nieuws

Betrokken verzekeraars delen fraudeconclusie Verbond niet

Archief

“De fraude met levensverzekeringen neemt toe”, stelt het Verbond van Verzekeraars. Zij doet dat op basis van twee bescheiden interne onderzoeken van Interpolis en Nationale-Nederlanden. De bronnen zelf distantiëren zich van de fraudeconclusie: “Dat is binnen de Verbondsmuren gebeurd.”

In een brief – gedateerd 23 december 1997 – aan minister Els Borst schrijft directeur Piet Kremer namens het Verbond letterlijk: “Het aantal fraudegevallen op verzekeringsgebied neemt alleen maar toe. Op het gebied van levensverzekeringen gaat het om enkele tientallen miljoenen guldens. Uit onderzoek bij enkele maatschappijen bleek dat het aantal overlijdensgevallen binnen twee jaar na het afsluiten van een levensverzekering gerelateerd aan het totaal aantal overlijdensgevallen 16% bedraagt. (…) De normale verwachting is dat slechts eenderde van deze 16% in die periode overlijdt. Bovendien blijkt dat bij overlijden binnen de genoemde periode van twee jaar na het afsluiten van de verzekering sprake is van verzekerde bedragen die fors boven het gemiddelde liggen. Verzwijging van voor de verzekeraar relevante informatie bij het afsluiten van de verzekering is hiermee duidelijk aangetoond.”
De opzienbarende sterftecijfers leidden tot veel aandacht in de media. Voor het oog van de televisiecamera’s mochten Jan Verheij en Erik Fischer het Verbondsstandpunt verdedigen. “De groeiende fraude bij levensverzekeringen dwingt ons tot het vragen van machtigingen aan verzekerden waarmee inzage in het medisch dossier kan worden verkregen. Wie niets te verbergen heeft, hoeft zich geen zorgen te maken. Het gaat ons alleen om de fraudeurs. Daarom gaan we ook met de clausule ‘geen inzage, geen uitkering’ werken. Ook daarover moeten alleen fraudeurs zich zorgen maken”, was samengevat het standpunt van de verzekeraars.
Het Verbond weigerde daarentegen zelf inzage te geven in de achterliggende cijfers en hield het slechts op: “Het is een representatief onderzoek.”
Inmiddels is duidelijk geworden dat onder “enkele maatschappijen” twee maatschappijen verstaan moet worden, te weten Interpolis en Nationale-Nederlanden. Beide verzekeraars hebben op eigen initiatief een bescheiden onderzoek gedaan naar de overlijdensgevallen in de eerste twee jaar na het sluiten van een overlijdensrisicoverzekering.
Fraude-etiket
Het Interpolis-onderzoek vond plaats in het kader van een afstudeerproject. Een student heeft in de individuele levenportefeuille van Interpolis de overlijdensgevallen in de jaren 1995, 1996 en 1997 bekeken. Hoe groot de onderzoekspopulatie was, wil Interpolis-woordvoerder Marco Simmers niet zeggen.
“Er was sprake van een verhoogd sterftecijfer onder recentelijk afgesloten polissen. Maar dit betrof slechts een signaal. De conclusie dat dús sprake is van fraude kan absoluut niet getrokken worden en is door ons ook nooit getrokken.”
Het fraude-etiket is er door het Verbond opgeplakt, dat volgens Simmers gelijktijdig met het afstudeeronderzoek van Interpolis soortgelijk NN-materiaal op tafel kreeg. “Dat materiaal is besproken in de Verbondscommissie medische en ethische zaken”, weet Simmers. “Dat heb ik zojuist pas vernomen, vandaar dat wij in eerste instantie hebben ontkend aan het Verbondsonderzoek te hebben deelgenomen.”
NN erkent cijfers te hebben geleverd aan het Verbond over overlijdensgevallen in de eerste twee jaar na het sluiten van een levensverzekering. “Maar”, zo stelt woordvoerder Jan Willem Dreteler nadrukkelijk, “wij hebben daar geen deugdelijke analyse op los gelaten en ook geen conclusies aan verbonden. Dat is binnen de Verbondsmuren gebeurd.”
Machtiging
De voorbarige onderzoeksconclusie dat bij levensverzekeringen flink gefraudeerd wordt, is voor het Verbond het belangrijkste argument om zijn leden per 1 maart te gaan adviseren om bij alle individuele levensverzekeringen van aspirant-verzekerden een machtiging tot inzage in het medisch dossier te vragen. Aan de machtiging wordt de clausule ‘geen inzage, geen uitkering’ gekoppeld.
Het Verbond uitte dat voornemen onder meer in de brief aan minister Borst. Verbondsbestuurder Jan Verheij (Reaal) benadrukt dat fraude niet het enige argument is om tot de machtigingen over te gaan. “We kunnen verzekeringsovereenkomsten zonder informatie over de doodsoorzaak niet op een correcte manier uitvoeren. Denk bijvoorbeeld aan de zelfdodingsclausule. Andere argumenten zijn de beperkte mogelijkheden tot risico-inschatting als gevolg van de Wet Medische Keuringen en onze slechte concurrentiepositie ten opzichte van verzekeraars uit andere EU-lidstaten.” Verheij wijst in dit verband op de Amerikaanse verzekeraar Cigna, die vorig jaar aan DinersClub-leden eenzelfde machtiging vroeg. Minister Borst heeft dat toen, onder voorwaarden, toegestaan.
Verheij zegt het gevoel te hebben dat de interne onderzoeken bij NN en Interpolis representatief zijn. “Een algemeen onderzoek zou te veel tijd vergen.” Het Verbond zegt de sterftecijfers over ongeveer een week alsnog publiekelijk te maken. “De gegevens zijn wel bekend, maar we willen hier een samenhangend rapport over opstellen.”
Probleem?
Het vragen van machtigingen aan aspirant-verzekerden is volgens het Verbond noodzakelijk, omdat de uit 1912 stammende overeenkomst met de artsen (Vrede van Tilburg) steeds moeilijker werkbaar is. Een aantal individuele levensverzekeraars spreekt echter openlijk zijn twijfel uit over die conclusie.
Volgens Nico Bekendam van Zwolsche Algemeene komt het “slechts incidenteel voor dat een arts niet wil meewerken aan het geven van informatie over de doodsoorzaak.” Toch is juist zijn maatschappij bij pensioenverzekeringen overgegaan tot de machtigingsconstructie, inclusief de clausule ‘geen inzage, geen uitkering’.
Bekendam: “We willen in staat gesteld worden om aan te tonen dat een aandoening al bij het sluiten van de verzekering bestond én bekend was. Daarvoor vragen wij een machtiging tot inzage. Als een arts vervolgens inzage weigert, is dat een conflict tussen arts en nabestaanden. Daarbij staat de verzekeraar slechts aan de zijlijn. Wel zijn we bereid om nabestaanden te ondersteunen in een eventuele gerechtelijke procedure tegen de arts.”
Royal-directeur Frank Rosenmuller bevestigt het door Zwolsche geschetste beeld dat het verkrijgen van informatie in de praktijk nauwelijks problemen oplevert. “Als we ons verzoek tot extra informatie goed kunnen motiveren, werken vrijwel alle artsen daaraan mee.”
Dat zou betekenen dat verzekeraars prima met de huidige gang van zaken overweg zouden moeten kunnen. Zij kunnen namelijk, bij een incidentele weigering van een arts tot het geven van meer informatie over de doodsoorzaak, inzage in het medisch dossier via de rechter afdwingen. Maar het Verbond verwacht dat van de machtigingsconstructie een preventieve werking uitgaat, die ‘brandende huizen’ weerhoudt van het nog snel even sluiten van een levensverzekering.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.