nieuws

Berekenen letselschade is meer dan software toepassen

Archief

door Richard Vroom

Het maken van gedetailleerde letselschadeberekeningen is vooral iets van de laatste tien, vijftien jaar. Het is een materie die moeilijk over het voetlicht te brengen is. Oprichter en directeur Wim Lups van het Nederlands Rekencentrum Letselschade (NRL) ervaart dat het belang van de rekenkunde steeds meer wordt onderkend, maar het blijft wel een kwestie van hameren op het aambeeld.
Letselschade bestaat in het algemeen uit drie componenten: medische schade, smartengeld en inkomensschade. De rekenkundige bureaus op dit terrein houden zich bezig met laatstgenoemde schade, waarbij het gaat om de vraag: hoe groot is het (levenslange) financiële nadeel van de vermindering van het arbeidsvermogen van het slachtoffer. Uit praktische overwegingen wordt dit op grond van diverse aannames herleid tot een contante waarde. Het NRL maakt dergelijke berekeningen in opdracht van zowel advocaten en andere belangenbehartigers, rechtsbijstand- en schadeverzekeraars en de rechterlijke macht, die deze aannames aanleveren.
Lups: “Wij bestaan inmiddels ruim negen jaar. De meeste aandacht gaat toch nog steeds uit naar het kweken van begrip en inzicht bij onze klanten. Lange tijd was rekenkunde op vrij grote schaal de vergeten schakel. Men had eerst alleen oog voor de medische aspecten van letsel, daarna kwamen er de arbeidsdeskundige aspecten bij en in de afgelopen tien jaar pas een bewustwording van de rekenkundige aspecten. Dat zien we aan de belangstelling voor onze cursussen. Dat is evenwel een eendaagse opleiding, dus dan ben je er nog niet. Het grootste punt waar ik al die jaren mee bezig ben, is de verbetering van de bewustwording bij onze klanten van het belang van rekenen. Dat is bepaald niet makkelijk, want velen denken nog: als je de uitgangspunten voor een schadeberekening hebt, dan stop je die in het Audaletprogramma en dan komt het juiste bedrag er simpelweg uitrollen. Zo simpel is het natuurlijk niet.”
Waarom niet?
“Omdat het juist gaat om het verkrijgen van de goede input. Dat is nou precies ons werk. Om te beginnen krijgen wij hier bij een rekenopdracht zó’n dik pak papier binnen.” Hij verbeeldt met duim en wijsvinger ongeveer een decimeter. “Dat is vaak ongeordend en bevat onder meer salarisstroken, uitkeringsbescheiden, pensioenpapieren, kortom: van alles. Die stapel ongeordende papieren weerspiegelt eigenlijk het hele financiële leven van een mens. En dat ook nog eens in twee situaties: de ene situatie is dat er géén ongeval heeft plaatsgevonden en de andere situatie is de feitelijke, van na het ongeval. Dat moet je dan helemaal financieel gaan analyseren. Ik zeg altijd: het invoeren van de gegevens in Audalet is slechts drie procent van ons werk. Degenen, die dat niet willen begrijpen, behoren tot de categorie die denkt dat je na het behalen van je typediploma een bestseller kunt schrijven.”
Audalet
Het was in het midden van de jaren tachtig een logische gedachte om voor de verzekeringsbranche software te ontwikkelen voor het berekenen van letselschade. Het initiatief werd genomen door enkele grote schadeverzekeraars, die hoopten dat zo’n rekensysteem dezelfde vlucht zou kunnen nemen als Audatex bij de vaststelling van de omvang van autoschades. De ontwikkeling van Audalet vond dan ook plaats bij ABZ in Zeist, waar ook Audatex zetelde.
Zich verdiepend in de ontstaansgeschiedenis van Audalet, kwam Lups tot de vaststelling dat de initiatiefnemers veronderstelden dat er jaarlijks vele duizenden berekeningen gemaakt zouden worden met het te ontwikkelen softwareprogramma. “In de praktijk bleken schaderegelaars het echter in de overgrote meerderheid van zaken zonder computerberekeningen af te doen. Audalet werd met moeite alleen in gecompliceerde zaken toegepast en dan ging het destijds om enkele tientallen berekeningen per jaar.”
Een simpeler toepasbaar computerprogramma zou enorme investeringen in verfijnde software vereist hebben. Dat was een in economisch opzicht onhaalbare kaart, weet Lups. “Want dan zou je eerst al die financiële analyses moeten gaan programmeren. Je hebt hierbij te maken met duizenden verschillende carrières en beroepen.”
Voorsprong
Het berekenen van letselschade is dus geen kwestie van één druk op de knop en ook geen aangelegenheid die je er even bij kunt doen. Het is volgens Lups echt werk voor specialisten. “Iemand die dagelijks letselschadeberekeningen maakt, heeft veel parate kennis van bijvoorbeeld de bouw-cao. Dat wil niet zeggen dat je niets meer hoeft op te zoeken, maar je hebt wel een enorme voorsprong. Een complexe berekening duurt toch al gauw een dag, soms wel twee dagen. Maar welke schaderegelaar heeft er zoveel tijd om in een complexe zaak zelf berekeningen te gaan zitten maken? Met bovendien het risico dat het grotendeels voor niets is geweest, als blijkt dat niet alle gehanteerde componenten de juiste zijn. Want dat is wat wij herhaaldelijk zien in dergelijke gevallen: het is veelal allemaal fout, maar men heeft er wel een dag aan zitten werken. Salarisstroken zijn vaak moeilijk te lezen. Je moet de betreffende cao kennen en je kunt sowieso niet van één salarisstrook uitgaan, want die kan in de loop van een jaar wezenlijke verschillen te zien geven. Je wordt dus gedwongen om zo breed mogelijk te kijken.”
Lups laat ter onderstreping een recente berekening zien. Het gaat om een vrouw die op 18-jarige leeftijd een ongeluk kreeg met blijvend letsel als gevolg. “Dat ongeval heeft levenslang invloed op haar financiële situatie. In theorie kan zo iemand 105 jaar worden, zoals de oudste Nederlander is geworden, maar op die 105 jaar laten we natuurlijk wel de statistische sterftekansen los.”
De opdrachtgevende advocaat in deze zaak had, uitgaande van de genoten opleiding, gevraagd om drie carrièrevarianten te berekenen. De berekende contante waardes van deze drie letselschadebedragen inclusief fiscale component, varieerden van circa e 245.000 tot ruim e 305.000. De letselschadeberekening is in enkele pagina’s samengevat, maar kent inclusief de bijlagen de omvang van een boekwerk. Alle posten kunnen in gedetailleerde berekeningen worden gecheckt.
Normering
Er is overigens een algemene roep om meer normering in de letselschaderegeling. Lups ziet die ontwikkeling niet als een economische bedreiging voor zijn rekencentrum. “Ik denk juist dat het onze activiteiten zou vergroten. Normering neigt naar ‘iets meer concreet’ en berekenen is ook een kwestie van zaken meer concreet maken”, zegt Lups, die beseft dat dit een enigszins abstracte stelling is.
“Wij hebben nu duizenden dossiers berekend en die zitten in onze databank. Maar hoewel wij er al heel veel beroepen in hebben zitten, kun je die toch niet één op één uitdraaien. Elk slachtoffer heeft immers persoonsgebonden aspecten. Bij genormeerde bedragen is er sprake van het weglaten van persoonsgebonden details. Wij moeten evenwel de schade precies berekenen. Toch wordt onze databank dan steeds sneller toepasbaar. Als je gaat normeren, komt bij het schaderegelen steeds meer het accent op ‘rekenen’ en minder op ‘regelen’. De enkele jaren geleden binnen het Nationaal Platform Personenschade tot stand gekomen normbedragen voor ziekenhuiskosten en kilometervergoeding raken ons overigens niet, want die hebben niets met inkomensschade te maken.”
Minister Donner
Lups wijst in dit verband ook op de zeer uitvoerige brief die minister Donner (Justitie) medio juni naar de Tweede Kamer stuurde over trage afhandeling van letselschade. De bewindsman schreef: “De vaststelling van inkomensschade leent zich naar mijn mening niet eenvoudig voor normering, omdat de begroting daarvan afhankelijk is van factoren als leeftijd en verdiencapaciteit. In deze gevallen is maatwerk vereist, gezien het grote belang voor het slachtoffer daarvan”.
Donner gaat vervolgens in op de letselschadeberekening en noemt de Audalet-rekenstandaard. In de ogen van Lups slaat de minister daarna de plank mis, als hij het heeft over de invoer van een aantal objectieve gegevens om de daadwerkelijke berekening uit te voeren. “Als dat zo zou zijn, waren er geen conflicten omtrent de hoogte van het schadebedrag. Het gaat juist om subjectieve gegevens.”
Lups licht toe: “Een letselschaderegelaar moet, oneerbiedig gezegd, op de stoel van God gaan zitten. Hij moet namelijk in de toekomst gaan kijken. Hij moet uitspraken doen over zaken waarover je dat eigenlijk helemaal niet kunt doen. Neem bijvoorbeeld de vraag, hoe groot de hertrouwkans van iemand is. Maar hij moet er in sommige schadegevallen toch iets over zeggen. Of neem het voorbeeld van een moeder die thuis een kind verzorgt. Dan heb je heel veel kosten thuis. Maar dat zal die moeder niet onbeperkt kunnen blijven doen. Dat kan ertoe leiden dat het kind in een instelling wordt opgenomen. Dan vallen de kosten thuis weg. De schaderegelaar schat dat die moeder over twintig jaar afhaakt. Hij is gedwongen om dergelijke aannames te doen, maar je kunt nimmer met stelligheid zeggen of deze goed of fout zijn. De aanname is dus voor discussie vatbaar, de financiële uitwerking ervan niet, mits goed uitgevoerd.”
Terughoudendheid
Zoals eerder vermeld, is het Audaletsysteem voor de berekening van letselschade in de jaren tachtig opgezet door enkele grote schadeverzekeraars. Dit heeft vele jaren een begrijpelijke terughoudendheid bij de belangenbehartigers van slachtoffers tot gevolg gehad. Maar vooral nadat er een breed samengesteld College van Advies in het leven was geroepen, is de acceptatie van deze rekenstandaard gaandeweg toegenomen. Tegenwoordig wordt het landelijk en op grote schaal gehanteerd. Er zijn ook enkele andere rekensystemen, zoals bijvoorbeeld Valau en Actua. Het NRL is naar eigen zeggen “het enige breed landelijk werkend rekencentrum voor personenschade zonder een eigendomsverhouding met één van beide schaderegelende partijen, met de betalende noch de eisende partij”. Het bedrijf is eigendom van Lups.
Hij hoopt volgend jaar op 1 april het 10-jarig bestaan te kunnen vieren. Dat zal zeker niet ongemerkt voorbijgaan en daarbij moet onder meer gedacht worden aan een congres op die dag. Omdat personenschade een geliefkoosd onderwerp is bij congresorganisatoren, houdt Lups het thema nog graag even voor zich.
Behalve gewone opdrachten van uiteenlopende partijen, neemt ook het aantal controle-opdrachten bij het NRL gestaag toe. “Dat komt simpelweg doordat de animo voor het berekenen van letselschade toeneemt. Als een verzekeraar een berekening geeft aan een belangenbehartiger, dan ligt het al bijna voor de hand dat de belangenbehartiger hem bij ons laat controleren en andersom gebeurt dat ook.”
Bijsluiter
Vanwege de in het verleden vaak door verzekeraars betwiste opdrachten van belangenbehartigers aan het NRL, kent het bureau sinds anderhalf jaar een bijsluiter bij de facturen. Hierin staat een overzicht van de jurisprudentie op dit punt en dat blijkt goed te werken. “In onze begintijd gebeurde het wel eens dat een advocaat ons opbelde om een rekenkundige opdracht in te trekken, want het ‘mocht niet van de verzekeraar’. Maar uit de rechtspraak komt telkens naar voren dat een belangenbehartiger daarvoor geen toestemming hoeft te vragen aan de verzekeraar. Dank zij die bijsluiter wordt er ook amper meer tegengesputterd en het verklaart ook voor een deel de toename van de zogeheten combi-opdrachten; dat zijn opdrachten die door de aansprakelijkheidsverzekeraar en een belangenbehartiger gezamenlijk aan ons worden verstrekt. Dit bevordert een snelle schaderegeling.”
Fiscale component
Tijdens een NRL-congres in het voorjaar van 2000 werd door marktpartijen enorm gediscussieerd over de fiscale component van de letselschade, naast de zogeheten contante-waardeberekening. Dit gebeurde in het licht van het aankomende nieuwe belastingstelsel.
Wat is de impact geweest van de invoering van dat nieuwe stelsel?
Lups: “Wel, voor ons werk heeft dat bijna niets betekend, eigenlijk alleen het gaan gebruiken van de op dat stelsel aangepaste software. De discussie over de belastingschade leeft inmiddels helemaal niet meer, omdat de daarmee gemoeide bedragen in dat nieuwe stelsel fors zijn afgenomen.”
Eind mei organiseerde het NRL voor de honderdste maal in acht jaar tijd de cursus Letselschadeberekening 107 BW. “Langzaam maar zeker nam de belangstelling toe en sindsdien is iedereen eigenlijk wel op deze cursus geweest. De laatste tijd geven we de cursus nog slechts twee keer per jaar. Met af en toe een rechter onder de cursisten. Uitgerekend op de honderdste cursus bestond opeens 25% van de cursisten uit rechters.” Lups vindt dit opmerkelijk, maar niet onbegrijpelijk: “De toenemende professionaliteit van de letselschaderegeling is hand in hand gegaan met meer kennis over de rekenkundige aspecten. De hoogte van de schadevergoeding wordt steeds meer gebaseerd op een onderbouwde schadeberekening. Partijen nemen deze berekeningen mee in de procedure. Dit dwingt de rechterlijke macht om kennis te nemen van het complexe terrein van de rekenkunde”.
Bij de cursussen heerst doorgaans een veel harmonieuzere sfeer dan tijdens de vele congressen in de afgelopen tien jaar. De verklaring kan onder meer zijn dat partijen zich bij congressen, zeker als de pers er bij is, vooral willen profileren, waar het bij de cursussen in eerste instantie te doen is om kennisverrijking. Lups kan zich vinden in deze veronderstelling. “Meer deskundigheid leidt tot minder conflicten”, is zijn overtuiging. “En daar zien wij voorbeelden genoeg van”.
Wim Lups: “Een letselschaderegelaar moet, oneerbiedig gezegd, op de stoel van God gaan zitten”.
Wim Lups (47) ging na het volgen van de havo/atheneum-opleiding rechten studeren in Utrecht, richting privaatrecht. Hij produceerde een opmerkelijke afstudeerscriptie over schadevergoeding in het algemeen en smartengeld in het bijzonder. Daarna trad Lups in dienst bij Audalet, waar hij zeven jaar werkte, waarvan de eerste helft als productmanager en de tweede helft als marketingmanager, totdat hij brood zag in een onafhankelijk rekenkundig bureau op het terrein van letselschade. Ter gelegenheid van de jongste millenniumwisseling gaf hij zijn personeel vrij tussen Kerstmis en de jaarwisseling. Dat was geen eenmalige geste, want sindsdien hebben zijn negen medewerkers telkens vrij in die periode. “Ik vind het heel nuttig dat zij dan even afstand van het dagelijks werk kunnen nemen”, aldus Lups, die in zijn vrije tijd graag reist en fotografeert.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.