nieuws

Assurantie-onderwijs torst historische ballast

Archief

De huidige assurantie-opleidingsstructuur is volgens J.C. Mijnarends, directeur van de Stichting Vakontwikkeling Verzekeringsbedrijf (SVV) niet meer van deze tijd. De bedrijfstak vraagt zijns inziens terecht om een betere afstemming van en samenwerking tussen de organisaties die de assurantie-opleidingen verzorgen.

door Frank van Schagen
De SVV trekt zich de kritiek uit de branche op de onderwijsstructuur aan. Eerdere pogingen om de ordening van het assurantie-onderwijs om te bouwen tot een werkzame organisatievorm hebben niet tot de gewenste resultaten geleid. De landelijke uitgever van lesmateriaal en verzorger van (schriftelijk) onderwijs is in overleg met zijn regionale collega’s om het gezamenlijke beleid beter te stroomlijnen.
Onderzoeksbureau Berenschot is ingeschakeld om een toekomstscenario voor het assurantie-onderwijs te ontwerpen. De SVV zal in die herstructurering een belangrijke rol spelen. Mijnarends: “Er zijn nu acht regionale opleidingsstichtingen, die samen met de SVV het komende millennium instappen. Er is nog heel wat te doen om in de afstemming en samenwerking op één lijn te komen, maar het is noodzakelijk. De voorzitters van de andere stichtingen zijn het daarmee eens. Begin dit jaar start er een verkenning onder leiding van onderzoeksbureau Berenschot om te kijken hoe we tot een dergelijke structuur kunnen komen. Het moet, want er is op het ogenblik te veel overlap en er zijn te veel zaken die ondoelmatig aangepakt worden. De betrokkenen moeten de energie anders richten, er moet doelmatiger gewerkt worden.”
Mijnarends: “Sava, Saor en dergelijke zijn de sterk geprofessionaliseerde combinaties van wat vroeger de assurantieclubs waren. Met die combinaties heeft de SVV contacten, die de laatste tijd gelukkig sterk verbeterd en gestructureerd zijn. Iedere maand is er een directeurenoverleg en daarnaast overleggen de voorzitters van de diverse organisaties regelmatig met elkaar. Doel van dat alles is: te kijken hoe we naar één organisatie kunnen groeien, want daar moeten we uiteindelijk naar toe. Dat dit gebeurt, daar ben ik zeker van, omdat het gewoon moet. En het moet omdat de vele en snelle veranderingen in de bedrijfstak en de gevolgen daarvan voor onderwijs en opleidng een eenduidige aansturing in beleid en uitvoering noodzakelijk maken.”
Onderdeel
SVV is als onderwijsinstelling onlosmakelijk aan de verzekeringsbranche verbonden. Volgens Mijnarends is daarom geen onafhankelijke koers te verwachten. “Een bedrijfstak heeft behoefte aan een instituut dat zich bezig houdt met het verspreiden van kennis, of dat nou de verzekeringsbedrijfstak is, die van de dakdekkers, of van de kappers. De bedrijfstak heeft een belangrijke stem in het ontwikkelen en aansturen van zo’n opleidingsinstituut, omdat ze dat instituut bekostigt. De manier waarop dat in onze bedrijfstak is gestructureerd, is op zich heel goed. We staan in dienst van die bedrijfstak, want de medewerkers van verzekeraars en tussenpersonen bieden we onderwijs, maar diezelfde bedrijfstak levert ook weer input voor de specifieke materiedeskundigheid van onze opleidingen. Er is dus sprake van een gesloten circuit. Het is te billijken dat de verzekeraars en tussenpersonen, die tegelijk de afnemers zijn, een belangrijke vinger in de pap hebben bij het ontwikkelen van het beleid. In die zin is de SVV niet onafhankelijk, maar maakt de stichting deel uit van de bedrijfstak.”
Liefdewerk oud papier
De huidige stand van zaken is het gevolg van een historische ontwikkeling die decennia geleden in gang is gezet. Mijnarends: “Wat er op het ogenblik is, is nooit zo ontworpen, de situatie is zo gegroeid. Als er twintig, dertig jaar geleden planmatig zou zijn gewerkt, zou het nooit op deze manier zijn gestructureerd. Nu hebben we te maken met een soms moeilijk werkbare structuur die we goed moeten bekijken, waarbij mede gelet moet worden op de veranderingen die zich aandienen. Het is namelijk niet goed uit te leggen dat er op dit moment acht of negen diverse aanbieders van opleidingen zijn. Je zult het zodanig in de beleidsmatige sfeer moeten structureren dat het geheel een eenduidige bedrijfsmatige onderbouwing krijgt.”
“Het grote punt is of men bereid is iets van de eigen identiteit in te leveren. Historisch liggen er nogal wat belangen van mensen die heel veel energie in het assurantie-onderwijs hebben gestoken. De assurantieclubs, in de meest traditionele vorm, worden aangestuurd door een bestuur waarvan de leden een baan hebben. Na hun werk gingen ze vroeger nog even naar een lokaal waar een cursus werd gehouden. Dat is liefdewerk oud papier geweest, maar daardoor zijn wel bedrijfstakbreed duizenden mensen opgeleid. Het is de vraag of dat in díe vorm vandaag de dag nog kan. De 28 assurantieclubs, waarvan een aantal veel ouder is dan de SVV, moeten zeker blijven bestaan. Vanuit de SVV is het moeilijk aan te geven hoe de nieuwe taak van de assurantieclubs er uit komen te zien. Ze kunnen wel degelijk een waardevolle functie behouden, maar een andere. Ik denk dan met name aan het hele sociale gebeuren, het organiseren van lezingen en dergelijke. Er is dan ook geen enkele reden om de toekomst van de assurantieclubs somber in te zien. Je zult er alleen een goed plan voor moeten maken.”
Assurantieclubs hebben toch vooral inkomsten vanwege de opleidingen? Wordt hun toekomst dan niet onzeker?
“Je moest lid zijn van een assurantieclub om aan een opleiding deel te kunnen nemen. Dat was voor de assurantieclubs geen slechte zaak, want ze kregen gelijk middelen binnen om zichzelf in stand te kunnen houden. Daar is niks op tegen, alleen is het de vraag of dat anno het jaar 2000 nog kan. Daar moet goed over nagedacht worden.”
Scenario
Op welke wijze de samenwerking tussen de opleidingsinstanties tot stand zal komen, is nog onduidelijk. Na de aangekondigde krachtenbundeling tussen de Rotterdamse en Amsterdamse opleidingen zijn er geen nieuwe plannen tot samenwerking onder de diverse opleidingsinstituten bekendgemaakt. Of die met het oog op de gewenste centralisatie binnenkort toch zullen plaatsvinden, is ongewis.
Mijnarends: “Er zijn diverse scenario’s denkbaar. We moeten eerst afwachten wat de bevindingen van Berenschot zijn. Het onderzoeksbureau heeft de opdracht gekregen om de architectuur voor een nieuw samenwerkingsverband te ontwerpen. Berenschot moet, rekening houdend met de eisen die de bedrijfstak daaraan stelt, de deelnemende partijen de richting wijzen hoe dat op de beste manier bereikt kan worden. Ik denk niet dat het verstandig is om daar nu al allerlei mogelijke bespiegelingen aan te wijden. Er zijn natuurlijk wel ideeën over, maar volgens mij is dit een heel goede marsroute: een stuk externe begeleiding bij het in kaart brengen van de mogelijkheden die er zijn.”
Vaardigheidstraining
Eveneens het gevolg van historische ontwikkelingen is de driedeling van het assurantieonderwijs. Het mondelinge onderwijs wordt door assurantieclubs verzorgd, het schriftelijk onderwijs door SVV, en het opdoen van vaardigheden door maatschappijen.
Volgens Mijnarends zijn de scherpe grenzen aan het vervagen. “Die strikte scheiding is in beweging. De SVV is het instituut dat zich oorspronkelijk met schriftelijk onderwijs bezighield, en de assurantieclubs met mondeling onderwijs. Dat was aanvankelijk de taakverdeling, en die verdeling bestaat tot op de dag van vandaag nog steeds. Maar er is natuurlijk een en ander veranderd, omdat ook de bedrijfstak niet heeft stilgezeten. Dat heeft bijvoorbeeld geleid tot de cursusactiviteiten die de bedrijven onder eigen regie ontplooien, het zogenoemde in-company-traject.”
Ook de SVV is bezig het onderwijsgebied uit te breiden waarbinnen ze van oudsher actief is. Eindelijk krijgen bijvoorbeeld ook de sociaal-communicatieve vaardigheden de aandacht van de stichting, jaren nadat de NVA, de NBvA en externe opleidingsinstituten inspeelden op de vraag naar onderwijs op dit gebied. Mijnarends: “Bedrijven stellen aan hun medewerkers steeds hogere eisen. Dat betekent dat de werknemers voor het uitoefenen van hun functie niet alleen de noodzakelijke vakkennis moeten hebben, maar dat ze er ook mee moeten kunnen omgaan. Ze moeten bijvoorbeeld met een klant kunnen communiceren, en in een concurrentiesituatie op meerdere fronten hun mannetje kunnen staan. De vaardigheden worden kortom steeds belangrijker. In dat traject is de SVV op het ogenblik bezig producten uit te werken. We hebben een vaardigheidstraining ontwikkeld in overleg met een bureau dat daarin gespecialiseerd is, en zullen de cursussen gezamenlijk brengen. Deze vaardigheidstraining kan worden gezien als een etage bovenop de vaktechniek.”
Naast de schriftelijke kennis en vaardigheden verzorgt SVV op kleine schaal ook verbale educatie. “Voor een aantal specifieke trajecten geven we mondeling onderwijs, onder meer voor arbeidsdeskundige en letselschade, onderwerpen die landelijk niet zoveel belangstelling hebben dat assurantieclubs daarvoor activiteiten kunnen ontwikkelen. Deze cursussen hebben wij voor de bedrijfstak overgenomen. Ook verzorgen we in-company-trainingen voor het bedrijfsleven. Maar de kerntaken van de SVV zijn te herleiden tot twee pijlers. Ten eerste zijn we uitgever, we ontwikkelen lesmateriaal. Daarnaast zij we een onderwijsorganisatie, dat wil zeggen dat we voornamelijk schriftelijk onderwijs geven.”
Actualisering
Behalve de slechting van de strenge grenzen tussen de drie onderwijsgebieden, is het assurantie-onderwijs ook inhoudelijk aan verandering onderhevig. Mijnarends: “Als gevolg van wat zich in de bedrijfstak afspeelt, verschuiven de vragen over onderwijs en opleiding. Kennis veroudert heel snel. Daarom moet je goed bijblijven met de inhoud van het lesmateriaal, jaarlijks actualiseren is een vereiste. Ieder jaar komt van bestaande cursussen een supplement uit. Waar de cursussen gemoduleerd zijn, brengen we een geactualiseerde versie. De vernieuwingen pikken we op door contacten met de bedrijfstak. De redactiecommissies en auteurs spelen een belangrijke rol in het vernieuwen van het lesmateriaal. Daarnaast hebben wij een terugkoppeling van cursisten. Bovendien hebben we overlegplatforms met verzekeraars en tussenpersonen waarin we geregeld met elkaar over actuele zaken van gedachten wisselen. Ook daaruit komt de vraag naar aanvullende of nieuwe actualiteiten.”
Ter illustratie noemt Mijnarends het begrip employee-benefits. “Het is een catch word dat je overal tegenkomt. Als je aan vertegenwoordigers van maatschappijen of tussenpersonen vraagt wat ze eronder verstaan, dan krijg je van tien personen tien afwijkende antwoorden. Iedereen heeft het gevoel dat hij over hetzelfde onderwerp praat, maar iedereen heeft – op zichzelf begrijpelijk – een andere definitie van zo’n begrip. Als wij een opleiding over employee-benefits ontwikkelen, dan moet je een leerplan hebben van waaruit je zo’n opleiding vorm geeft. En dat betekent dat in dat leerplan een soort grootste gemene deler moet zitten van wat er in die opleiding moet worden behandeld. Daar praten we over met vertegenwoordigers van de verschillende belangengroepen, waardoor je tot die grootste gemene deler komt.”
Het materiaal wordt via een leerplan en een didactisch model tot een door de SVV uitgegeven opleidingscursus verwerkt waar docenten, cursisten en bedrijven vervolgens op reageren. Zaken kunnen bijvoorbeeld al verouderd zijn. Het is kortom een gemeenschappelijke activiteit waarbij een heleboel partijen betrokken zijn. Mijnarends: “De terugkoppeling naar de bedrijfstak is zeer belangrijk. De redactieleden, de auteurs, zijn de mensen die als materiedeskundigen een belangrijke input hebben in wat we doen. Onze auteurs zijn actief werkzaam in het bedrijfsleven. Vanuit hun betrokkenheid kunnen ze de beste input aan het lesmateriaal geven. Maar het gaat heel snel. Uitspraken van rechters, de wetgeving, de privatisering, dat alles heeft verschillende consequenties voor een aantal onderdelen. De SVV moet constant de vinger aan de pols houden.”
Mijnarends: “De SVV moet constant de vinger aan de pols houden”
Mijnarends begon zijn carrière bij Philips in de jaren zestig. In 1970 trad hij in dienst bij het Nederlands Centrum van Directeuren. Vier jaar later stapte hij over naar het Congrescentrum van de RAI. Aansluitend werkte hij bij de werkgeversvereniging van de grafische industrie en gaf hij leiding aan een privatiseringsoperatie van het Projectbureau voor Informatiemanagement NBBI. Sinds 1991 bekleedt Mijnarends het gecombineerde directeurschap van de SVV en de SEA (Stichting Examens Assurantiebedrijf).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.