nieuws

Bavam-secretaris Pel kritisch over voorwaarden Nieuwe Hollandse

Archief

Lloyd

Tussenpersonen en verzekeraars die een zakelijk conflict met elkaar hebben, moeten niet meteen naar de rechter stappen maar eerst een neutrale bemiddelaar in de arm nemen. Dit zei secretaris Willem Pel van de Bavam, de pool voor beroepsaansprakelijkheidsverzekering van assurantietussenpersonen en o/g-makelaars op de D&O-bijeenkomst over samenwerkingsvoorwaarden.
De Bavam-secretaris was op de bijeenkomst “een ingelast nummer”, zoals D&O-directeur Jurjen Oosterbaan-Martinius het noemde. Volgens Pel moeten tussenpersonen en verzekeraars ook na een zakelijk conflict kunnen blijven samenwerken. “Uw portefeuille telt immers meer klanten die hun polis bij dezelfde maatschappij hebben lopen. De praktijk leert bovendien dat mediation werkt”, aldus Pel.
Daarvoor had Pel zich kritisch uitgelaten over een nieuwe samenwerkingsovereenkomst van een verzekeraar. Hoewel niet met name genoemd, werd in de wandelgangen al snel bekend dat Pel praatte over Nieuwe Hollandse Lloyd (NHL). Volgens Pel is de NHL-samenwerkingsovereenkomst, evenals die van andere maatschappijen, tamelijk eenzijdig in haar voordeel opgesteld.
Zo gaat deze samenwerkingsovereenkomst er ten onrechte vanuit dat de tussenpersoon “uitsluitend optreedt namens de relaties en niet namens de verzekeraar”. Volgens Pel vergeet de maatschappij dat zowel bij de premiebetaling als bij het toezeggen van een voorlopige dekking de tussenpersoon uitsluitend namens de verzekeraar optreedt. Ook het vervallen van de voorlopige dekking als de tussenpersoon zich niet houdt aan de instructies, spoort niet met de wettelijke regelingen over volmacht (BW), aldus Pel. “Bovendien is het gebruikelijk om bij voorlopige dekking gedurende een korte periode na afwijzing gelegenheid te geven om het risico elders onder te brengen.”
Provisierechten
Eveneens ten onrechte kan uit de samenwerkingsovereenkomst van Nieuwe Hollandse Lloyd de conclusie worden getrokken dat – na stopzetting van de samenwerking – de provisierechten ophouden te bestaan voor de tussenpersoon. Pel: “Hier wordt gemist de opmerking dat de verzekeraar rekening zal houden met de redelijke belangen van de tussenpersoon, terwijl eerder wel van de tussenpersoon wordt verlangd dat hij rekening houdt met de redelijke belangen van de verzekeraar.”
Onjuist is verder de bepaling in de samenwerkingsovereenkomst dat het recht op provisie vervalt zodra de tussenpersoon wordt uitgeschreven uit het SER-register en dus niet langer mag bemiddelen in verzekeringen. Onjuist, meent Pel, want de tussenpersoon mag nog wel de prolongatieprovisie over de lopende assurantieportefeuille blijven ontvangen.
Onduidelijk noemde Pel de bepaling dat een boeking in rekening-courant (tussen verzekeraar en tussenpersoon) niet als betaling door de verzekeringnemer geldt. “Dit is in ieder geval in strijd met de termijnbetalingsregelingen rekening-courant die tussenpersonen soms met hun cliënten overeenkomen”, aldus Pel.
De eis dat een tussenpersoon moet staan ingeschreven in het Handelsregister is eveneens niet juist, stelde Pel. Naar zijn oordeel is inschrijving voor een assurantiekantoor dat onder eigen naam werkt, geen verplichting.
Klikplicht
“Buitengewoon onevenwichtig” noemde Pel de in de voorwaarden opgenomen ‘spontane meldingsplicht’ van de tussenpersoon voor zaken waarnaar de maatschappij niet vraagt maar die voor haar wel van belang kunnen zijn. “Tot een klikplicht is de tussenpersoon niet gehouden” zei Pel aan het adres van het intermediair in de zaal: “Nu de rechters de spontane meldingsplicht van kandidaat-verzekerden steeds verder hebben uitgehold moet die niet via een omweg bij de tussenpersoon worden neergelegd. Mijn advies is om een dergelijke bepaling niet te accorderen”.
Eenzijdig vindt Pel een door Nieuwe Hollandse Lloyd opgelegd verbod aan tussenpersonen om zonder toestemming van de verzekeraar een procedure te starten tegen een cliënt. De maatschappij verliest daarbij volgens Pel uit het oog dat het intermediair een eigen recht heeft op de premie-incasso.
Het geen rechten kunnen ontlenen door de tussenpersoon of diens cliënt aan offerte en berekeningsprogramma’s van Nieuwe Hollandse Lloyd is volgens Pel eveneens moeilijk houdbaar, tenzij deze bepaling is geprogrammeerd in de programma’s en in alle uitdraaien wordt afgedrukt.
Een uitsluiting van aansprakelijkheid voor software verstrekt aan de tussenpersoon lijkt op gespannen voet te staan met een redelijke verdeling van aansprakelijkheid omdat veel verzekeringen uitsluitend via deze maatschappijsoftware kunnen worden gesloten, vindt Pel. “Een aansprakelijkheidsstelling van de tussenpersoon inclusief vrijwaring van de verzekeraar bij gebruik van diens programmatuur is niet op zijn plaats. De verzekeraar moet die programmatuur zo inrichten dat verkeerd gebruik onmogelijk is. Dat geldt ook voor de data waarna het programma niet meer gebruikt kan worden.”
Een vrijwaring van de verzekeraar voor het handelen en de aangerichte schade van subagenten die zijn aangesteld door de tussenpersoon is ook onjuist, meent Pel. “De subagenten hebben een eigen verantwoordelijkheid voor zover zij verzekeraars schade berokkenen”. Wel vindt hij dat de aanstelling van subagenten niet zonder toestemming van verzekeraars mag gebeuren.
Willem Pel: “Tot een klikplicht is de tussenpersoon niet gehouden”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.