nieuws

“Assurantie-adviseur moet geen inkomenspolitiek bedrijven”

Archief

Jurjen Oosterbaan, directeur van adviesbureau D&O, verwacht in 2001 een verdergaande premiedifferentiatie. Verder vindt hij dat de regeling van de permanente educatie voor het intermediair volledig uit de klauwen is gelopen.

Oosterbaan sneed deze onderwerpen op 16 januari aan tijdens een lezing voor de Noordelijke, Friese en Drentse Assurantieclubs in Assen. Onder de titel ‘Over hoenders en andere zaken’ blikte hij terug op 2000 en vooruit naar 2001. Daarnaast sprak hij over zaken als een eventuele fusie tussen NVA en NBVA en de kleine overlevingskansen van premievergelijkingssites.
Cruciale rol
Oosterbaan vindt dat de NVA en de NBVA meer initiatief moeten ontplooien in het ontwikkelen van een visie op wat intermediairverzekeraars wel en niet mogen bij communicatie met verzekerden via internet. De gedragscode Directe Benadering waar de NVA mee bezig is, is niet genoeg. “Het gaat om een veel breder gebied. Er komen steeds meer maatschappijen met eigen sites. De verzekeraar raadt de bezoeker dan een bepaalde tussenpersoon aan waar hij zijn verzekering kan sluiten. Maar voor hetzelfde geld is die bezoeker al klant van een andere tussenpersoon die namens dezelfde verzekeraar opereert. Op dat moment moet bijvoorbeeld eerst worden gecontroleerd of die bezoeker wel écht een nieuwe klant is. Ik zeg dit niet ten nadele van de verzekeraars. Velen van hen zijn van goede wil, maar ze zijn nog zoekende. Er moet hierover iets op papier komen en daarbij spelen NVA en NBVA een cruciale rol”.
Andere initiatieven waarbij het intermediair min of meer buitenspel staat, zoals de Shellpolis van Axa, dicht Oosterbaan weinig succeskansen toe. “Verzekeraars hebben met dergelijke nieuwe kanalen meer kansen in leven- en vermogensproducten. Een schadeverzekering verkopen is prima, tot het moment dat daadwerkelijk schade gemaakt wordt en er geen uitkering plaatsvindt. Een afgewezen claim is nadelig voor de goede naam en daar zijn bedrijven als Shell heel gevoelig voor. Met leven- en vermogensproducten loop je dat risico niet.”
Discriminatie
“Premiedifferentiatie moet kunnen”, zegt Oosterbaan. De premie die de consument betaalt, moet in relatie staan tot het risico dat hij loopt. Het argument dat premiedifferentiatie discriminerend zou zijn, veegt hij van tafel door een uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof aan te halen: “Ongelijke risico’s gelijk behandelen is ook een vorm van discriminatie”.
Maar hoe zit het dan met de ‘elite’-premie die Legal & General bij overlijdensrisicoverzekeringen hanteert voor mensen met een hoog inkomen? Oosterbaan meent dat de tegenstanders van een dergelijke premiedifferentiatie zich bezighouden met inkomenspolitiek. “En dat moet je aan de politici overlaten. Het is niet aan verzekeraars of tussenpersonen om solidair te zijn. Premiedifferentiatie is onvermijdelijk, mits de bedrijfstak geen inkomenspolitiek gaat bedrijven. Een adviseur die dat toch doet en op ethische gronden niet meedoet aan premiedifferentiatie, moet dat dan wel meteen duidelijk maken aan de klant”, vindt Oosterbaan.
Volmachtbedrijf
Oosterbaan ziet het volmachtbedrijf de komende jaren sterk groeien. “Dat heeft twee oorzaken. Ten eerste hebben de verzekeringsmaatschappijen problemen. Hun primaire processen draaien slecht, ze hebben personeelsgebrek en ze werken met veel kleine tussenpersonen. Die kleine kantoren kunnen ze eigenlijk op individueel niveau niet meer bedienen, maar het zijn juist die kantoren waar de winst in zit. Collectief gezien hebben verzekeraars de kleine kantoren dus wel degelijk nodig. Vooral provinciale maatschappijen hebben op dit moment belangstelling voor het neerzetten van een sterk volmachtbedrijf, dat de administratie kan verzorgen van de kleinere kantoren in de regio. Het voordeel is dan natuurlijk dat de meeste kosten van tevoren al zijn gemaakt. Het grootste deel van de polissen wordt rechtstreeks via het volmachtbedrijf gesloten.”
Amateurs
Oosterbaan is niet te spreken over de manier waarop de permanente educatie van tussenpersonen is geregeld. “De overheid erkent de noodzaak dat tussenpersonen geschoold moeten worden. Ze heeft indertijd echter de scholing van het intermediair aan de branche zelf overgelaten. En op dat moment gaat er toch iets fout. Een tussenpersonenorganisatie denkt bijvoorbeeld: wij moeten een opleiding aanbieden aan financiële planners. Men stelt zich dan de vraag of die puntwaardig is. Zij kunnen dat zelf bepalen. Maar hoe hard zullen zij tegen hun leden zeggen: je moet je punten halen, anders vlieg je eruit? Er zit momenteel geen enkele rem op, terwijl de permanente educatie een geweldig marketinginstrument is geworden. Laat die permanente educatie regelen door de Stichting Examens Assurantiebedrijf. Ik vind dat je deze zaken uit handen moet halen van mensen die het goed bedoelen, maar op het gebied van opleidingen amateurs zijn.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.