nieuws

Bestaansrecht voor kleine gevolmachtigden onzeker

Archief

Bestaansrecht voor kleine gevolmachtigden onzeker

Voor kleine volmachtkantoren in ons land dreigt er na de komst van de Wet Financiële Dienstverlening (WFD) geen toekomst meer te zijn. Forse lastenverzwaringen, in administratieve en financiële zin, maken het voor deze groep van gevolmachtigden ondoenlijk hun bedrijfsvoering voort te zetten, zo bleek op het minicongres van de NVGA vorige week in Nunspeet.
Directeur Jurjen Oosterbaan Martinius van adviesbureau D&O wond er tijdens het NVGA-symposium ‘De volmacht in juridisch perspectief’, waar tweehonderd leden en relaties op waren afgekomen, geen doekjes om. Voor de gevolmachtigd agent in ons land gaan er dit jaar veel dingen veranderen, zowel door invoering van de Wet Financiële Dienstverlening (WFD) per 1 januari 2005 als door de nieuwe ‘Regeling uitbesteding verzekeraars’, die de Pensioen- en Verzekeringskamer begin dit jaar heeft afgekondigd met een opschortende werking tot uiterlijk 1 februari volgend jaar (zie kader). De WFD zou overigens wel eens gefaseerd kunnen worden ingevoerd, zo liet Oosterbaan zich terloops ontvallen. “De afkondiging van de wet kan dan wel per 1 januari 2005 in het Staatsblad plaatsvinden, maar onderdelen van de wet zouden wel eens veel later van kracht kunnen worden.”
Kliklijn
In het kader van de WFD hebben verzekeraars straks de verplichting om de bedrijfsvoering van hun gevolmachtigden nauwlettend in de gaten te gaan houden. In geval van ‘onregelmatigheden’ bij gevolmachtigden hebben de maatschappijen een meldingsplicht bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM). “Maatschappijen zullen tot deze veredelde kliklijn gedwongen zijn op straffe van een geldboete of het verlies van hun vergunning”, benadrukte Oosterbaan.
De lastenverzwaring die dit – evenals de uitbestedingsregeling – met zich brengt, zou voor veel volmachtmaatschappijen aanleiding kunnen zijn om hun volmachtrelaties te herzien. “De kosten en administratieve lasten van deze regeling zullen ertoe leiden dat verzekeraars nadrukkelijker naar hun volmachten kijken en zich de vraag stellen of die inspanningsverplichtingen nog wel verantwoord zijn bij volmachten met een gering premievolume”, aldus Oosterbaan. Hij schat dat het gemiddelde premievolume dat door verzekeraars per volmacht zal worden geëist minimaal e 750.000 tot e 1 mln bedraagt. Kantoren tot drie medewerkers zullen daaraan moeilijk kunnen voldoen, laat staan wanneer er meer dan één volmacht verkregen is. “Erg onlogisch is dat niet, want het bezit van twee volmachten is sinds kort een absolute voorwaarde voor het verkrijgen van het NVGA-lidmaatschap.”
Onafhankelijkheid
Gevolmachtigden die ook bemiddelingsactiviteiten erop na houden – en vaak is dat het geval – lopen straks onder het strakke regime van de WFD het risico hun status van onpartijdige aanbieder te verliezen. Van belang daarbij is hoe de overheid zal omgaan met de productieverplichting die de gevolmachtigde in de volmachtovereenkomst overeenkomt met de maatschappij.
De huidige bepaling geldt volgens Oosterbaan nog alleen voor de bemiddelaar. “Anderzijds wordt het voor een gevolmachtigde uiterst lastig om objectief advies te geven op basis van een toereikend aantal producten. Een rol meer dan van een selectieve aanbieder, zit er niet in”, aldus Oosterbaan. Hij houdt het erop dat de wetgever aanvullend nog wel wat zaken gaat regelen, waaronder het stellen van voorwaarden aan de scheiding van activiteiten tussen die van de gevolmachtigde en die van diens assurantiebedrijf.
Vakbekwaamheid
Buiten de bepalingen over de aanvangsdiploma’s is er verder in de WFD niets geregeld over de vakbekwaamheidseisen voor gevolmachtigden en hun medewerkers. “Binnen het Verbond van Verzekeraars is er overigens wel overleg gaande over het vaststellen van bepaalde kwalificaties voor de medewerkers van maatschappijen”, aldus Oosterbaan.
Een bijkomend probleem is volgens hem dat medewerkers met diploma’s die op hun kantoor niet tot de in de vergunning genoemde diplomahouders (‘feitelijk leiders’) behoren, buiten de boot dreigen te vallen. Hun diploma’s zijn straks niets meer waard. “Voor deze groep medewerkers die op langere termijn wellicht voor zichzelf zouden kunnen beginnen, is nog niets geregeld. NVA, NBVA en SEA spannen zich nu in om voor deze categorie diplomahouders een persoonlijk register in het leven te roepen. Na aanmelding bij de AFM zou men dan in dat register kunnen worden ingeschreven met de verplichting om via permanente educatie de vakkennis op peil te houden. Maar of de overheid hierin wil meegaan, is de vraag.”
Op het overgangsregime (‘3-5-3’), waarbij gevolmachtigden met een GA-diploma niet ouder dan drie jaar of met drie jaar werkervaring in de laatste vijf jaar, zonder nadere eisen hun bedrijf mogen voortzetten, had Oosterbaan de nodige kritische kanttekeningen. Met name voor startende volmachtkantoren die enkele jaren na het behalen van hun GA-diploma hun eerste volmacht krijgen en vanaf dat moment “relevante werkervaring opdoen”, bieden deze overgangsbepalingen geen oplossing, zo toonde Oosterbaan aan met een praktijkgeval. “Zoiets kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn.”
Aansprakelijkheid
Verder miste hij in de WFD de verplichting voor gevolmachtigden om hun beroepsaansprakelijkheid te verzekeren. “De in de WFD genoemde bepaling geldt uitsluitend voor bemiddelaars in verzekeringen, maar dus niet voor gevolmachtigden.” Ten slotte wees Oosterbaan erop dat ook de eis tot het deponeren van een volmachtovereenkomst niet in de WFD wordt genoemd. “Op dit punt is dus niets meer wettelijk vastgelegd. Een lacune, lijkt me.”
De slotconclusie van Oosterbaan was dat de volmachtregeling in de WFD “nog niet af is”. Dat is op zichzelf niet vreemd, erkende ook NVGA-bestuurslid Peter Lijbers. “Dat heeft alles te maken met het feit dat de gevolmachtigde tot voor kort een vergeten diersoort was. Om het huidige regime van de Wabb voor de gevolmachtigde zo veel mogelijk te kunnen handhaven, moesten we als bestuur ijlings met Financiën en AFM aan tafel gaan zitten”, aldus Lijbers.
Jurjen Oosterbaan: “De volmachtregeling in de WFD is nog niet af”.
‘Regeling uitbesteding’ dwingt verzekeraars tot maatregelen
De privaatrechtelijke ‘Regeling uitbesteding verzekeraars’ zal de volmachtgevende maatschappijen verplicht stellen om zodanige maatregelen te nemen dat de PVK “vrijelijk toegang krijgt tot de administratie (lees: klantendossiers) van gevolmachtigden”, zo betoogde algemeen directeur Hein Aanstoot (London Verzekeringen) namens verzekeraars.
De verplichte ‘vrije toegang’ is volgens hem nodig voor de PVK om prudentieel toezicht op onder meer de financiële soliditeit, reputatie en naleving van wet en regelgeving door gevolmachtigden mogelijk te maken. Daartoe zullen verzekeraars en gevolmachtigden heldere afspraken dienen vast te leggen in de volmachtovereenkomst, aldus Aanstoot.
Mocht een volmachtovereenkomst op enig punt niet voldoen aan de nieuwe eisen, dan kan de PVK overgaan tot een formele aanbeveling aan de maatschappij om alsnog tot aanpassing van het contract over te gaan. “Het moet zo zijn geregeld dat de volmachtovereenkomst de toets der kritiek van de PVK kan doorstaan”, aldus Aanstoot. De vrije toegang tot de administratie van gevolmachtigden geldt niet voor medische en advocatendossiers waarop een geheimhoudingsplicht rust.
“Voor gevolmachtigden is het noodzakelijk dat er per volmachtgever een separate administratie wordt aangehouden. Alle vrijblijvendheid is er nu af”, waarschuwde Aanstoot met klem. Volgens hem vraagt dit wel om enige voorzichtigheid met het oog op mededingingsrechtelijke aspecten, zeker in het geval van verzekeringspools. De komende tijd zullen volgens hem nieuwe volmachtovereenkomsten het levenslicht zien, waarbij moet worden nagegaan of zogeheten polis- en schadedumps die gevolmachtigden aan maatschappijen afgeven, aan de vereiste informatieplicht voldoen. “Dat betekent niet alleen meer werk, maar ook hogere kosten qua bedrijfsvoering en toezicht”, aldus Aanstoot.
Hein Aanstoot: “Gevolmachtigden dienen per volmachtgever een separate administratie bij te houden.”
NVGA wil wettelijk model voor volmachtcontract
De NVGA heeft een brief geschreven naar de Vaste Kamercommissie voor Financiën waarin zij erop aandringt zijn model voor de volmachtovereenkomst in de Wet Financiële Dienstverlening (WFD) als basisvoorziening verplicht te stellen.
Indien dit niet lukt, is aan de toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) verzocht om het NVGA-model als leidraad voor de uitvoeringsmaatregelen te nemen. Op het symposium in Nunspeet riep NVGA-voorzitter Jos van der Poel verzekeraars op geen maatschappijsausje over deze modelovereenkomst te gooien. “Gebruik dit model één op één voor alle volmachtovereenkomsten en toom uw creativiteit wat dat betreft maar in. Dat werkt ook kostenbesparend”, was zijn advies aan verzekeraars.
‘Gevolmachtigden moeten mutaties van risicodragers bijhouden’
Gevolmachtigden moeten alle mutaties over volmachtgevende maatschappijen bijhouden, zelfs al is de volmacht reeds jaren beëindigd, op straffe van een aansprakelijkheidsstelling door een (makelaar van) polishouder. De verplichting daartoe is wettelijk vastgelegd.
Tot deze conclusie kwam verzekeringsjurist mr. Frank Stadermann (Stadermann Luiten Advocaten) naar aanleiding van een praktijkgeval waarin een beroep werd gedaan op een aansprakelijkheidsdekking voor een ondergrondse waterleiding. Dit risico was in co-assurantie verzekerd bij ongeveer tweehonderd binnen- en buitenlandse maatschappijen.
Om deze risicodragers te kunnen traceren, had Stadermann tevergeefs een beroep gedaan op de gevolmachtigde(n) en de assurantiemakelaar. Geen van hen was in staat om de NAW-gegevens van alle maatschappijen op te hoesten, temeer omdat een groot aantal was gefuseerd, overgenomen en opgehouden te bestaan. “Een groot drama”, oordeelde Stadermann.
Hij stelde proefondervindelijk vast dat ook de gevolmachtigden in de zaal geen mutaties van hun volmachtgevende maatschappijen bijhielden. “Volgens art.3:76 BW bent u dat wel wettelijk verplicht”, zo hield hij de zaal voor. Hij wees erop dat de wet ook geen aanknopingspunt biedt voor de gedachte dat de wettelijke verplichting ophoudt als de verzekering is geëindigd. “Zolang de verzekerde nog een beroep op de polis kan doen, dient de gevolmachtigde – op straffe van aansprakelijkheid – tijdens en na het sluiten van de verzekering mutaties bij zijn volmachtgever (s) bij te houden en aan de makelaar van verzekerde door te geven”, aldus Stadermann.
‘To follow-clausule’
Hij kwam zelf met een suggestie waarmee “een deel van de ellende” zou kunnen worden voorkomen. “Is het een idee om in het belang van verzekerden de ‘to follow-clausule’ zo aan te passen dat co-assuradeuren zich ook conformeren aan een eventuele gerechtelijke uitspraak in een verschil tussen verzekerde en de leader(s) op het co-assurantiecontract?”, opperde Staderman. In eerdergenoemde aansprakelijkheidskwestie kan dan volgens hem worden volstaan met het dagvaarden van de bovenstaande assuradeuren in plaats van alle tweehonderd risicodragers. “Daarmee wordt ook het risico van het overschrijden van de wettelijke verjaringstermijn drastisch ingeperkt.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.