nieuws

‘Blijkbaar heeft de concurrentie erg veel last van ons’

Archief

Erasmus Leven heeft in de afgelopen anderhalf jaar te kampen gehad met veel negatieve belangstelling. Volgens hardnekkige geluiden in de markt zou de jonge Rotterdamse levensverzekeraar moeite hebben het hoofd boven water te houden. Niets is zo vervelend als dat er verhalen over je verteld worden die nergens op gebaseerd zijn, zegt een geërgerde Erasmus-directeur dr Manfred Oschwald. Hij ziet alle aandacht voor Erasmus Leven echter evenzeer als een compliment.

‘Blijkbaar heeft de concurrentie erg veel last van ons’
door Bart Mos
De affaire Vie d’Or laat diepe sporen na in de Nederlandse verzekeringsmarkt. Allereerst is er twijfel ontstaan over de doelmatigheid van het toezicht op verzekeraars, hetgeen een reden was de toezichthouder aan een onderzoek te onderwerpen en het toezicht zelf op onderdelen aan te scherpen. Daarnaast groeide er zowel bij de consument als het intermediair een argwaan ten opzichte van kleine en relatief onbekende levensverzekeraars. Deze argwaan kwam voor de grotere en bekende aanbieders waarschijnlijk niet ongelegen. Hun buitendiensten hadden er plotseling een verkoopargument bij gekregen.
Zo ontstond er al snel een geruchtenstroom over verzekeraars die eenzelfde lot te wachten stond als Vie d’Or. De NVA durfde het zelfs aan om in dit verband een aantal van verzekeringsmaatschappijen te noemen dat volgens haar in een min of meer vergelijkbare positie verkeerde.
Enkele geruchten bleken hardnekkig. Met name de geruchten die de levensverzekeringsmaatschappij Erasmus als onderwerp hadden. Vlak na de ondergang van Vie d’Or deden de wildste verhalen de ronde over deze aan de Rotterdamse Maasboulevard gevestigde verzekeraar. Maar ook nu nog, ruim anderhalf jaar na de Veldhovense affaire, blijft het levenbedrijf van Erasmus onderwerp van geruchten. Hoog tijd dus voor een gesprek met Erasmus.
Hoge garanties
Er zijn wel enkele overeenkomsten tussen de levensverzekeraar Erasmus en Vie d’Or te noemen. Zo biedt Erasmus Leven al sinds haar oprichting in 1986 lijfrenteverzekeringen (met name koopsomprodukten) voorzien van zeer hoge garanties.
Deze garanties vormen waarschijnlijk een belangrijke bron van de negatieve berichten over Erasmus. Ze zouden te hoog zijn om op de langere termijn een gezonde bedrijfsvoering vol te kunnen houden.
Een andere overeenkomst met Vie d’Or is het gegeven dat Erasmus Leven in haar beginperiode werkgever was van G. van Santen, een omstreden figuur die later directeur van Vie d’Or zou worden.
Een levensgroot verschil met Vie d’Or is echter eigendomsstructuur van Erasmus Leven. Het Rotterdamse levenbedrijf is een volle dochter van de Erasmus Holding, welke op haar beurt voor 100% in handen is van de Württembergische Versicherungsgruppe in Stuttgart. G.F. Mehl, de topman van de Württembergische, is president-commissaris van de Erasmus Holding. De Württembergische wist in 1994 een totaal premie-inkomen van / 4,8 mrd te genereren.
Dr Manfred Oschwald heeft sinds 1 juni jl. zitting in de tweekoppige directie van de Erasmus Holding. Zijn aantreden viel samen met het voorziene vertrek van de oud-firmanten jhr J.L. den Beer Poortugael en drs A.F. van Romondt uit de holdingdirectie. Oschwald voert de holdingdirectie samen met H.J. van Calcar, die begin dit jaar de overstap maakte van Gerling naar Erasmus. De Erasmus Holding is voor 100% eigenaar van respectievelijk Erasmus Schade, Erasmus Leven en de assuradeurenbedrijven A.C. Fraser & Co en Tulleners van Buren.
Oschwald, afkomstig van het Duitse moederbedrijf de Württembergische Versicherungsgruppe, zit bovendien samen met drs J.J. van der Keur en C. Voogt in de directie van Erasmus Leven.
Vanwaar komt ruim driekwart van het premie-inkomen van Erasmus Leven voort uit koopsomprodukten?
Oschwald: “Dat komt omdat we een naam hoog te houden hebben op het gebied van opvallende koopsomprodukten. Bovendien is het een produkt dat betrekkelijk gemakkelijk verkoopt. Ondanks de scherpe prijs zien we daarnaast ook nog kans om er een stukje winst uit te halen. Vergeleken met andere maatschappijen liggen de kosten van Erasmus Leven erg laag, mede dankzij onze slanke organisatie (29 medewerkers). Zoiets vertaalt zich uiteindelijk in de prijs van het produkt. Verhoudingsgewijs lijkt het misschien zo dat we weinig premiebetalende verzekeringen verkopen, maar voor een maatschappij met zo’n korte historie als de onze doen we het op dat gebied helemaal niet slecht. We zijn alleen sneller en gemakkelijker gegroeid met koopsommen”.
“Een bijkomend voordeel van een grote koopsomproduktie is dat we als relatief jonge levensverzekeraar relatief weinig kapitaalbehoefte hebben bij een flinke produktie. Mede om die reden hebben we een veel voorzichtiger groei voor ogen in premiebetalende produkten. Omdat Erasmus Levende eerste kosten niet activeert, zijn de lasten van nieuwe produktie met doorlopende premiebetalingen namelijk fors.”
“Ondertussen zorgen we er met onze opvallende koopsomverzekeringen wel voor dat de naam Erasmus door het intermediair op een positieve manier genoemd wordt. Dat laatste is niet onbelangrijk voor een verzekeringsmaatschappij die nog maar kort op de markt is.”
Maar in de afgelopen anderhalf jaar werd de naam Erasmus juist vaak op een negatieve manier genoemd.
“Het lag voor de hand dat er in de markt na de affaire Vie d’Or met extra belangstelling gekeken zou worden naar jonge en kleine levensverzekeraars, waaronder Erasmus Leven. We kregen ook de nodige vragen van het intermediair. Daar hebben we voornamelijk passief op gereageerd. We benaderden alleen de tussenpersonen die lieten blijken dat ze vragen hadden over ons bedrijf. Ook besloten we om een folder te laten maken met wat achtergrondinformatie over onze historie, de concernverhoudingen en onze financiële positie. Hiermee gaven we onze relaties wat in handen, voor het geval er vragen over Erasmus gesteld zouden worden. Na enkele maanden nam de plotseling opgekomen belangstelling weer af en kwamen we weer in een rustiger vaarwater terecht.”
Solvabiliteit
Afgelopen december gooide het statistisch nummer van Assurantie Magazine volgens Oschwald vervolgens weer roet in het eten. De hierin gepubliceerde cijfers over de geëiste en aanwezige solvabiliteit van Erasmus Leven zorgde voor een nieuwe opleving van negatieve aandacht. “De gepubliceerde aanwezige solvabiliteit van / 26 miljoen bij een vereiste solvabiliteit / 23 miljoen per 31-12-1993 was op zich juist, maar was op dat moment al wel achterhaald. Sinds begin 1994, na een geplande financiële injectie van / 13 miljoen door ons moederbedrijf, beschikken we namelijk over een eigen vermogen van / 40 mln. Overigens besloten we al vóór Vie d’Or het eigen vermogen te vergroten. Achteraf bezien hadden we dat misschien beter al in 1993, voorafgaand aan die hele affaire, kunnen doen.”
Oschwald: “De negatieve aandacht die Erasmus Leven krijgt, is ontstaan door een combinatie van enerzijds de mate waarin wij met onze concurrerende produkten storend werken in de ogen van de gevestigde maatschappijen, en anderzijds door het feit dat men relatief weinig weet van de Erasmus Groep en wie er achter zit. Deze combinatie van factoren zorgt er voor dat er vraagtekens bij Erasmus worden gezet, en dan bedoel ik niet alleen goedbedoelde vraagtekens, maar ook die van het kwade soort. Vraagtekens waarmee men ons in een wat onduidelijk daglicht wil stellen.”
Oschwald windt zich zichtbaar op als hij het heeft over de door hem vermoede bron van de kwaadsprekerij. “Wat wij zien, is dat de geruchten vrijwel altijd bij één maatschappij vandaan komen. De naam van deze verzekeraar zal ik u niet noemen, maar we vinden het wel heel opvallend dat het allemaal uit één hoek komt.”
“Zo werden er aan het begin van de zomer van 1994 praatjes rondgestrooid als zou de Verzekeringskamer hier op de stoep staan omdat we niet meer aan onze verplichtingen zouden kunnen voldoen. Daar klopt werkelijk helemaal niets van. Als u het wilt weten: de Verzekeringskamer is afgelopen november voor het laatst langsgeweest voor een controle. Die controle had in mijn ogen overigens wel te maken met de gebeurtenissen bij Vie d’Or. Ik heb het idee dat ze in dit verband in de afgelopen periode bij een aantal levensverzekeraars op bezoek zijn geweest. Bij ons werden door de toezichthouder slechts enkele routinematige zaken onderzocht zoals de manier van verslaglegging in de statenverslagen. Niet bepaald zaken waar je als bestuurder van zou wakkerliggen.”
Simpele marktbenadering
Over de onbekendheid van Erasmus zegt hij: “Wij geven niet zoals veel andere maatschappijen een berg geld uit aan het verbeteren van onze naamsbekendheid. Erasmus tracht gewoon haar zaken op een kostenbespaende manier te regelen, en rekent de daaruit voortvloeiende kostenvoordelen door aan de klant. Okee, dat mag misschien een wat simpele marktbenadering genoemd worden, maar we hebben er ondertussen wel mee bereikt wat we wilden.”
De twijfels over de hoge rentegaranties op koopsomprodukten wuift Oschwald glimlachend weg: “Erasmus Leven heeft een absoluut gematched beleggingsbestand. Dat wil zeggen dat als wij, laten we stellen in het jaar 2015, een expiratie hebben van een koopsom, dan staat daar een belegging tegenover die eveneens in 2015 expireert. Ik weet dat een heleboel andere levensverzekeraars niet matchen, die nemen daarmee een stukje risico voor lief. Een risico dat wij in geen geval lopen. Dus ik vraag me af: hoe kunnen we het qua zekerheid voor onze klanten nou nog beter doen?”
Erg druk lijkt Oschwald zich overigens niet te maken over de aanhoudende geruchtenstroom over Erasmus. “Ik zie het maar als een compliment: blijkbaar heeft de concurrentie erg veel last van ons.”
“Gezien de premie-ontwikkeling in het afgelopen jaar heeft alle negatieve aandacht ook weinig invloed op de prestaties van Erasmus gehad. In 1994 wist het levenbedrijf opnieuw een omzetgroei te realiseren. Dit keer zakte de produktie van eenmalige premies weliswaar met 5% tot / 115,2 miljoen (waarmee we overigens ons marktaandeel gehandhaafd hebben), maar in periodieke premies wisten we een groei van 27% te realiseren tot / 22,0 miljoen.”
Dr Manfred Oschwald (40) studeerde wiskunde aan achtereenvolgens de universiteit van Karlsruhe en die van Zürich. Hierna promoveerde hij in de wiskunde aan de universiteit van Boedapest (Hongarije). Na zijn promotie werd hij in 1984 actuaris bij de Württembergische in Stuttgart. Vanaf de oprichting van Erasmus Leven in 1986 werd Oschwald de contactpersoon bij de Württembergische. In 1990, toen de Württembergische een meerderheidsbelang in de Erasmus Holding verwierf, werd hij gevraagd om voor een periode van vijf jaar in dienst van het Nederlandse dochterbedrijf te treden om het bedrijf verder uit te bouwen. Recentelijk liep dit contract af, waarop Oschwald het besluit nam om voor onbepaalde tijd bij Erasmus te blijven: “Het bevalt me hier uitstekend”.
Manfred Oschwald: “Hoe kunnen we het qua zekerheid voor onze klanten nou nog beter doen?”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.