nieuws

Brede Herwaardering II: de stand van zaken na behandeling in Tweede

Archief

Kamer

door mr H.M. Kappelle
De kruitdampen zijn opgetrokken, de strijd is – in ieder geval voor wat de Tweede Kamer betreft – gestreden. Brede Herwaardering II is aangenomen door de Tweede Kamer en het is derhalve een goed moment om na de hect ische taferelen van de laatste tijd waarin de nota’s van wijziging elkaar in hoog tempo opvolgden, een overzicht te geven van hoe een en ander er nu uiteindelijk uit is komen te zien.
Pensioendefinitie
Aan de fiscale pensioendefinitie wordt, naast de bekende formule dat het pensioen niet uit mag gaan boven hetgeen maatschappelijk gebruikelijk is, toegevoegd dat het pensioen moet zijn ondergebracht bij een van de in de wet genoemde soorten verzekeraars. Indien het pensioen wordt ondergebracht bij een niet toegelaten verzekeraar, is de zogenaamde omkeerregel in de loonbelasting (aanspraak onbelast, uitkeringen te zijner tijd belast) niet van toepassing en wordt men pensioenopbouwer loonbelasting verschuldigd over de pensioenaanspraak.
Toegelaten verzekeraars
Als verzekeraar voor een pensioen in de zin van de Wet op de loonbelasting mogen optreden:
a. een professionele verzekeraar, mits deze de pensioenverplichting rekent tot het binnenlandse ondernemingsvermogen;b. een professioneel pensioenfonds;c. een buitenlandse verzekeraar of pensioenfonds, mits sprake is van de voortzetting van een pensioen dat reeds bij die verzekeraar of dat fonds was onderbracht in de periode waarin de pensioengerechtigde niet in Nederland woonde;d. een ander lichaam dan hiervoor onder a, b en c genoemd, mits dit in Nederland is gevestigd en zijn verplichting rekent tot zijn binnenlandse ondernemingsvermogen en mits sprake is van een pensioentoezegging die op grond van de PSW niet behoeft te worden ondergebracht bij een professionele verzekeraar, of waarvoor op grond van de PSW ontheffing is verleend van de verzekeringsplicht;e. de natuurlijke persoon tot wie de werknemer in dienst staat of heeft gestaan, mits sprake is van een pensioen dat op basis van de PSW niet verzekerd behoeft te worden of waarvoor ontheffing is verleend van de verzekeringsplicht.Belaste aanspraak
Indien en zodra een pensioenregeling niet langer aan de fiscale definitie voldoet, resp. de aanspraak wordt afgekocht of vervreemd, of formeel of feitelijk voorwerp van zekerheid wordt, wordt deze aanspraak op het moment direct voorafgaande aan deze oneigenlijke handelingen, beschouwd als een belaste aanspraak, die belast wordt tegen het normale, progressieve tarief.
Ook is sprake van een belaste aanspraak, indien een pensioenopbouwer afziet van pensioenaanspraken die zijn ondergebracht bij een niet-professionele verzekeraar, tenzij er sprake van is dat de rechten van de pensioengerechtigde niet verwezenlijkt kunnen worden. Dit laatste is bijvoorbeeld het geval indien de vennootschap waarbij de pensioenrechten zijn ondergebracht is ernstige financiële moeilijkheden verkeert.
Van een belaste aanspraak is geen sprake bij het vervreemden van (een deel van) de pensioenrechten of afzien daarvan in geval van een echtscheiding.
Overdracht van de verplichting
Het overdragen van de pensioenverplichting kan zonder fiscale gevolgen geschieden indien wordt overgedragen aan een van de toegelaten verzekeraars en de overgang geschiedt met inachtneming van de bepalingen van de PSW hieromtrent.
Emigratie
In de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt een flankerende maatregel opgenomen voor gevallen zoals ik hiervoor onder het kopje ‘belaste aanspraak’ beschreven heb, indien de pensioengerechtigde geen binnenlands belastingplichtige meer is. In dergelijke gevallen zal de belaste aanspraak veelal niet tot heffing van Nederlandse loon- of inkomstenbelasting kunnen leiden omdat de diverse verdragen ter voorkoming van dubbele belastingheffing dit onmogelijk maken.
Als de heffing van loon- of inkomstenbelasting aan het woonland van de pensioengerechtigde is toegewezen, vist Nederland wat dat betreft achter het net. De Nederlandse fiscus heft in dergelijke gevallen via de vennootschapsbelasting 60% van de waarde in het economische verkeer van de aanspraak.
Deze heffing van vennootschapsbelasting door Nederland geldt ook indien het verdrag met het nieuwe woonland de heffing wel aan Nederland toewijst en indien er geen verdrag is en Nederland heffingsbevoegd is. In deze gevallen kan dus zowel 60% loonbelasting als 60% vennootschapsbelasting verschuldigd zijn indien de hiervoor beschreven oneigenlijke handelingen met het pensioen worden verricht.
Overgangsrecht
De voorwaarden die aan de toegelaten verzekeraars worden gesteld, zijn niet van toepassing met betrekking tot bestaande aanspraken. Onder bestaande aanspraken worden aanspraken verstaan die op 31 december 1994 bestaan en op basis van de fiscale pensioendefinitie zoals die momenteel luidt, worden beschouwd als aanspraken die berusten op een fiscaal zuivere pensioenregeling. Een pensioenlichaam waarin bestaande aanspraken zijn ondergebracht, mag dus bijvoorbeeld nog in het buitenland gevestigd zijn. Wel dient men er bij dergelijke gevallen alert op te zijn dat niet wordt doorgegaan met het opbouwen van pensioenen in een zodanig lichaam. Voor de na 1 januari 1995 op te bouwen aanspraken voldoet het buitenlandse lichaam niet meer, waardoor over deze premies loonbelasting verschuldigd is, wanneer die premies nog worden toevertrouwd aan het buitenlandse pensioenlichaam.
Het is op basis van de teksten en de daarbij behorende toelichtingen niet bij voorbaat duidelijk hoe het overgangsrecht in de wet op de loonbelasting zich verhoudt tot het in-overeenstemming-brengen van de pensioenopbouw met de PSW. Inmiddels heeft het ministerie van financiën mij desgevraagd bevestigd dat deze koppeling met de PSW, in de loonbelasting geen consequenties heeft voor bestaande aanspraken.
Bestaande aanspraken die in strijd met de PSW niet zijn ondergebracht bij een professionele verzekeraar (bijvoorbeeld het pensioen van de echtgenote van de grootaandeelhouder, die zelf geen aandelen heeft, of van de certificaathouder die geen ontheffing heeft aangevraagd) kunnen derhalve bij een niet-professionele verzekeraar ondergebracht blijven, zonder dat dit tot een belaste aanspraak leidt. Ook hier geldt echter weer dat vanaf 1 januari 1995 op te bouwen aanspraken wel conform de PSW ondergebracht moeten worden.
Gouden handdruk-stamrechten
Het gouden handdruk-stamrecht moet voorzien in periodieke uitkeringen aan de ex-werknemer, die uiterlijk ingaan in het jaar waarin deze de 65-jarige leeftijd bereikt, òf ingaan tengevolge van zijn overlijden en dan ten goede komen aan zijn partner of ex-partner en/of kinderen, stief- of pleegkinderen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt.
Het gouden handdruk-stamrecht mag worden ondergebracht bij dezelfde instellingen waarbij pensioen mag worden ondergebracht. Ook het eigen stamrechtlichaam komt dus nog steeds in aanmerking.
Commentaar
Met de nu door de Tweede Kamer aangenomen voorstellen is er feitelijk niet echt veel veranderd. De pensioen-BV kan gewoon blijven bestaan, slechts het ‘buitenland-lek’ is gedicht. Naar mijn mening zit er echter nog een pijnpunt in de voorstellen dat in de praktijk wel eens heel vervelend zou kunnen blijken te zijn. Door de koppeling van de pensioenopbouw met de PSW is elk pensioen dat niet conform de PSW is verzekerd, in fiscaal opzicht een belaste aanspraak. De voorwaarden waaronder de grootaandeelhouder zijn pensioen niet bij een professionele verzekeraar behoeft onder te brengen, staan in de PSW en de daarbij behorende beschikking van de staatssecretaris van SoZaWe.
Dergelijke beschikkingen kunnen op relatief eenvoudige wijze worden gewijzigd. Dit hebben we gezien bij de wijziging waardoor afkoop van de ene dag op de andere onmogelijk werd gemaakt en bij de nieuwe beschikkingen die zijn uitgevaardigd naar aanleiding van de wijzigingen in de PSW.
De staatssecretaris van SoZaWe kan door het stellen van de voorwaarden waaraan de grootaandeelhouder moet voldoen, diens fiscale positie beïnvloeden. Indien en zodra de grootaandeelhouder met zijn pensioenopbouw niet aan de PSW-voorwaarden voldoet, heeft hij een belaste pensioenaanspraak. Afgezien van het feit dat een dergelijke bevoegdheid tot het uitvaardigen van dit soort beschikkingen mijns inziens exclusief aan de staatssecretaris van financiën behoort toe te komen, kan een en ander indien onvoldoende afstemming plaatsvindt tussen financiën en SoZaWe tot grote problemen in de praktijk leiden. De recente ervaringen met de statutaire doelstellingen van Pensioen-BV’s en de definitie van het begrip ‘holdingmaatschappij’ in de nieuwe beschikking met voorwaarden voor de pensioenopbouw van de grootaandeelhouder stemmen mij, wat deze afstemming betreft, niet optimistisch. Ik hoop dan ook dat de Eerste Kamer nog eens kritisch kijkt naar deze, mijns inziens ongewenste, belangenverstrengeling tussen Financiën en SoZaWe. Schoenmaker, houd je bij je leest!
in Amsterdam.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.