nieuws

Autoruitspecialisten ernstig gedupeerd

Archief

De automobilist wordt jaarlijks meerdere malen geconfronteerd met berichtgeving omtrent de verliesgevendheid van autoverzekeringen. Assuradeuren melden eerst dat de (te?) hoge uurtarieven en de prijs van onderdelen voor de reparatie van aanrijdingschade het hen onmogelijk maakt hun autoportefeuille winstgevend te maken. Vervolgens werd de aandacht gevestigd op het grote aantal autodiefstallen en de strop die daaruit ontstond. Meer recent wordt met name letselschade en de vrees voor ‘Amerikaanse toestanden’ voor wat betreft de hoogte van de claims als zorgwekkend feit genoemd. Al deze berichten zullen uiteindelijk één doel hebben: begrip kweken voor de noodzaak tot premieverhoging.

Verzekeraars namen echter wel degelijk ook het initiatief om de hoogte van de schade-uitkeringen te beperken. In allerlei samenwerkingsverbanden werd de autoschadebranche als eerste gedwongen hun tarieven aan te passen. Echter werd tegelijkertijd van schadeherstellers verwacht de automobilist, die als verzekerde in eerste instantie klant van de assuradeur is, in de watten te leggen met gratis vervangend vervoer en andere verplichtingen. De schadeherstelbranche maakt hierdoor, maar ook door stringentere milieuwetgeving, roerige tijden door.
Het voorkomen van autodiefstallen staat de laatste tijd in het middelpunt van de belangstelling. Alarminstallaties, startblokkeersystemen, het graveren van chassis- of kentekennummer in de autoruiten en andere voorzieningen worden door de assuradeuren aanbevolen en soms zelfs aangeboden.
Kortom, men tracht de automobilist bewuster te maken en hem te activeren mee te werken aan het beperken van de schadelast. Tezelfdertijd werd door het onder controle brengen van de schadeherstelkosten fors bespaard. Ook het beperken van de mogelijkheid tot fraude in schadeclaims werd zodoende aanzienlijk bemoeilijkt. Een ander hulpmiddel dat werd aangewend was het gewijzigde ‘no-claim’ systeem, dat sindsdien deftig met ‘bonus/malus’ werd betiteld.
In tegenspraak met deze en andere besparende maatregelen is echter het feit dat steeds meer verzekeraars het zogenaamde ‘eigen risico’ laten vervallen en bij een eerste schade niet meteen de bonus/malus-korting aantasten.
Een duidelijk voorbeeld van tegenstrijdigheid kan met name gevonden worden bij autoruitschade.
In tegenstelling tot slechts enkele jaren geleden komen in de moderne automobielen geharde ruiten bijna niet meer voor. Een opspringend steentje veroorzaakt daarom geen geheel verbrijzelde ruit meer, doch veelal een kleine breuk. Begin jaren tachtig ontstond hierdoor een nieuw fenomeen: ruitreparatie.
Door het toepassen van een Amerikaanse techniek van kunstharsinjectie, hoefden de relatief dure voorruiten slechts zelden vervangen te worden. Een kleine plaatselijke reparatie à raison van f 150,- tot f 200,- was afdoende.
De verzekeraars stimuleerden dit door de reparatiekosten geheel voor hun rekening te nemen, zonder dat dit van invloed was op het eigen risico of bonus. De klant werd als het ware beloond voor het laten uitvoeren van zo’n reparatie. Het bleef gebruikelijk bij een vervanging wel een eigen risico van meestal f 300,- te berekenen.
Een gevolg hiervan was, dat zich een nieuwe bedrijfstak begon te ontwikkelen: de autoruit specialist. Net als al in eerdere jaren was gebeurd met autobanden, uitlaten, trekhaken en schokbrekers. Door hun specialisatie konden de autoruitbedrijven sneller en goedkoper werken. Het zal niet moeilijk zijn zich voor te stellen dat de verzekeraars hier blij mee waren. Men dient zich namelijk te realiseren dat er jaarlijks zo’n 350.000 voorruiten sneuvelen, om maar niet te spreken over het aantal zijruiten dat wordt ingeslagen. Daarnaast is er natuurlijk de ruitbreuk als gevolg van aanrijdingen. Al met al werden er zo honderdduizenden ruiten gerepareerd en dus niet vervangen.
De door reparatie van gelaagde voorruiten te behalen besparingen lijken door de verzekeringswereld echter schromelijk onderschat of op zijn minst te laag ingeschat te worden. Vrijwel alle verzekeraars lijken namelijk te hebben gekozen voor samenwerking met een bedrijf dat hen op basis van exclusiviteit bepaalde kortingen biedt. Andere aanbieders in de markt worden hiermee nagenoeg volledig buitenspel gezet.
Eigenaardig is hierin ook, dat het eigen risico, feitelijk de drempel die het nodeloos vervangen van kostbare voorruiten moest voorkomen, in deze afspraken wordt verlaagd tot f 150 of zelfs nihil. Daarmee geven de maatschappijen de korting welke zij ontvangen weer meteen door aan de verzekerde. Zoals al gezegd, wijst dit op een tegenstrijdigheid. De verzekeraars veroorzaken nu zelf een hogere schadelast. Bovendien bereiken zij hiermee dat vele duizenden automobilisten met de (vaak onnodige) vervanging van de ruit (evenzo onnodig) het eigen risico van f 150 kwijt zijn.
Een neveneffect van dit tegenstrijdige beleid is dat meerdere autoruitspecialisten personeel hebben moeten ontslaan of hun deuren al hebben moeten sluiten en velen nog zullen volgen.
Deze ontwikkelingen zullen leiden tot een verarming en ernstig verlies aan werkgelegenheid in deze branche. Gevreesd wordt, dat nog voor het jaar 2000 er slechts 1 tot 3 grote autoglasbedrijven zullen resteren.
De vraag dient te worden gesteld of afspraken zoals verzekeraars die nu hebben gemaakt de toets der kritiek wel kunnen doorstaan. Dergelijke afspraken leiden tot een monopoliepositie en laten de consument geen vrije keuze. De consument wordt in sommige gevallen zelfs gedreigd met het niet betalen van de nota voor de nieuwe ruit of de reparatie, als men bij een ander bedrijf de ruit laat herstellen.
Het zogeheten ‘sturen van de schadestroom’ heeft grote opgang gemaakt bij de autoverzekeraars. De achterliggende bedoeling is vanzelfsprekend het beperken van de hoogte van schade-uitkeringen. Gooien de autoverzekeraars echter niet hun eigen ruiten in door met hun dwingende sturing een gezonde, natuurlijke concurrentie onmogelijk te maken? Lijdt de verzekeraar niet eerder meer schade nu door de korting op eigen risico, de drempel om over te gaan tot een kostbare vervanging van de autoruit is verlaagd? Wordt de automobilist nog wel voldoende gestimuleerd om steenslagschade te laten repareren? Is de consument er wel bij gebaat nu ‘de autoruit specialist om de hoek’ niet meer mag worden ingeschakeld of zelfs is verdwenen? J.Th. Kamp directeur Repa Tech bv te Heenvliet

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.