nieuws

Assurantiefamilie weet te weinig van OOM

Archief

Om in een paar woorden OOM Verzekeringen te karakteriseren, valt niet mee. Bij de maatschappij is daar goed over nagedacht en zij profileert zich nu met de volgende sprekende voorbeelden van doelgroepen: een student die een stage loopt in het buitenland en een op zijn situatie afgestemde verzekering zoekt, een caféhouder die zijn inventaris wil verzekeren tegen vandalisme, en een bloemist met stuifmeel-allergie die een aov wil sluiten. Jelle Visser, die eind 1997 het roer overnam van Frank Robertson, is het een en ander van plan.

door Richard Vroom
De naam van de groep is ruimschoots bekend in verzekeringsland, maar het rijk geschakeerde productenassortiment van de OOM-maatschappijen wekt bij velen telkens weer verbazing. Algemeen directeur Jelle Visser is zich er terdege van bewust dat OOM zich meer moet manifesteren. Dat streven kreeg begin dit jaar een extra impuls, toen de media berichtten over de Gedenktekenpolis van De Goudse, een grafmonumentenverzekering. Die media-aandacht leidde tot een gevoel van miskenning ten kantore van OOM (een verdieping in het gebouw van de Nationale Investeringsbank in Den Haag met uitzicht op het Vredespaleis). Visser ging toen over tot een in onze branche schaars vertoonde daad: hij verscheen met een ingezonden brief in de Haagsche Courant. De boodschap was dat OOM al langer een dergelijke verzekering had.
Visser: “Wij kennen de grafmonumentenverzekering sinds 1994. De aanleiding om die te ontwikkelen was vanzelfsprekend dat er hier en daar kostbare schades waren op begraafplaatsen. Maar ja, het is geen product om stevig te gaan promoten. Het is bijna servicegerichte verkoop.” En dat laatste geldt in wezen ook voor veel andere producten van OOM, want die grafmonumentenpolis is geen kernactiviteit. “Wij zijn op de binnenlandse markt vooral complementair aan wat de reguliere maatschappijen bieden. Dat geldt zowel voor de branche brandverzekering, waarin we actief zijn in de bedrijvenmarkt, als bij de ziektekostenverzekering en de verzwaarde aov’s.”
Communicatie
Dit jaar maakt OOM in de communicatie de slag naar meer marktgerichtheid. “Onze buitendienst deed voorheen eigenlijk uitsluitend inspecties en schaderegelingen, maar sinds 1 maart kennen wij drie relatiemanagers, in respectievelijk de regio’s Zuid, Midden en Noord. Zij moeten ervoor zorgen dat wij vaker in beeld komen bij het intermediair. Wij hebben onlangs een zeer complete informatiemap ontwikkeld en binnenkort starten wij met de uitgave van nieuwsbrieven, waardoor we regelmatig bij het intermediair op het bureau komen.”
Kansrijke alternatieven
OOM, oorspronkelijk voluit ‘Onderlinge Oorlogsschadeverzekering Maatschappij’, werd in 1940 opgericht. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog telde de verzekeraar ruim zeshonderd medewerkers. Daarna begon de maatschappij, als gevolg van de internationale ontspanning, gestadig te krimpen.
In het begin van de jaren zestig zocht de zieltogende OOM naarstig naar kansrijke alternatieve verzekeringsmogelijkheden. Deze werden gevonden in de brand- en ziektekostenverzekering. Op die terreinen ging OOM zich richten op de bijzondere en verzwaarde risico’s. Daarna leidde OOM in assurantieland een overwegend rustig bestaan. Maar Visser wil nu de trom gaan roeren, zeker nu het assortiment daar klaar voor is, want onder de leiding van zijn voorganger, mr. Frank Robertson, heeft de maatschappij de omslag gemaakt van een productgerichte naar een marktgerichte verzekeraar. Sinds enkele jaren ligt er een sterk accent op internationale zorgverzekeringen onder de paraplu van OOM Global Care. Het gaat daarbij om zowel Nederlanders die voor korte of langere tijd naar het buitenland gaan alsmede buitenlanders die in ons land tijdelijk over de vloer zijn.
Ziektekosten
De ziektekostenverzekering is al vanaf het begin van de jaren zestig een specialiteit van OOM, maar ook hier complementair aan de reguliere markt. De maatschappij fungeert als toevluchtsoord voor mensen die nimmer een ziektekostenpolis hebben gesloten en vaak pas na een eerste ‘rondje’ in het medisch circuit wakker worden en gaan beseffen dat het toch wel een dure gok kan zijn om op hun (vermeende) ijzeren gezondheid te vertrouwen.
Visser: “Opeens overkomt hen iets. Dat zet hen aan het denken en dan komen ze tot het besef dat ook zij uiteindelijk kwetsbare mensen zijn. Dan kunnen wij hen tegen ziektekosten verzekeren, uiteraard exclusief de reeds aan het licht gekomen kwalen. Nadat ze een aantal jaren bij ons in portefeuille hebben gezeten, verdwijnen ze vaak naar een reguliere maatschappij. In deze sfeer vervult OOM klaarblijkelijk een maatschappelijke functie.” Aan het eind van de jaren tachtig kreeg ook de ziektekosten-OOM een geduchte knauw als gevolg van de invoering van de standaardpakketpolis. Tal van ouderen konden vroeger of later aanspraak op die polis maken. “Dat is inderdaad zo, maar het verloop in de portefeuille is minder dan wij hadden verwacht”. Inmiddels had OOM zich al toegelegd op de ziektekostenverzekering van Nederlanders die in zonniger landen van hun oudedag gingen genieten. Deze pensionado’s zitten over de hele wereld. “Ik heb laatst een statistiek laten uitdraaien en toen voelde ik me opeens heel groot worden als kleine OOM. Want wij hebben over alle werelddelen onze klanten zitten. Wij hebben verzekerden in tientallen landen. Het gaat bij elkaar om enkele duizenden verzekerden, waarbij kan worden opgemerkt dat ruim de helft ervan in Spanje zit.” Vanwege het internationale karakter is het overigens opmerkelijk dat OOM nog geen site op Internet heeft. Geconfronteerd met deze constatering, reageert Visser dat het onderwerp sinds kort nadrukkelijk op de agenda staat.
Over de ontwikkeling van omzet en resultaten in 1998 laat Visser amper iets los. “Eind april wil ik die eerst presenteren in de commissarissenvergadering”, motiveert hij. Het enige dat hij kwijt wil is dat het een redelijk goed jaar is geweest en dat het premie-inkomen is gestegen ten opzichte van 1997. In dat jaar beliep het premie-inkomen f 24,1 (23.1) mln; de omzet was f 28,4 (27,3) mln en de nettowinst f 4,4 (5,5) mln.
Internationale aov
In 1996 kwam OOM op de proppen met een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor verzwaarde risico’s in Nederland. Denk bijvoorbeeld aan een zelfstandige groenteman die 120 kilo weegt, of een beroepsduiker. “De praktijk leert tot dusver, dat men voor deze aov nog niet zo makkelijk naar OOM komt. Behalve door onbekendheid kan dit te maken hebben met het feit dat de mensen die wij willen bedienen vaak al een hele historie van aanvragen en keuringen voor een reguliere maatschappij achter de rug hebben. Uit de markt komt evenwel de meeste vraag naar onze internationale aov. Die is bestemd voor mensen die vanwege hun werk in het buitenland verblijven. Die sluiten dat vaak in combinatie met de ziektekostenpolis. Vooral bij zelfstandigen en mensen die bij kleine bedrijven worden uitgezonden, bestaat veel belangstelling voor de internationale aov.”
Brandverzekering
In de branche brandverzekering maakt Visser zich zorgen om de trend dat reguliere verzekeraars de met hen samenwerkende tussenpersonen steeds meer ‘servicen’ en dan zover gaan dat ze de acceptatienormen soms van elastiek laten zijn.
“De maatschappijen zijn daarin te ver doorgeschoten. Ze zijn onvoldoende selectief en rekenen niet meer de adequate risicopremie. Als je bijvoorbeeld een jeugdgebouw of voetbalkantine tegen 2 of 3 promille verzekert, weet je zeker dat je daar op gaat verliezen. De premie moet het vijfvoudige zijn. Dat besef wil ik graag onder de aandacht brengen van de reguliere verzekeraars: stuur dan die zogenaamde rotte appels naar OOM door. Daarom zullen we onze nieuwsbrief ook niet alleen naar het intermediair gaan sturen, maar ook naar de acceptanten van de reguliere verzekeraars. Wij willen hen laten weten, dat ze ons niet als concurrent moeten zien, maar dat wij een oplossing bieden voor de zwaardere risico’s.” De uit verzekeringstechnisch oogpunt linke objecten die Visser bedoelt, zijn bedrijven als snackbars, discotheken, relaxhuizen en strandtenten. Het zijn allemaal jaarcontracten. Ook als men een kortere periode dan een jaar wil verzekeren, dient toch de jaarpremie te worden betaald. Maar als ik hooguit twee maanden een strandtent heb? “Wij hebben altijd initiële kosten. Wij moeten die risico’s gaan inspecteren. Als ik een inspecteur naar Hoek van Holland stuur en die is daar drie uur bezig, dan weet je dat wij eigenlijk niks meer verdienen. We houden dan amper genoeg voor risicopremie over. Het alternatief is dat we pakweg 350 gulden voor een inspectie moeten gaan berekenen. De praktijk wijst uit, dat men het acceptabel vindt dat wij ook bij kortere dekkingsperiodes minimaal de jaarpremie rekenen.” Visser wijst er op, dat het soms voor winkeliers aantrekkelijk is om zowel het brand- als het inbraakrisico bij OOM te verzekeren. “Het gebeurt nogal eens dat een reguliere maatschappij wél het brandrisico wil verzekeren, maar níet het inbraakrisico (neem bijvoorbeeld een winkel in lederen kleding). Dan kan het intermediair voor dat inbraakrisico altijd nog bij ons terecht. In heel wat gevallen is het dan eigenlijk voordeliger om zowel ‘brand’ als ‘inbraak’ bij ons te verzekeren. Maar ik besef dat ik hiermee op het terrein van de adviesfunctie van het intermediair kom.” Als het om middenstanders in de centra van grote steden gaat, verbaast Visser zich over hun terughoudendheid voor een vandalismedekking. “Ik vind dat elk winkelbedrijf in de binnenstad een vandalisme-dekking zou moeten hebben. Het kost niet veel geld – meestal maar een paar honderd gulden – en je kunt toch al gauw voor tienduizend gulden schade hebben.” Hoe zit het ook alweer met OOM en Aegon? “Wij zijn gelieerd aan Aegon en dat heeft te maken met historische banden. We opereren zelfstandig, maar we maken voor bepaalde diensten gebruik van Aegon, zoals bij beleggingen, automatisering en personeelszaken.” Is er weleens hardop gedacht over een combinatie van OOM en Rialto (voorheen Terminus). Beide richten zich immers op zware risico’s? Over eventuele samenwerking heeft Visser nog nimmer gefilosofeerd, laat staan dat er gesprekken zijn geweest. Hij is zich wel bewust dat OOM en Rialto gemeenschappelijk kenmerken hebben en voegt daar zelf als tegenvoeter op levengebied nog ‘De Hoop’ aan toe. Een kennismaking met De Hoop ligt in het verschiet als Visser langsgaat bij directeur Frits Kalff, die binnenkort met pensioen gaat. Met Rialto-directeur Ton Schröder heeft Visser in zijn eerste jaar bij OOM ook nog geen koffie gedronken. Of er weleens sprake is van naamsverwarring met die andere OOM, de Overijsselse Ontwikkelings Maatschappij? “Als ik me buiten de verzekeringswereld voorstel en ik zou me als ‘van OOM’ voorstellen, roept dat vaak een verkeerde associatie op. Dus kan ik beter ‘OOM Verzekeringen’ zeggen. Toen ik bij OOM kwam, is mij wel gevraagd: Jelle, vind je dat die naam moet blijven? Ik dacht: waarom niet. Het is makkelijk uit te spreken, in alle talen.”
Visser: “We zijn geen concurrent van de reguliere maatschappijen”.
Jelle Visser (51) is het grootste deel van zijn verzekeringsloopbaan actief geweest in de agrarische sector. Op advies van zijn vader trad hij in 1970 in dienst bij de Hagelunie. Als staffunctionaris hield hij zich met tal van aspecten bezig, waaronder product-ontwikkeling, inspecties en schaderegeling. In 1981 stapte Visser over naar Aegon, waar hij tot 1987 hoofd van de technische inspectie was en vervolgens tot 1995 hoofd Agrarische Verzekeringen. Vanaf begin 1995 tot aan zijn vertrek naar OOM in september 1997 was hij regio-manager bij Aegon Schade Bedrijven.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.