nieuws

Bouwwereld blijft twijfelen aan nut verborgen-gebrekenpolis

Archief

De polis voor verborgen gebreken bij bouwprojecten, die Allianz vorige week introduceerde, blijft de gemoederen bezig houden. Aannemers vinden onder meer de premie te hoog en de dekking te beperkt. Ondanks hun bezwaren zullen aannemers echter bij nieuwe bouwprojecten niet bij voorbaat weigeren de polis te sluiten.

De Verborgen Gebreken Verzekering (VGV) werd geïntroduceerd tijdens een seminar waarbij vooral mensen uit de bouwwereld aanwezig waren. De VGV is gebaseerd op de in het buitenland gangbare Inherent Defects Insurance (IDI). De polis dekt schade door gebreken in bouwprojecten die bij oplevering niet waren ontdekt. Daarbij gaat het om de kosten van reparatie, vervanging of versteviging van het bouwwerk die voorvloeien uit een verborgen gebrek. Dat gebrek moet zijn ontdekt én gemeld gedurende de verzekeringstermijn van tien jaar.
Bovendien geldt de eis dat het gebrek moet leiden tot vernietiging of materiële schade aan constructieve delen of tot instortingsgevaar. Aanvullend wordt vergoeding verleend voor slopen en verwijdering van puin en honoraria van advocaten, experts of adviseurs. Als dat nodig is om te voldoen aan voorschriften, worden extra reparatiekosten door veranderingen in het ontwerp, gebruik of toepassing van verbeterde materialen of verbeterde bouwmethodes eveneens vergoed. De VGV is een secundaire verzekering, die standaard verhaalt op de veroorzaker.
Niet gedekt zijn verborgen gebreken aan de niet-constructieve delen, materieel, inrichting, installaties en externe werken. Ook gebrekkige (of afwezige) waterdichtheid van daken, gevels en kelders valt niet onder de dekking. Waterdichtheid van gevels, buitenmuren en kelders is wel gedekt als deze zijn genoemd in de goedkeuringsverklaring van het inspectiebureau.
Prikkel
De nieuwe polis moet aannemers prikkelen om meer aandacht te besteden aan de kwaliteit van het bouwwerk. Het aantal bouwfouten in ons land moet worden teruggebracht, aldus Jan Bijen, directeur van BouwQ, een samenwerkingsverband van kwaliteitsinstituut Intron, TNO Bouw, adviesbureau Wagemaker en onderzoeksinstituut GeoDelft. BouwQ gaat optreden als inspectiebureau dat controleert of bij oplevering aan alle kwaliteitseisen is voldaan. “Door de technische controle wordt de kans op verborgen gebreken na oplevering verkleind. Daarnaast wordt de kans op uitval tijdens de bouw kleiner”, aldus Bijen. De mate van controle wordt bepaald door de omvang van het risico, die vooraf door BouwQ wordt vastgesteld. De toetsing vindt plaats parallel aan het bouwproces. Dat resulteert uiteindelijk in een verklaring van wel of geen bezwaar, al dan niet met uitsluitingen.
Jaarlijks leiden bouwfouten tot maximaal e 5 mld aan schade. “Dat is 10% van de bouwproductie. Als we dat bedrag willen terugbrengen, is de VGV een goede optie. De kosten van de polis bedragen, inclusief technische inspectie, 2,5% van de totale bouwkosten.”
Premie
Aannemers zien vooral een probleem in de hoge premie en vinden dat de premie op zijn minst afhankelijk moet worden gemaakt van het soort bouwwerk. Bovendien vinden zij dat er te veel uitsluitingen zijn. “De premie moet terug naar eenderde van wat nu wordt voorgesteld”, zo reageerde een aannemer. “Anders wil niemand zo’n polis sluiten. Bovendien moeten de controleprocessen worden geïntegreerd.”
De controle tijdens het bouwproces en de dekking na oplevering wordt door aannemers als dubbelop gezien. “Als ik het goed begrijp worden wij straks zo goed gecontroleerd dat we eigenlijk geen verzekering meer nodig hebben”, klonk het uit de zaal.
De aanwezige makelaars zagen de dreiging van koppelverkoop: bij afname van een VGV-polis – die nu alleen nog door Allianz wordt aangeboden – zou de aannemer kunnen worden verplicht de CAR-verzekering bij dezelfde verzekeraar te sluiten. Anderzijds is onduidelijkheid over de afhandeling van schades als CAR- en VGV-polis bij verschillende maatschappijen zijn gesloten.
De polis is als proef gesloten voor het project Nootdorpboog (een doorgang onder de spoorverbinding Den Haag-Utrecht bij de A12), dat is uitgevoerd door de aannemerscombinatie Colijn/De Koning voor opdrachtgever ProRail. Het project wordt eind dit jaar opgeleverd.
Spanningsveld
Het gevaar dat aannemers massaal weigeren de VGV te sluiten, is volgens Hans Gorrée, voorzitter van de Nederlandse Associatie van Risk en Insurance Managers (Narim), niet aan de orde. Hij liet eerder al weten bedenkingen te hebben bij de VGV (zie AM 22, pag. 1). “Als een opdrachtgever de verzekering verplicht stelt, dan wordt die gesloten.” Hij ziet twee opties: de aannemers sluit de polis en brengt de kosten vervolgens in mindering op de aanneemsom of de opdrachtgever neemt de kosten voor zijn rekening. “Maar het is duidelijk dat er een spanningsveld bestaat tussen wat de aannemers als verzekering kopen en wat de opdrachtgevers willen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.