nieuws

ANW-verzekeringen fiscaal bezien

Archief

Per 1 juli 1996 is de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW) vervangen door de Algemene Nabestaandenwet (ANW). De nieuwe wet heeft voor het inmiddels welbekende ANW-hiaat gezorgd. Op 9 juli en 29 oktober 1996 is er, voor respectievelijk de lijfrente- en de pensioenvariant voor de dekking van het ANW-hiaat, een aanschrijving van de staatssecretaris van Financiën verschenen. Reden om nog eens bij het ANW-hiaat stil te staan.

Mr. drs. R.M.J.M. de Greef
Voor de verzekering van het ANW-hiaat bestaan diverse verzekeringsvormen, alle met verschillende fiscale kenmerken. Denkbare scenario’s zijn:
– collectieve reparatie in de bestaande pensioenregeling;- collectieve reparatie door de premies geheel of gedeeltelijk in te houden op het loon en aan de uitvoerder af te dragen (mantelcontracten);- individuele reparatie buiten de arbeidsverhouding om (nabestaandenlijfrente, kapitaalverzekering, erfrente).Naast de vraag welk scenario wordt gehanteerd, is de invulling van de regeling van belang. Zo kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een uitkering, die te allen tijde gaat lopen zodra de verzekerde is overleden. Of een uitkering die pas ingaat op het moment dat een ANW-hiaat ontstaat; bijvoorbeeld op het moment dat – na het overlijden van de verzekerde – het jongste kind achttien jaar wordt.
Het eerste geval is aantrekkelijk als er een grote achteruitgang in het inkomen te verwachten is, terwijl het tweede geval grofweg aansluit op het systeem van de ANW. Voor meer maatwerk is men in beginsel aangewezen op een individuele regeling, bijvoorbeeld via een gemengde verzekering. Dit is met name interessant als de verzekerde tegelijkertijd een pensioenbreuk uit het verleden wil repareren. Indien de verzekerde verwacht dat zijn nabestaande enige tijd na het overlijden van de verzekerde weer voldoende eigen inkomen heeft, ligt het voor de hand om een verzekering te sluiten waarbij alleen bij overlijden van de verzekerde een kapitaal ineens wordt uitgekeerd.
Lijfrente
Zoals bekend verondersteld mag worden, is het voor de fiscaliteit van belang of sprake is van een pensioen- of levensverzekering. In beide gevallen geldt dat de premie aftrekbaar is, terwijl de uitkering belast is.
Als wordt gekozen voor een nabestaandenlijfrente, dan is het – op grond van de aanschrijving van staatssecretaris Vermeend van 9 juli 1996 – toegestaan dat er, als de ingangsdatum van de uitkering afhankelijk is gesteld van de beëindiging van de ANW-uitkering, sprake is van een nabestaandenlijfrente, ondanks dat dit volgens de wet níet mogelijk is. De premie wordt betaald uit het nettoloon en is aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.
Voordeel voor de werkgever is dat geen inhouding op het loon hoeft plaats te vinden. Voordeel voor de werknemer is dat een eventuele overstap naar een andere werkgever geen belemmeringen oplevert, zoals dat wel het geval kan zijn als de premie als pensioenpremie van het brutoloon wordt afgetrokken. Bovendien heeft de aftrek van het nettoloon geen invloed op de te betalen premies en uitkeringen voor de werknemersverzekeringen (en daarmee op de rechten uit deze verzekeringen), op de ziekenfondsgrens en op de hoogte van de overhevelingstoeslag. Nadeel kan zijn dat zowel werkgevers als werknemers (en hun nabestaanden) te maken hebben met verschillende instanties.
Pensioen
Dekking kan ook in de vorm van pensioen. Daarvoor is een pensioentoezegging van de werkgever nodig. Premiebetaling kan geschieden door de werkgever, de werknemer of door beiden. In beginsel is het echter nog steeds zo dat alleen sprake is van een pensioenregeling, als de premie voor minimaal 50% door de werkgever wordt betaald. Er is wetgeving in de maak waarin deze voorwaarde wordt afgeschaft. Tot die tijd kan met toestemming van de Verzekeringskamer onder deze voorwaarde worden uitgekomen.
De premie wordt betaald uit het brutoloon. Het werkgeversdeel behoort niet tot het brutoloon van de werknemer, terwijl de werknemerspremie aftrekbaar is van het brutoloon.
Er is sprake van een onbelaste pensioenaanspraak, als de uitkering niet hoger is dan het toegestane maximum – de voormalige AWW-uitkering inclusief vakantiegeld (8/7 van de ANW-uitkering, thans op jaarbasis f 23.027) en ook het maximum voor bepaalde groepen wezen wordt aangehouden. Deze voorwaarden heeft Vermeend beschreven in zijn aanschrijving van 29 oktober 1996. Als sprake is van een toezegging van de werkgever en aan de hiervoor genoemde voorwaarden is voldaan, dan kan de ANW-hiaatverzekering beschouwd worden als een op zichzelf staande pensioenregeling.
Overigens moet ook op de maximale hoogte van het (aanvullende) nabestaandenpensioen worden gelet. Sinds 1 september 1995 is de grens voor het nabestaandenpensioen 50% van het laatste verdiende salaris, zonder rekening te houden met de AOW. In de aanschrijving van 29 oktober is de toegestane grens echter verhoogd met de ANW-uitkering.
Varianten
Tot slot zijn er binnen de levensverzekeringsvariant nog twee fiscaal interessante vormen, die gebruikt kunnen worden om het ANW-hiaat te verzekeren: de kapitaalverzekering en de erfrenteverzekering.
Bij een ANW-hiaatverzekering in de vorm van een kapitaalverzekering is sprake van een overeenkomst die wordt gesloten door werknemers/verzekeringnemers, zonder tussenkomst (van betekenis) van de werkgever. De werkgever schept hooguit het kader door een mantelovereenkomst te sluiten met de verzekeraar.
De premie voor de kapitaalverzekering is niet aftrekbaar in de inkomsten- en loonbelasting. De rente-aangroei is echter (onder voorwaarden) onbelast. Voordeel van de kapitaalverzekering op risicobasis is dat de premie (weliswaar niet-aftrekbaar) laag is, terwijl de uitkering onbelast is.
Bij de erfrenteverzekering is, net als bij de kapitaalverzekering, de relatief lage premie niet aftrekbaar, terwijl de uitkeringen belastingvrij kunnen worden genoten. Er wordt geen kapitaal maar een reeks van uitkeringen over een langere periode uitbetaald. De uitkeringen eindigen op een vooraf vastgesteld datum, die in tegenstelling tot een nabestaandenlijfrente waarvan de duur levenslang is.
Afweging
Wat nu precies de beste variant is, verschilt per geval. Vaststaat dat dekking via een pensioenregeling de nodige beperkingen oplevert en (fiscaal)juridisch nauwkeurig geformuleerd moet worden. Vanuit sociaal oogpunt echter biedt de pensioenvariant de mooiste oplossing: de regeling valt onder de beschermende werking van de Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW).
Als sprake is van een pensioenaanspraak, dan kan de werknemer aan zijn dienstbetrekking bepaalde rechten ontlenen. De werkgever kan deze rechten in de toekomst niet zonder meer aan de werknemer ontnemen. Voor wat betreft echtscheiding en ontslag gelden er speciale regels op grond van de PSW. De uitkering uit de ANW-hiaatverzekering moet voorts voldoen aan bepaalde maxima.
De kapitaalverzekeringsvariant en de erfrentevariant zijn over het algemeen fiscaal voordeliger dan een nabestaandenlijfrente of de pensioenvariant. Door de relatief geringe risicopremie voor de ANW-hiaatverzekering is bij aftrekbaarheid ervan het belastingvoordeel gering. Te gering om op te kunnen wegen tegen de belastbaarheid van de volledige uitkering in geval van overlijden.
Roland M.J.M. de Greef is werkzaam bij de Fiscale en Juridische Sectie Pensioenen & Verzekeringen van Coopers & Lybrand te Amsterdam

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.