nieuws

Bijsluiter alleen bij complexe producten

Archief

De ministerraad heeft vorige week ingestemd met het voorstel van de Raad van Financiële Toezichthouders (RFT) om per 1 januari een bijsluiter voor financiële producten in te voeren.

De bijsluiter is bedoeld om consumenten in één compact overzicht te informeren over de belangrijkste kenmerken van een financieel product, waaronder het rendement, het risico en de kosten. “Hierdoor wordt het ook eenvoudiger om dergelijke producten onderling te vergelijken”, aldus het ministerie.
De financiële bijsluiter zal volgens het huidige voorstel alleen worden verstrekt bij complexe financiële producten. Volgens de RFT zijn dat “producten die zijn opgebouwd uit meerdere op elkaar inwerkende producten en producten met een onzekere component”. Als voorbeelden worden genoemd aandelenleaseproducten en beleggingsverzekeringen.
Verbond
Het Verbond van Verzekeraars is allerminst gelukkig met de toevoeging ‘complex’, ook al betekent die dat bijvoorbeeld garantieverzekeringen niet van een bijsluiter hoeven te worden voorzien. “”De financiële bijsluiter moet zich uitstrekken over alle financiële producten”, aldus Verbond-woordvoerder Hennie Zoontjes. “Wij betreuren het als bepaalde producten van die plicht worden uitgesloten. Ook een spaarrekening herbergt een bepaalde onzekerheid, in de vorm van rentefluctuaties. We zijn voor een level-playing-field voor aanbieders van financiële producten. Dat bevordert de vergelijkbaarheid ervan.”
Het Verbond is enigszins verrast dat het voorstel in de huidige vorm al is aangenomen door de ministerraad, maar is vast van plan de beperking tot ‘complexe producten’ alsnog uit de definitieve wettekst te krijgen.
Toezicht
In de zijlijn van het eerste jaarverslag heeft de RFT overigens laten weten het toezicht op tussenpersonen te willen gaan uitvoeren, daarmee de Sociaal-Economische Raad (SER) buiten spel zettend. Volgens de RFT moet “de grote leegte in het toezicht op assurantietussenpersonen” opgevuld worden met een centraal register waarin alle tussenpersonen van financiële producten in komen te staan. De deelnemers aan de RFT, namelijk De Nederlandsche Bank, de Stichting Toezicht Effectenverkeer en de Pensioen- en Verzekeringskamer, moeten dat register gaan bijhouden.
Volgens Harry de Meij, hoofd vestigingswetten van de SER, is die gedachte van de RFT nogal prematuur. Volgens hem zal er zeker een rol moeten liggen voor de SER, waar momenteel twintig mensen zich bezighouden met de vestigingswet Wabb (Wet Assurantiebemiddelingsbedrijf). Het huidige SER-register telt om en nabij de 23.000 ingeschreven assurantietussenpersonen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.