nieuws

ASR neemt geen genoegen met zilver

Archief

“Binnen vijf jaar willen wij het grootste verzekeringsbedrijf van Nederland zijn.” Die gewaagde stelling is afkomstig van Jos Baeten, bestuurder van ASR Verzekeringsgroep, het Nederlandse assurantiebedrijf van Fortis. Gewaagd en welhaast onnadenkend, omdat de positie van marktleider ING (Nationale-Nederlanden) onaantastbaar lijkt. Maar Baeten is serieus en denkt genoeg te hebben aan autonome groei, dus zonder overnames.

door Henri Drost
“ASR heeft onder meer als sponsor veel te maken met sport, bijvoorbeeld Stad Rotterdam bij Feyenoord en Amev bij FC Utrecht. Vanuit die achtergrond is het onze ambitie om nummer één te worden. Als sportman heb je de drive om geen genoegen te nemen met zilver.”
Het lijkt een onmogelijke opgave. In 2000, het jongste jaar waarover officiële cijfers bekend zijn, was ING goed voor een marktaandeel van 18,0% tegen 11,8% voor Fortis/ASR. Daarbij horen premie-inkomens van e 7,2 mld en e 4,7 mld. In schadeverzekeringen is ASR iets groter (11,5% tegen 10,9% marktaandeel), maar in levensverzekeringen wordt ASR overvleugeld (9,1% tegen 20,0% voor ING). “Wij kijken niet alleen naar het totale marktaandeel maar ook naar het marktaandeel onder de zes grote concerns. Daar hebben we vorig jaar 1,5% gewonnen. We denken die lijn met 1% per jaar te kunnen doortrekken en dan moet de nummer-éénpositie binnen vijf jaar mogelijk zijn.”
Volgens de jaarverslagen van beide concerns is het gat in 2001 door ASR inderdaad verkleind. ASR meldde een premiegroei van 17,4% tot e 5,2 mld, terwijl ING een premiedaling van 2,8% opgaf tot e 7,2 mld. Maar het eerste kwartaal van 2002 geeft een ander beeld: ASR -25% en ING +2,3%.
Het gat blijft aanzienlijk en ASR zal het toch altijd afleggen tegen het enorme pensioenbedrijf van Nationale-Nederlanden?
“Nou, Amev heeft daarin toch ook een stevige positie. Maar ik geloof niet dat er voor de klassieke collectieve pensioenbedrijven de komende jaren veel autonome groeimogelijkheden zijn. En die zijn er wel op de (semi-)individuele markt en op het gebied van Schade en Zorg. Zeker in de verwachte privatisering van de WAO zien wij een forse groeipotentie. En wij hebben in ons hypotheekbedrijf een geweldige aanjager voor de productie van levensverzekeringen. ASR Bank en Amev Bank hebben in het intermediaire kanaal samen een marktaandeel van zo’n 45%. Van iedere vijf hypotheken gaan er dus zeker twee naar ASR.”
Persoonlijk
“ASR groeit in de volle breedte. Wij zijn ook niet afhankelijk van één label. Wij vissen met acht hengels in de vijver en vangen zo altijd wel wat. Als een tussenpersoon zich niet thuis voelt bij het ene ASR-huis, dan vindt-ie zijn plaats wel ergens anders binnen ASR. Er is voor elk wat wils. Kijk, big is powerfull, in de zin dat we in Fortis-verband vele voordelen kunnen behalen qua investeringen en synergie, bijvoorbeeld in de funding van het hypotheekbedrijf en de ontwikkeling van onze mensen. Maar small is beautiful, als je kijkt naar de persoonlijke benadering van de klant en dat is voor ons de assurantietussenpersoon. Want dat is onder hen toch een veel gehoorde klacht: ze kennen bijna niemand meer bij de grote verzekeraars.”
“Wij hechten zeer aan een persoonlijke benadering. Bij ons zul je geen segmentering aantreffen in de dienstverlening aan het intermediair. Achter iedere aanvraag van een tussenpersoon zit een klant en die moet gewoon goed worden behandeld. Binnen ASR worden aanvragen dus niet voor tussenpersoon X binnen twee dagen afgehandeld en voor Y pas na twee maanden.”
Naam Fortis
Fortis-topman Anton van Rossum heeft al eens laten doorschemeren dat, analoog aan België, de oude handelsnamen gaan verdwijnen en plaats moeten gaan maken voor het overkoepelende Fortis. Na een eerste verzet leek ook Carlo de Swart die mogelijkheid niet uit te sluiten. Hoe staat het met de discussie over de naam?
Baeten: “Er is geen sprake van dat de namen op één hoop gegooid gaan worden. Wij geloven in de diverse labels in de markt. Het intermediair heeft behoefte aan een breed aanbod van verzekeraars. Hij moet wat ons betreft dus niet de keus hebben uit één maar uit meerdere verzekeraars.”
Dat is duidelijk. Maar ASR is voor consumenten geen label. Waarom noemt u die holding niet gewoon Fortis Verzekeringen?
“ASR is het Nederlandse intermediaire verzekeringsbedrijf van Fortis. Dat onderscheid is belangrijk. In Nederland is het onderscheid tussen banken en assurantie-intermediair harder dan in België. In ons land heten de banken dus Fortis, maar werkt het intermediair met andere namen. Dat moet niet door elkaar gaan lopen. Hoe de holding heet, is niet interessant: het gaat om de merken.”
Centers of Excellence
Volgens Baeten bestaat de ASR-groep uit labels die zelfstandig opereren en met name op niet-concurrentionele onderdelen samenwerken, zoals bijvoorbeeld ICT en herverzekering. In die filosofie zijn zogeheten ‘centers of excellence’ ontwikkeld. Daar wordt door één of twee werkmaatschappijen een systeem ontwikkeld dat vervolgens in alle ASR-huizen wordt gebruikt.
Voorbeelden zijn: Hypotheken (ASR Bank en Amev Hypotheken), Zorg (De Amersfoortse), Leven/Pensioen (Amev en Stad Rotterdam) en Overige Schade (Amev en Stad Rotterdam). Binnen het vakgebied Schade zijn er nog specialismen als Agrarisch en Reis/Recreatie die worden verzorgd door resp. Woudsend en Europeesche. “We maken gebruik van de specialismen die we in huis hebben. Het belangrijkste is dat het wiel maar één keer wordt uitgevonden en dat je maar één keer in een systeem investeert. De backoffices blijven gewoon bij de diverse labels, omdat ze naar ons idee mede bepalend zijn voor de sfeer van een bepaald merk. Maar iedereen gebruikt in het ASR-huis voor een bepaalde discipline hetzelfde systeem.”
Familie
Een bijzonder soort ‘center of excellence’ is gecreëerd voor de deelnemingen in assurantiekantoren. De participatiemaatschappijen van Amev en ASR Bank werken sinds kort samen. “Ons participatiebeleid kent twee pijlers: een commerciële toets en een financiële toets. De tweede gebeurt centraal, maar de eerste is per definitie labelgebonden en vindt dus decentraal plaats.”
“Naar dat laatste streven we zo veel als mogelijk. Wij geloven niet in massaverhuizingen. We kiezen dus voor een decentraal uitgevoerd beleid, al is de consequentie daarvan dat je je als bestuurder helemaal blind rijdt. Nee, ik rijd niet meer zelf. Zonder chauffeur is het fysiek niet meer op te brengen en kost het te veel arbeidstijd; je zit regelmatig vijf uur per dag in de auto.”
Volgens Baeten is in het ASR-huis werken niet het enige wat telt. “De Swart is bijvoorbeeld een familieman van de eerste orde. Ikzelf heb jaren gehad dat ik altijd weg was, maar ik heb een zoon van tien en daar wil ik aandacht aan schenken. Dat is niet alleen een vaderschapsplicht, maar ik vind het ook leuk. Je moet een goede balans vinden tussen werk en gezin. Er zijn dus dagen dat je het met tien uur werk af kunt, maar er zijn er ook van zestien of zeventien uur. Als raad van bestuur proberen we daar verantwoord mee om te gaan en geven we elkaar de ruimte voor het gezin.”
Ketenintegratie
Binnen ASR heeft Baeten bijzondere aandacht voor het onderwerp ‘ketenintegratie’. “We staan aan de vooravond van een grote verandering in de verzekeringsbranche”, voorspelt hij. “We praten er sinds 1986 over. Intranet heeft een nieuwe dimensie aan de discussie gegeven. We zullen nu toch echt naar een marktbrede standaard toe moeten voor het transactieverkeer van bron tot maatschappij en weer terug. Het gaat om één keer invoeren van de gegevens, bíj de tussenpersoon, waarbij gegevens door de diverse onderdelen van de keten zijn te gebruiken.”
“Technisch gezien is het inmiddels bij zowel maatschappij als intermediair mogelijk. Het gaat er nu om of we het samen willen. We kunnen er 70 tot 80% van de administratieve problemen mee oplossen, het levert lagere kosten op en de tussenpersoon krijgt weer tijd voor het adviseren van de klant. Ik vind het de verantwoordelijkheid van de grote vier – NN, Aegon, ASR en Delta Lloyd – om de bestaande initiatieven in de markt nu samen te brengen.”
Maar sceptici zeggen: de individuele belangen zijn te groot en iedereen is al met zijn eigen oplossingen bezig, het wordt nooit wat.
Baeten: “Dat vind ik een naïeve gedachte. Kijk naar de bankwereld. Daar zijn, soms zelfs binnen één concern, mega-investeringen gedaan in de ontwikkeling van de chip-functie. En waar zijn we nu? Op één standaard en daar is iedereen tevreden mee, alleen er is een hoop geld weggegooid. Dat moeten wij niet willen. De echte doorbraak in het elektronisch zakendoen in deze branche komt op het moment dat er één standaard is. Die standaard kan wel een soort link bevatten naar extranetten, die een maatschappij de mogelijkheid bieden om zich te onderscheiden op andere zaken dan de transactie.”
ASR werkt, samen met Delta Lloyd, aan het platform Meeting Point, waar het administratieve verkeer van – nu nog schadeverzekeringen – volledig elektronisch kan worden verwerkt. Volgens Baeten hebben meer verzekeraars belangstelling, zoals Avéro, Hooge Huys, De Goudse en Levob. “Maar Meeting Point hoeft niet per se dé standaard te gaan worden, hoor. Dat maakt me niet uit. Alle initiatieven die er nu zijn, moeten worden samengebracht en moeten leiden tot één standaard. Daartoe doe ik een dringende oproep.”
Zorgplicht
Een andere oproep doet Baeten aan verzekeraars en tussenpersonen die de zelfregulerende Gedragscode Informatie Dienstverlening Intermediair (Gidi) niet helemaal serieus nemen. “We krijgen daar nu de ruimte voor, ook van de Autoriteit Financiële Markten. Slagen we niet, dan worden ons regels opgelegd en één daarvan zou wel eens kunnen zijn dat verzekeraars een zorgplicht krijgen opgelegd voor het handelen van tussenpersonen. Dat kan nooit zo zijn. Het intermediair heeft een eigen rol en eigen verantwoordelijkheid voor het gegeven advies. Verzekeraars zijn geen toezichthouders op tussenpersonen. Zo ja, dan betekent dat het einde van het onafhankelijke intermediair in ons land. En dat moeten we niet willen.”
Jos Baeten: “Er is geen sprake van dat de namen op één hoop gegooid gaan worden. Wij geloven in de diverse labels in de markt.”
“Ik ben geboren in een intermediaire wieg”, zo stelt Jos Baeten (43). “Mijn vader en grootvader hadden een assurantiekantoor en mijn overgrootvader deed tegen het einde van de 19e eeuw ook al wat in verzekeringen.” Bij assurantiekantoor Jos Baeten & Zn in het Limburgse Horst leerde de jonge Jos wat het is om assurantietussenpersoon te zijn. “Ik heb begrip van wat er leeft bij tussenpersonen.”
In 1979 meldde hij zich als Heao-stagiair niet aan bij het kantoor van paps, maar bij Stad Rotterdam. Een jaar later aanvaardde hij daar een vaste baan als acceptant Brand, nadat hij binnen een week was gestopt met de dagstudie Rechten aan de Erasmus Universiteit. Baeten heeft die opleiding in de avonduren (tussen 1980 en 1988) alsnog afgerond. In 1991 werd hij statutair directeur bij Stad Rotterdam, om er tien jaar later voorzitter van de directie te worden. Sinds een half jaar is hij lid van de raad van bestuur van ASR Verzekeringsgroep (Fortis).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.