nieuws

‘Beloning bankspaarproducten voor intermediair valt best mee’

Archief

Een bankspaarproduct levert gekoppeld aan een hypotheek meer op dan een traditionele verzekering, zo heeft de Vereniging Eigen Huis berekend. Dat het intermediair nog niet staat te springen om het product te verkopen, vindt financieel beleidsmedewerker Koen Velner dan ook niet terecht. “De consument moet niet worden opgezadeld met het financieringsprobleem van de tussenpersoon.”

Velner is aan het rekenen geslagen en heeft voor de bankspaarproducten van Allianz en Rabobank uitgerekend hoeveel vermogen de klant extra opbouwt ten opzichte van een vergelijkbaar verzekeringsproduct. Daarbij is uitgegaan van een hypotheek van _ 250.000 en een beleggingsrendement van 6%. Er is rekening gehouden met een overlijdensrisicodekking . Volgens Velners berekeningen kan een OpbouwHypotheek van Rabobank ten opzichte van de OpMaat-hypotheek ten opzichte van de maandelijkse inleg – die bij de OpbouwHypotheek lager is – bijna _ 3.000 meer opleveren over de eerste acht jaar. Bij Allianz is het verschil zelfs ruim _ 10.000.
De op het eerste gezicht geringe verdiensten bij het sluiten van het product weerhouden veel adviseurs van het verkopen van bankspaarproducten. Om het intermediair over de streep te trekken, heeft Allianz al een aanpassing in het bankspaarproduct gedaan door de adviseur nu jaarlijks 1% in plaats van 0,5% van het totale obligo als provisie te bieden. “Dat kan dus in de laatste fase van het product zomaar elk jaar _ 2.000 opleveren.”
Velner erkent dat aanbieders in een spagaat zitten. “Het intermediair is het belangrijkste kanaal om deze producten te sluiten en de schoorsteen moet tenslotte roken. Maar het zal allemaal wel meevallen met de magere inkomsten. Florius heeft bijvoorbeeld ook afsluitprovisie in het eigen bankspaarproduct. Die wordt gefinancierd van een renteopslag van 0,2% op de hypotheek. Allianz financiert de provisie over de eerste tien jaar voor 50% voor. De basis is echter dat de doorlopende provisie in stand wordt gehouden. En dat dringt de oversluitmarkt terug.”
Achterhaald
Het belangrijkste punt voor Velner is dat beleggingsproducten met een looptijd van dertig jaar achterhaald zijn. “Gebeurtenissen in levens volgen elkaar steeds sneller op. Dan kun je een klant niet in tien jaar veel kosten laten betalen aan een contract dat dertig jaar duurt. Dat is echt niet meer uit te leggen.”
Dat een bankspaarproduct standaard geen overlijdensrisicodekking biedt, is voor Velner niet zo’n punt. “Die dekking kun je ook los sluiten. Het grote voordeel daarvan is dat de risicopolis bij tegenvallende beleggingsopbrengsten niet de premie voor het opbouwdeel gaat opvreten. Je weet wat wat is. De premie gaat niet ten koste van het opgebouwde kapitaal.”
Het argument dat bij een bankspaarrekening het saldo altijd in de nalatenschap valt en dat dit een probleem is, vindt Velener onzin. “Als je je zaken als klant maar goed geregeld hebt, maar dat geldt altijd als je een huis koopt. Banksparen zal niet altijd voor iedereen het meest geschikte product zijn, maar de successiekwestie is geen reden om het af te schieten.”
De verzekeringsvarianten als E-wize van Erasmus en Verzekeren & Beleggen van Aegon, die als antwoord op de bankspaarproducten kunnen worden gezien, vindt Velner even goed. “Banksparen is geen doel, maar een middel. Het belangrijkste is dat het intermediair zijn verantwoordelijkheid neemt en de producten biedt die voor de consument het meest gunstig zijn. De klant wil helemaal niet weten hoe de beloning in elkaar zit. Er worden nu rondjes gedraaid om de overlijdensrisicodekking, maar in de meeste gevallen komt het helemaal niet zo ver. Je moet zulke pr0blemen wel laten liggen waar ze thuishoren.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.