op dit moment niet de voorspellen. Ook niet te voorspellen valt, of deze uit de rooms/rode koker afkomstige nota van wijziging van een paars stempeltje wordt voorzien. De ervaring met Brede Herwaardering I, die door een rooms/blauwe coalitie werd ingediend om vervolgens inhoudelijk vrijwel ongewijzigd door hun rooms/rode opvolgers feitelijk te worden ingevoerd, geeft wat dit betreft niet al te veel aanleiding voor optimisme.
Bij dergelijke schenkingen dient uiteraard wel rekening gehouden te worden met het eventueel verschuldigde schenkingsrecht.
De laatste strohalm die nog rest, is bij de lijfrenten ‘oude stijl’ de situatie waarin termijn voor termijn wordt geschonken. In dergelijke gevallen is noch sprake van vervreemding van het recht op periodieke uitkeringen, noch van het onherroepelijk worden van de begunstiging en zijn de in de tweede nota van wijziging voorgestelde bepalingen niet van toepassing. Aangezien de heffing over de lijfrente-termijnen plaatsvindt bij degene die ze geniet, kan op deze wijze nog geprofiteerd worden van een verschil in tarief bij de schenker en de ontvanger. Ook is op grond van de anti-samenloopbepaling tussen inkomstenbelasting en schenkingsrecht in dergelijke gevallen geen schenkingsrecht verschuldigd. Meer krenten biedt de pap op dit gebied niet meer.
in Amsterdam.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.