nieuws

Autoverzekeraars moeten duidelijker zijn in uitsluiting gehuurde

Archief

zaken

De Afdelingscommissie Motorrijtuigen van het Verbond van Verzekeraars heeft autoverzekeraars dringend geadviseerd zich te beraden op de vraag of ze schade die wordt toegebracht aan een door verzekerde gehuurd pand willen (blijven) uitsluiten of niet. Indien zij zo’n uitsluiting willen handhaven, moet die ook voor een leek duidelijk zijn geformuleerd.
Aanleiding tot de desbetreffende circulaire is een tamelijk recente uitspraak van de Raad van Toezicht op het Schadeverzekeringsbedrijf (nr. III-97/17).
In de onderhavige klachtzaak was met een bestelbusje van een bedrijf schade toegebracht aan een overheaddeur van het door dit bedrijf gehuurde pand. De autoverzekeraar van het bedrijf had de schade (ruim f 5.100) vergoed aan de opstalverzekeraar, maar vorderde deze vervolgens van de verzekerde terug, op grond van de polisvoorwaarden. Van de dekking is namelijk uitgesloten schade “aan goederen en/of diensten, die de verzekeringnemer of de bestuurder van het motorrijtuig in eigendom toebehoren, die hij onder zich heeft of die met het motorrijtuig worden vervoerd”. De discussie tussen het bedrijf en de verzekeraar ging over de vraag of onroerend goed dat wordt gehuurd van een derde en bij de huurder als bedrijfsgebouw in gebruik is, onder deze uitsluiting valt. “Als dat zo is, betekent dit een zeer groot risico voor vele bedrijven die motorrijtuigen in of bij een gehuurd pand hebben. Zou door een motorrijtuig brand ontstaan in zo’n gehuurd gebouw en het gebouw geheel verloren gaan, dan zou dat in veel gevallen het faillissement van het desbetreffende bedrijf betekenen”, betoogde de verzekeringnemer.
Spraakgebruik
De verzekerde onderneming stelde voorts, dat in haar optiek de uitsluiting alleen kan gelden voor roerende zaken die zij onder zich heeft. In het dagelijks spraakgebruik wordt met ‘goederen’ roerende zaken bedoeld. Zij vindt overigens dat zij het bedrijfspand niet onder zich heeft. Haar motorvoertuig heeft aan een derde schade toegebracht.
Tegenover de Raad van Toezicht heeft de betrokken verzekeraar met voorbeelden van andere maatschappijen onderbouwd dat de desbetreffende uitsluiting in de verzekeringswereld niet ongebruikelijk is.
De Raad van Toezicht oordeelde, dat de wijze waarop de onderhavige uitsluiting is geredigeerd onvoldoende duidelijk is voor de doorsnee verzekerde, leek op verzekeringsgebied. De klacht werd gegrond verklaard. De Raad verbond hieraan de consequentie, dat de verzekeraar de bedoelde uitsluiting duidelijker moet redigeren en het terugvorderen van het schadebedrag moet staken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.