nieuws

Bloemers Nassau belust op niches

Archief

door Richard Vroom

Al is de Rotterdamse Bloemers Nassau Groep slechts actief in een beperkt aantal niches, het zijn wel assurantieterreinen die in het brandpunt van de belangstelling staan. Niet alleen de bestuurders- en commissarissenaansprakelijkheid maar ook diverse productterugroepacties en het bijna onverzekerbaar raken van juweliers, haalden afgelopen weken de krantenkolommen. Een gesprek met Onno Paymans, een van de drie directeuren.
De Bloemers Nassau Groep ontleent haar bekendheid voor een belangrijk deel aan de Nederlandse BCA-pool. Bloemers Nassau was in 1983 initiatiefnemer van deze pool voor de verzekering van bestuurders- en commissarissenaansprakelijkheid. Het bedrijf is nog immer belast met de uitvoering van deze pool, waarin alle grote vaderlandse maatschappijen participeren.
Aan directeur Onno Paymans de vraag hoe spannend de BCA-praktijk anno november 2002 is. Paymans: “Die is erg spannend. Niet alleen door wat er elders in de wereld gebeurt met de Enrons en de Worldcoms, maar ook vanwege de ontwikkeling in de eisen die overheidstoezichthouders aan de diverse sectoren stellen. Bovendien hebben tal van grote Nederlandse bedrijven activiteiten en zelfs vestigingen in Amerika, dus wij hebben op die manier direct met Amerika te maken”.
In de BCA-pool is er altijd naar gestreefd het middensegment van de bedrijvenmarkt op te zoeken. “Je ziet inmiddels, op basis van de handelsgeest die wij als Nederlanders nu eenmaal hebben, dat ook in dit segment diverse bedrijven een verkooporganisatie of fabriek aan de andere kant van de oceaan hebben. Met ‘Amerikaanse toestanden’ heeft eigenlijk elke BCA-verzekeraar in ons land te maken. Het is absoluut spannend op dit moment, al hebben wij vanuit Amerika nog geen grote claims gehad.”
Paymans wijst er op dat elke advocaat in zijn praktijk wel een zaak van bestuurdersaansprakelijkheid bij de hand heeft gehad. “Vaak redeneren curatoren in een faillissement: ‘Is er een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering? Zo ja, dan beginnen we maar eens met een claim neer te leggen.’ Dat is het zogenaamde deep-pocketsprincipe: als er ergens geld te halen is, dan gaat men er achteraan. Ook curatoren gaan evenwel steeds meer erkennen, dat die polis niet bedoeld is als een zak geld om de boedel te spekken. Het moet echt gaan om verwijtbare fouten van een bestuurder.”
Voorwaardenbeperking
In 1998 werden de dekkingsvoorwaarden van de BCA-pool uitgebreid. Zijn die nog bruikbaar vandaag de dag of zit er een aanpassing in de lucht?
Paymans: “Er was rond 1998 nog sprake van een ‘zachte’ markt, er was veel dekkingscapaciteit voor deze verzekeringsvorm te vinden. Dan zie je als natuurlijk effect, dat de voorwaarden breder worden. Inmiddels is de markt verhard. Grote internationale verzekeraars als Chubb en AIG hebben forse klappen in deze tekening opgelopen en er heeft zich al een aantal maatschappijen uit deze markt teruggetrokken. Er zal binnen niet al te lange tijd bij de BCA-pool een aanscherping van de condities met betrekking tot dekkingen in Amerika te zien zijn, of bijvoorbeeld dat zaken die voorheen automatisch werden meegedekt, nu apart kunnen worden gedekt tegen reële premies. Voorbeeld: een lid van de raad van bestuur van een onderneming zit vaak automatisch tevens in een aantal stichtingsbesturen. Dat wordt voortaan als een aparte dekking bestempeld.”
Beroepsaansprakelijkheid
Nassau is ook een belangrijke partij in de beroepsaansprakelijkheidsverzekering, niet alleen met belangrijke marktaandelen in de wereld van accountants en advocaten, maar ook bij het intermediair. “Wij zijn naast de Bavampool de tweede partij in de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van tussenpersonen, dat wil zeggen als 100%-risicodrager van de polis van Schouten International Insurance. Wij zien heel goed wat er gebeurt. Het is momenteel qua resultaat een zorgelijke portefeuille en wij houden ons hart vast voor wat er gaat gebeuren. Als wij zien wat er nog allemaal op die tussenpersoon afkomt…, dat is niet gering. Hoe moet hij aan deze regeling en hoe aan die regeling voldoen? Het probleem is dat foutloze advisering bijna ondenkbaar is.”
Nassau doet op haar eigen manier mee aan de bevordering van de zelfregulering in de branche. De maatschappij is niet aangesloten bij de Stichting Gidi, maar vaart wel in haar kielzog. “De bepalingen van Gidi zijn vooral gericht op de particuliere markt en wij hebben geen particuliere relaties. Onze accountmanagers screenen elke tussenpersoon, want ze zullen allemaal moeten voldoen aan de Gidi-eisen.”
Een andere bron van zorg in de beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt gevormd door de accountants. “Die beroepsgroep is de afgelopen tijd in een volledig ander daglicht komen te staan. Eerst werden ze door iedereen gezien als de vertrouwenspersoon van een bedrijf, maar naar aanleiding van enkele schandalen is de perceptie bij het grote publiek heel anders geworden. Het is overigens de vraag of dat terecht is. De accountantsorganisaties doen enorm hun best om te communiceren dat hun regels goed zijn en dat ze deze waar nodig aanscherpen. Daar gebeurt heel veel. Het is echter niet de eerste taak van de accountant om fraudes op te lossen, maar om te controleren of de cijfers kloppen. En ja, als er ‘goed’ gefraudeerd wordt, zie je dat natuurlijk niet.”
In jullie informatie over de beroepsaansprakelijkheidsverzekering staat aangegeven “voorlopig geen medici”. Waarom niet?
“De tarieven voor medische beroepsbeoefenaren vinden wij zwaar ondergetarifeerd. Die tarieven zouden echt met een factor 3 omhoog moeten alvorens wij hier zeggen dat het tijd is om hierin te stappen. Een belangrijke speler als St. Paul heeft zich uit dit segment teruggetrokken. Er worden in deze tekening, die vooral in de Londense markt is ondergebracht, nog steeds geen zwarte cijfers geschreven.”
Product recall
Op het terrein van product recall zijn er in de markt de laatste tijd veel schades geweest. Je ziet bijna wekelijks advertenties in de krant waarin producten worden teruggeroepen. Paymans prijst zich gelukkig dat de joint-venture PIA Nassau Europe auto- noch geneesmiddelenfabrikanten in portefeuille heeft. “Wij focussen op de voedingsmiddelen- en frisdrankenindustrie. Daar is de vraag vrij groot. Maar het moge duidelijk zijn, dat je niet zomaar een verzekering voor dat terugroeprisico koopt. Het gaat om een belangrijk samenspel van producent of leverancier met de assurantiemakelaar. Die gaat er eerst uit het oogpunt van risicobeheer naar kijken. Welke scenario’s kent het bedrijf voor het geval er producten moeten worden teruggeroepen? Hoe ziet het er binnen dat bedrijf uit? Welke dingen zijn van elkaar gescheiden? Waar en wanneer vinden er controles plaats?”
Deze portefeuille ontwikkelt zich goed in een op zich verliesgevende markt, schetst Paymans. “Er is sprake van een sterke stijging van de premies en ook de eigen-risicobedragen gaan fors omhoog. Dat laatste gebeurt overigens niet zelden op verzoek van bedrijven zelf, vaak onder het motto: we kunnen één klap wel opvangen en willen daarom de dekking beperken tot alleen het catastroferisico. Wij hebben recentelijk in Duitsland een grote portefeuille overgenomen, van Gerling.”
Juweliers
In het jongste jaarverslag van Nassau staat over de bescherming van juweliers een ongewoon felle aanklacht aan het adres van de ‘volstrekt falende overheid’. Dat sloeg op de gang van zaken in afgelopen jaren, maar ook voor dit jaar ziet het er niet goed uit. Paymans: “Het aantal zogeheten ramkraken en inbraken is sterk toegenomen. Het is een tekening waarover wij ons grote zorgen maken en waarbij wij ook een enorme maatschappelijke druk op onze schouders voelen, zo in de geest van: ‘als jullie ermee stoppen, wat dan?’ Maar wij zijn als verzekeringsmaatschappij niet de eerste aangewezene om maatschappelijke problemen op te lossen en ook niet om ze te financieren. Gelukkig zijn wij in de positie dat wij als familiebedrijf kunnen redeneren: wij zouden het nog wat jaartjes kunnen volhouden. Maar als je gewoon gedicteerd wordt door ratio’s die je moet halen, dan zou je allang uit die markt gestapt zijn.”
Nassau is veruit de grootste verzekeraar in de juweliersmarkt. “Als gevolg van de talrijke schades is het premieniveau het afgelopen jaar weliswaar met 35% toegenomen, maar desondanks hebben deze premies niet geleid tot een winstgevende situatie”, verklaart Paymans.
Cocktailpolis
Nassau kwam begin 2000 met een pakketverzekering voor de horeca op de markt, de Cocktailpolis. Paymans: “Het loopt bij ons enorm goed in dat segment. Je ziet bij de traditionele verzekeraars een grote terughoudendheid voor deze sector. De horeca heeft immers een heel slechte naam. Maar niet de gehele horeca bestaat uit dezelfde soort bedrijven. Wij bedienen toch vooral de bovenkant van de markt: hotels en restaurants. Die zijn over het algemeen heel goed bezig met preventie en risicobeheersing. Wij zijn in relatief korte tijd als horecaspecialist bekend geworden en da’s erg leuk om te ervaren.”
Techniekpolis
Tot veler verrassing stapte Nassau vorig jaar in een voor haar nieuwe niche: technische verzekeringen, een markt die juist door tal van maatschappijen de rug werd toegekeerd. “Wij zijn in die markt begonnen met de overname van de Sampo-portefeuille. We waren al een tijd aan het kijken naar technische verzekeringen, maar je moet daarvoor in elk geval goede underwriters hebben met een technische achtergrond. Wij zijn er een jaar mee bezig geweest. Het is een sterke beurstekening, maar er zijn ook veel risico’s in de provincie. Wij willen ook in de provincie een sterke positie krijgen in de niches waarin wij actief zijn. Grote maatschappijen willen er mee stoppen in de provinciale markt en dat speelt ons in de kaart.”
Levenbedrijf
Acht jaar geleden kwam Bloemers Nassau Groep met een opmerkelijke nieuwe loot aan de stam, een levensverzekeringsbedrijf. Waarom gaat een verzekeraar die zich toelegt op schadeniches, een levenbedrijf oprichten? “Wij hebben via de aansprakelijkheidsverzekering bepaalde beroepsgroepen in het vizier, denk aan advocaten, accountants, bestuurders en commissarissen. De beroepsaansprakelijkheidspolis is eigenlijk hun bescherming. En het is vanzelfsprekend aantrekkelijk als je daar ook levenproducten voor kunt ontwikkelen. Wij kijken nu naar de mogelijkheid van pensioenproducten.”
Het had natuurlijk voor de hand gelegen om het levenbedrijf de naam Nassau Leven mee te geven, maar dat is bewust niet gebeurd, vertelt Paymans. De term Nassau wordt in ons land niet alleen geassocieerd met het koningshuis maar ook aan de gelijknamige stad op de Bahama’s. En wie aan de Bahama’s denkt, mijmert al snel niet alleen over de prettige weersgesteldheid maar over het fiscale klimaat. En om nu een maatschappij te stichten die vrij vlot associaties met belastingvlucht zou oproepen, vond men ongewenst.
Wat is dan wel een vertrouwenwekkende naam? “Tja, veel gevestigde levenmaatschappijen hebben de link met een stad (De Goudse, de Amersfoortse, de Zwolsche) en dan nog het liefst met ‘sch’ geschreven. De uitkomst was, dat Nassau’s levenzuster als de Leidsche door het leven gaat.”
De Leidsche kwam deze maand in het nieuws vanwege de uitbesteding van de backoffice aan Accenture. Waarom doen jullie dat?
“Wij stonden op een gegeven moment op het punt om als levenbedrijf uit de kinderschoenen te stappen. Hoe nu verder? Dat vraagt ook de Pensioen- en Verzekeringskamer: hoe gaan jullie nu verder? Met name aan de systeemkant. Dan kom je dus in een volgende fase van automatisering. Hoe moeten we dat doen? Zelf ontwikkelen? Maar wij hebben geen afdeling software-ontwikkelaars in huis. Dan ga je met externe partijen in gesprek en kom je uit bij een investeringsplaatje én bij de factor tijdsduur. Alle collega-verzekeraars zeggen om het hardst: zelf ontwikkelen kost altijd meer geld en dat duurt altijd langer. Hoe langer we wachten, hoe meer productie je gaat missen.” Vandaar de uitbesteding van de back-office aan Accenture. Paymans: “Wij werken met service-levelagreements en dat geeft een hoop rust”.
Buitenland
De groep kent buitenlandse vestigingen in Duitsland, Denemarken en Londen. In Duitsland zijn er twee bedrijven: VOV, een soort BCA-pool, en het twee jaar geleden gestichte Nassau Versicherungen. Onder de naam Nassau is de groep ook actief in Denemarken. “Daar zit nog aardig wat groei en vanuit Denemarken kijken we wel met een schuin oog omhoog. We willen graag Scandinavië in, met name omdat de rechtsgebieden volgens het Rijnlandse model zijn. Daar begrijpen we in ieder geval wat van.” In Londen is Bloemers & Partners gevestigd, het makelaardijbedrijf dat de status van Lloyd’s broker heeft.
Paymans mag graag onderstrepen dat Nassau nog een van de weinige verzekeraars is die als familiebedrijf door het leven gaat. “Mijnheer Bloemers, die in ons kantoor in Londen zetelt, heeft de meerderheid van de aandelen. Als enige buitenstaander heeft de Münchener Rück een participatie. Wij zijn hier niet alleen bezig om keihard geld te verdienen. Wij proberen het ook de medewerkers naar de zin te maken. Als dat betekent, dat wij in een jaar iets minder winst maken, maar dat de mensen het wel erg naar hun zin hebben, dan kiezen wij voor het laatste.”
Intermediair
Nassau heeft een rekening-courantrelatie met circa driehonderd tussenpersonen. “En via de coöperatie DAK hebben we nog een groot aantal subagenten”, zegt Paymans, die gewag maakt van een “leuk dilemma”. Hij doelt daarmee op de beperking van de activiteiten tot een aantal niches. “Tussenpersonen vragen ons herhaaldelijk: ‘Kun je niet dat en dat ook gaan verzekeren, want dan heb ik één loket waar ik al die zaken kan onderbrengen’. Dat doen wij bewust niet, maar we willen wel kijken of we bepaalde branches tot niches kunnen maken, zoals we dat bijvoorbeeld bij de horeca hebben gedaan. Het draait bij onze producten om kennis, kennis en nog eens kennis. Je ziet dat grote maatschappijen niet voldoende in staat zijn om mensen met kennis aan zich te binden, omdat de uitdaging er voor die mensen niet meer is.”
“Wij slagen er in om onze naam als verzekeraar van specifieke niches in de bedrijvenmarkt waar te maken. Maar het begint daar wel eenzaam te worden als gevolg van de terugtrekkende bewegingen van maatschappijen als CNA, St. Paul, Reliance en Royal Sun. Wij vinden het in dat verband onplezierig als assurantiemakelaars naar ons toekomen vanuit een negatieve optie (‘er is niemand anders’) en hopen dat het gebeurt uit een positieve overweging als ‘een goede prijs/kwaliteitverhouding’.”
Dick de Boer (links) voert samen met Onno Paymans de dagelijkse leiding over het hoofdkantoor in Rotterdam. Mede-directeur Dirk Bloemers houdt in Londen direct voeling met alles wat er op en rondom Lloyd’s gebeurt.
Onno Paymans (35) studeerde bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit en trad, na een korte verbintenis met de Hollandse Bank Unie, eind 1995 in dienst van de Bloemers Nassau Groep. Zijn eerste project was het samen met Diederik Sutorius opzetten van een bestuurdersaansprakelijkheidspool in Duitsland. Anderhalf jaar later keerde Paymans terug naar het hoofdkantoor in Rotterdam, waar hij als een soort interne trainee op alle afdelingen actief is geweest. Vervolgens werd hij in 1999 afdelingsmanager Marketing en Commerciële Zaken en sinds begin dit jaar is hij directeur, naast Dick de Boer en Dirk Bloemers. Over een half jaar hoopt Paymans aan de Universiteit van Groningen af te studeren als Master of Marketing Science. Hij heeft daartoe onderzoek gedaan naar het merkenbeleid van verzekeringsmaatschappijen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.