nieuws

Bonus/malus-systeem naar de APK!

Archief

Bonus/malus-systeem naar de APK!

Het bonus/malus-systeem bij personenauto’s is, mits juist toegepast, een uitstekende uitwerking van de Wet van de Grote Getallen. Immers, met de inbouw van de verschillende risicobepalende factoren bij de premieberekening (kilometrage, geslacht, leeftijd etc.) is de verzekeraar optimaal in staat een zo individueel mogelijke inschatting te maken van het risico en kan op deze wijze de gemiddelde schadekans uitwerken tot een individuele schadekans. Echter het systeem staat of valt met een juiste toepassing en de controle daarop. Mijns inziens spitst de problematiek zich toe op de volgende punten:

  • 1. de zgn. vrouwentreden; 
  • 2. de bepaling van de meest regelmatige bestuurder; 
  • 3. de regio-indeling; 
  • 4. beroepenkorting. 1. De vrouwentreden Het gegeven, dat een persoon van het vrouwelijk geslacht ‘schadevrijer’ rijdt dan een persoon van het mannelijke geslacht zal statistisch wel aantoonbaar zijn(.. !?). Vaak functioneert dit systeem evenwel als niets anders dan een commercieel hulpmiddel om de concurrent voor te blijven. Totdat deze hetzelfde systeem gaat toepassen. Het is echter de vraag of vermoede eigenschappen van een specifieke groep in het kader van de anti-discriminatie gedachte wel toegepast mogen worden op een individueel persoon. (Hierbij ga ik even voorbij aan de invoering per 1 september jl. van de Wet Gelijke Behandeling). Bovendien: wat is deze wetenschap waard als wij ons realiseren, dat veel ‘vrouwenauto’s (ook) bereden worden door mannen of jongens (zoons). Immers, hoe vaak rijdt zoonlief niet in moeders auto, terwijl de verzekeraar vrouwentredes heeft toegekend? Hiermee komen wij automatisch op het volgende probleem: 2. De bepaling van de meest regelmatige bestuurder Het is duidelijk, dat diegene die in het algemeen de auto berijdt, de voornaamste risicofactor is voor de verzekeraar. Dientengevolge is het op het eerste gezicht aanvaardbaar, dat de premie mede op grond daarvan wordt vastgesteld. De vraag is, in hoeverre het mogelijk is te controleren wie, in werkelijkheid de meest regelmatige bestuurder is. In dit kader wijs ik ook op het probleem zoals dat onlangs door de Bavam in een nieuwsbrief is gesignaleerd. Het blijkt, dat de werkelijke bestuurder niet altijd overeenkomt met de in aanvang opgegeven bestuurder. Dit kan grote gevolgen hebben. Als een verzekeraar bij een schade constateert, dat e.e.a. niet juist is weergegeven bij het aangegaan van de verzekering, beroept deze zich op verzwijging ex art. 251 WvK en wijst schadevergoeding af. De verongelijkte verzekerde wendt zich tot diens tussenpersoon met de mededeling, dat deze destijds zo vriendelijk was hem te wijzen op de mogelijkheid een andere regelmatige bestuurder op te geven aan de verzekeraar ten einde een hogere (vrouwen-) korting te bedingen. Een doorgewinterde verzekerde zal (terecht) de tussenpersoon aanspreken, die vervolgens zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar in kennis stelt. Daar hier sprake kan zijn van opzettelijke onjuiste voorstelling van zaken van de kant van de tussenpersoon, zou het resultaat kunnen zijn dat de Bavam de schade afwijst en de tussenpersoon alleen staat en de schade uit eigen zak zal moeten betalen. In het algemeen zijn er twee situaties denkbaar: 
  • 1. Er is een tweede gezins-auto, waarop vrouwentreden zijn toegekend, hoewel ieder gezinslid er (in meer of mindere mate) in rijdt; 
  • 2. Er is een auto verzekerd (eventueel met vrouwentreden), terwijl de feitelijke bestuurder op een ander adres woont. Opgemerkt dient te worden, dat de geregistreerde kentekenhouder in dit kader niet relevant is. Het gaat de verzekeraars om de feitelijke situatie. De bewijsvoering ligt voor verzekeraars hooguit wat moeilijker als de geregistreerde kentekenhouder dezelfde is als de geregistreerde bestuurder. Een rondje bij verzekeraars leert, dat situatie 1. minder snel tot problemen zal leiden dan situatie 2. Ik vraag mij echter af of dit ook op gaat als de schade enige tonnen bedraagt… 3. De regio-indeling Hierbij kan ik volstaan met twee voorbeelden. De heer A. woont in Wolsum in Friesland (regio 1-inschaling) en rijdt iedere dag heen en weer naar Amsterdam waar hij een agentuur heeft in horeca-benodigdheden in het centrum. De heer B. woont in Amsterdam (regio 4-inschaling) en rijdt iedere avond om 19.00 uur (na de spits) naar Wolsum waar hij nachtportier is bij het gemeentehuis. Vóór de spits is de heer B. de volgende ochtend weer thuis. 4. Beroepenkorting Gezien bovenstaande lijkt het mij duidelijk, dat een hogere korting op grond van het criterium bij welke werkgever verzekerde werkt of welk beroep hij uitoefent (ambtenaar, agrariër etc.) volstrekt niets te maken heeft met adequate risicobepaling, doch uitsluitend met het binnenhalen van produktie. (Zoon, 18 jaar, twee schades in 3 maanden, woonachtig in Amsterdam-Centrum verzekert ‘zich’ op de polis van zijn moeder, die naast haar functie als gemeente-ambtenaar in haar vrije tijd hobby-boerin is in haar woonplaats Wolsum) Resumerend: 
  • 1. Het systeem van premievaststelling bij personenauto’s is aan revisie toe. 
  • 2. Het systeem is uitgehold tot een commercieel middel. 
  • 3. Het systeem heeft een negatieve invloed op de schadecijfers. 
  • 4. Het systeem kan tot zeer ongewenste resultaten leiden, die noch in het belang van de verzekeraar noch in dat van de tussenpersoon, en zeker niet in het belang van verzekerden zijn. Conclusie: Ik pleit voor een generaal pardon voor allen die indertijd geen juiste voorstelling van zaken hebben gegeven. Dit omdat wij als bedrijfstak, tussenpersonen en verzekeraars, dit systeem hebben gecreëerd en in stand gehouden. Een oplossing zou kunnen zijn: uit te gaan van een vaste basispremie (lager dan de huidige basispremie) aan de hand van te controleren objectieve gegevens, zoals gewicht van de auto, kilometrage, cataloguswaarde. Kortingen zouden achterwege moeten blijven. Een of meer schades leveren een malus op. Een en ander moet budget-neutraal zijn, m.a.w. de totaal te incasseren premie mag hiermee niet stijgen: de verzekerden als groep moeten per saldo hetzelfde blijven betalen. Een algemene premieverhoging zal toch niet lang op zich laten wachten… Mischa Schrijver, zelfstandig assurantietussenpersoon en docent bij de Stichting Assurantie Vakopleiding Amsterdam. 
Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.