nieuws

Arbeidsvoorwaarden bij verzekeraars in vogelvlucht

Archief

De arbeidsvoorwaarden bij verzekeringsmaatschappijen zijn vastgelegd in een bedrijfstak-cao voor de binnendienst (32.000 medewerkers) en een bedrijfstak-cao voor de buitendienst (5.000 medewerkers). Onder deze cao’s vallen alleen medewerkers die in dienst zijn van verzekeraars. Vakbondsbestuurder Dirk Kramer van De Unie bespreekt de beide cao’s en neemt vervolgens de trendsettende cao van Achmea onder de loep.

door Dirk Kramer
De bedrijfstak-cao’s voor binnendienst- en buitendienstmedewerkers zijn algemeen verbindend verklaard. Dit betekent dat alle verzekeraars, ongeacht de vraag of zij wel of niet lid zijn van het Verbond van Verzekeraars, de cao moeten toepassen op al hun medewerkers.
Dispensatie
Diverse verzekeringsmaatschappijen hebben dispensatie gekregen van de bedrijfstak-cao’s, omdat zij over een eigen cao beschikken. Het gaat daarbij om de verzekeringsmaatschappijen die behoren tot het Achmea-concern (Zilveren Kruis, Groene Land, Avéro, FBTO, Centraal Beheer en Fairgo). Bij dit concern is onlangs de eerste concern-cao in de financiële dienstverlening afgesproken. Daarnaast betreft het ook Amev, Reaal (inclusief Helvetia, Proteq, NOG en Hooge Huys) en Axent.
De Amev-cao is de voorloper geweest van de bedrijfstak-cao’s en in een convenant is afgesproken dat de arbeidsvoorwaardenontwikkeling op bedrijfstakniveau zoveel mogelijk zal worden gevolgd. Reaal en Axent hebben beide een vakbondsachtergrond, namelijk FNV respectievelijk CNV, en hadden om die reden een eigen cao. Zij volgen meer een eigen koers.
In de ondernemings-cao’s is aanmerkelijk meer geregeld dan in de bedrijfstak-cao’s.
Toekomstige cao-structuur
Omdat veel verzekeraars niet meer op zich zelf opereren, maar vaak onderdeel uitmaken van een all finance-concern, waar naast verzekeringsactiviteiten ook het bankbedrijf wordt uitgeoefend, speelt er op dit moment een discussie om de cao-structuur aan te passen. Werkgevers denken daarbij aan de totstandkoming van een cao Financiële Dienstverlening, waartoe alle grote all finance maatschappijen (denk aan bijvoorbeeld ING met Nationale-Nederlanden, Fortis met Amev, de combinatie Rabobank met Interpolis en SNS-Reaal), al dan niet aangevuld met grote verzekeraars, zouden kunnen toetreden. Voor de overige verzekeringsmaatschappijen zou dan de bedrijfstak-cao in stand blijven.
De opsplitsing van een aparte cao voor het Bank- en Verzekeringsbedrijf past immers niet bij de alsmaar toenemende fusietendens tussen banken en verzekeraars. De bedoeling is om op hoofdlijnen tot afspraken te komen, en veel over te laten aan de decentrale invulling op concern-niveau. Vakbonden zijn bereid om hieraan mee te werken, indien zij ook op decentraal niveau gesprekspartner kunnen zijn.
Een ander alternatief vormt de totstandkoming van een aantal concern-cao’s naast de bedrijfstak-cao’s. Achmea is hier een eerste voorbeeld van en die heeft vanaf 1 januari 1999 één cao voor al haar zorg- en andere verzekeringsmaatschappijen. Op dit moment wordt onderzocht of PVF (pensioenbedrijf) en Staal Bankiers, die ook deel uitmaken van Achmea, kunnen toetreden tot deze ene cao.
Binnendienst-cao
Bij de binnendienst-cao is duidelijk sprake van een minimum-cao. Het niveau van de arbeidsvoorwaarden wordt dan ook maar zeer ten dele door de bedrijfstak-cao bepaald. Met name de grote maatschappijen kennen uitgebreide personeelshandboeken, waarbij de cao slechts een onderdeel (de basis) vormt. De overige afspraken worden veelal met de ondernemingsraden besproken. Het is buitengewoon moeilijk gebleken om voor de gehele sector tot eensluidende afspraken te komen, en dit komt mede doordat sommige verzekeraars duizenden werknemers in dienst hebben, terwijl anderen slechts enkele medewerkers tellen.
Functiewaardering en loongebouw
De binnendienst-cao kent slechts vier verschillende soorten functies en een loongebouw met vier schalen, waar de helft van het personeel niet onder valt.
Er zijn 48 maatschappijen met meer dan honderd werknemers, en deze moeten uiterlijk dit jaar een eigen functiewaarderingssysteem, en daarbij behorend loongebouw, hebben ingevoerd. In de praktijk komt het erop neer dat bovenop het gestelde in de cao een eigen functiewaarderingssysteem van een erkend extern bureau en een loongebouw met aanmerkelijk meer schalen en een hoger bereik van toepassing zijn.
De cao schrijft voor, dat er naast de vakantietoeslag van 8% ook een dertiende maand moet worden uitgekeerd, tenzij de bedrijfsresultaten dit niet toelaten.
Arbeidsduurverkorting
De cao kent naast de vakantiedagen nog 11,5 adv-dagen voor de binnendienst. In het verleden is het niet mogelijk gebleken om een 36-urige werkweek, oftewel 26 adv-dagen, in te voeren, terwijl dit wel bij overige sectoren, zoals het bankbedrijf, gelukt is.
Verlenging bedrijfstijden
De cao maakt het mogelijk om experimenten uit te voeren met verlenging van bedrijfstijden (na 18.00 uur ’s avonds en zaterdags) en hiervoor moeten per experiment en per onderneming aparte afspraken worden gemaakt ten aanzien van de hiervoor geldende compensatie. Getracht wordt om voor afloop van de huidige cao (1 april 2000) tot een uniforme compensatie te komen. Met uitzondering van de direct-writers is er tot op heden nog weinig animo bij verzekeraars om de bedrijfstijden te verruimen.
Vut wordt pensioen
Na een jarenlange discussie is in de laatste cao afgesproken dat de vut op 61 jaar wordt gewijzigd in een flexibele pensioenregeling, waarbij voor de binnendienst de pensioenrichtleeftijd op 62 jaar is gesteld.
De cao kent een minimum-basispensioenregeling en om te voorkomen dat bij de aanstaande wijziging in een nieuwe pensioenregeling, waarvan vervroegd uittreden deel uitmaakt, het surplus (meerwaarde) uit de huidige maatschappij-pensioenregelingen verloren gaat, zijn er afspraken gemaakt ter veiligstelling van deze meerwaarde.
Via een actuarieel toetsingsmodel met vier ‘maatmensen’ wordt er zorg voor gedragen dat het huidige surplus ook terugkeert in de nieuwe regeling. Uiterlijk 31 december 2000 moeten alle verzekeringsmaatschappijen hun pensioenregelingen hebben aangepast.
Loopbaanbeleid
In 1997 hebben cao-partijen aan het onderzoeksbureau Sant verzocht om voor de komende vijf jaar een werkgelegenheidsanalyse voor de sector te maken. Daaruit bleek dat het aantal medewerkers min of meer hetzelfde zou blijven (maximaal een reductie van 4% over vijf jaar), maar dat het zeer de vraag is of de huidige medewerkers ook de toekomstige medewerkers zullen zijn.
Er is sprake van een opwaardering van functies. Er wordt een sterke groei verwacht van het aantal hbo’ers en academici. Het aantal mbo’ers blijft waarschijnlijk constant. Hierop zijn twee uitzonderingen; het aantal mbo’ers met verzekeringstechnische kennis zal toenemen, terwijl het aantal leidinggevenden onder mbo’ers zal afnemen. Het aantal laaggeschoolden neemt sterk af. Om een en ander in goede banen te leiden, is in de laatste cao afgesproken dat iedere verzekeringsmaatschappij een werkgelegenheidsanalyse moet opstellen en een opleidingsplan moet overeenkomen met de ondernemingsraad. Vervolgens moet dit per individu worden uitgewerkt in een persoonlijk ontwikkelingsplan, en hierbij zijn ook nadere afspraken gemaakt over daarbij behorende studie-faciliteiten (zowel geld als tijd).
Niveau
Wanneer we kijken naar het totale pakket aan arbeidsvoorwaarden in de binnendienst-cao. dan ligt deze aan de bovenkant van de arbeidsmarkt. Naast een dertiende maand komen veelvuldig winstdelingsregelingen en/of optieregelingen voor en daarnaast is er sprake van een premievrij pensioen en personeelsfaciliteiten, zoals korting op hypotheek en tal van verzekeringsproducten.
Wanneer we kijken naar de total cash dan zijn de verschillen voor de binnendienst tussen de grote maatschappijen, zoals Interpolis, Delta Lloyd, Amev, Aegon en Nationale-Nederlanden, beperkt en – ondanks de vrijheid van handelen vanwege de minimum-cao – niet groter dan 10%.
Buitendienst-cao
De buitendienst-cao verdient de benaming van minimum-cao niet omdat een groot aantal zaken, zoals functiewaardering, loonlijn, variabele beloning, overwerk, werktijden, deeltijd, arbeidsduurverkorting en 13e maand, in het geheel niet zijn geregeld, en in die zin is er dan ook geen basis.
Wat onder meer wél geregeld is, is dat de vut-leeftijd één jaar eerder ingaat dan bij de binnendienst. Dit geldt ook voor de pensioenrichtleeftijd in de nieuwe pensioenregeling: 61 jaar in plaats van 62 jaar.
Loondienstagenten
In de buitendienst wordt een onderscheid gemaakt tussen de loondienstagenten en de inspecteurs, die het vrije intermediair bezoeken. Loondienstagenten kennen vaak een laag vast inkomen en een hoog variabel inkomen, dat afhankelijk is van de provisie over de behaalde productie. Het gemiddelde inkomen ligt rond de f 76.000, maar de onderlinge verschillen kunnen zeer uiteen lopen.
Bij inspecteurs is er een tendens waarneembaar van een hoger vast inkomen, en een variabel inkomen dat niet alleen afhankelijk is van omzet maar ook van kwalitatieve criteria. Het gemiddelde inkomen ligt boven een ton, waarbij Leven-inspecteurs over het algemeen meer verdienen dan Schade-inspecteurs.
In het algemeen kan gesteld worden dat tegenover een vrijer leven (men is in meer of mindere mate eigen baas) een hoger risico bestaat ten opzichte van de inkomsten. De vakbonden probeert vooral een rol te spelen bij beloningsaanpassingen omdat dit gepaard kan gaan met zware financiële gevolgen.
Achmea-cao trendsettend
De Achmea-cao loopt qua arbeidsvoorwaarden vooruit op de bedrijfstak-cao en kan als trendsettend worden aangemerkt. Per 1 januari 2000 treden daar de volgende veranderingen op:
invoering van een 36-urige werkweek;vakantieopbouw wordt 11% van de individueel overeengekomen arbeidsduur;deels betaald zorgverlof en ouderschapsverlof (maximaal één maandsalaris);mogelijkheid van sabbatical leave, variërend van twee tot zes maanden, met subsidie mogelijkheid van 25% door de werkgever;invoering van Achmea-Select, waarbij jaarlijks gekozen kan worden om 34, 35, 37 of 38 uur te gaan werken, daarnaast kunnen bronnen – vakantie, salaris, overwerk en vergoeding voor werken op onaangename uren – jaarlijks worden ingewisseld voor doelen, zoals eerder of hoger pensioen, spaarloon, premiespaarregeling, hypotheek, ziektekostenverzekering en éénmalige uitkering in geld.Voor vakbonden bestaat de uitdaging om een deel van deze vernieuwingen ook door te voeren in de bedrijfstak-cao’s.
Dirk Kramer is bestuurder van De Unie, vakbond voor Industrie en Dienstverlening, en bedrijfsgroepvoorzitter Commerciële Verzekeringen.
In 1991 was het de eerste keer in de geschiedenis van het verzekeringsbedrijf dat zo’n zevenhonderd werknemers van verzekeraars in de Nieuwe Kerk in Den Haag actie voerden voor een betere cao. Sindsdien heeft men het altijd met praten kunnen oplossen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.