nieuws

Ansvar Idéa wil uit de anonimiteit

Archief

Al meer dan 36 jaar is schadeverzekeraar Ansvar Idéa actief in ons land. Toch heeft deze van oorsprong Zweedse onderlinge hier nog geen naam kunnen maken. Voor een groot deel van de verzekeringsbranche, laat staan daarbuiten, is Ansvar Idéa een grote onbekende. En onbekend maakt onbemind, zo blijkt ook uit de geringe groei sinds de entree in de Nederlandse markt. Maar daarin gaat verandering komen, zo belooft de onlangs aangetreden directeur Ko Bertelkamp (34). “Groei zal nodig zijn, wil een kleinere verzekeraar als Ansvar Idéa ook op langere termijn levensvatbaar blijven.”

Door Wim Abrahamse
De historie van Ansvar Idéa laat zich onderscheiden in perioden van ‘vallen en opstaan’. De start in ons land was veelbelovend. Als dochter van de wereldwijde Ansvar-groep, in 1932 opgericht op initiatief van de Zweedse organisatie van geheelonthouders, legde het Nederlandse filiaal van Ansvar (Zweeds voor ‘verantwoordelijkheid’) zich toe op het sluiten van schadeverzekeringen voor uitsluitend particulieren die geen sterke drank consumeren. Begin jaren tachtig telde de portefeuille ruim tienduizend polissen, goed voor een premievolume van krap e 2,2 mln. Geen premiegroei die tot heel veel applaus leidde bij de aandeelhouder, maar desondanks de toezegging opleverde dat het Nederlandse dochterbedrijf fors mag investeren in de loondienstorganisatie. “Voor de financiële back-up zou worden gezorgd, zo werd ons beloofd. Op basis van die toezegging werd het eigen-verkoopapparaat uitgebreid tot negen adviseurs”, vertelt Bertelkamp, die de dagelijkse leiding overnam van de gepensioneerde Theo Kanon. Inmiddels heeft hij steun gekregen van de gedelegeerd commissaris Hugo Develing, ooit directielid van Guardian.
Ruw verstoord
De veelbelovende groeiplannen van Ansvar Idéa werden ruw verstoord toen het Zweedse moederbedrijf in financieel zwaar weer terecht kwam, mede door verslechterde resultaten wereldwijd in de schadeverzekeringsmarkt. Uiteindelijk moest een overname door de kleinere, maar kapitaalkrachtige Zweedse levensverzekeraar Salus uitkomst brengen. De acquisitie leidde begin jaren negentig tot een ingrijpende koerswijziging door het nieuwe management. Eerst werden alle investeringen in landen buiten Scandinavië geannuleerd. “Daardoor kwam de ons toegezegde kapitaaluitbreiding er uiteindelijk toch niet, zodat de meeste aangenomen loondienstadviseurs het jaar daarop alweer ontslagen moesten worden”, vertelt Bertelkamp.
Daarmee was het leed nog niet geleden. Een volgende stap was de verkoop van alle niet-Scandinavische vestigingen, zij het onder de garantie dat de identiteit van de alcoholvrije Ansvar-ondernemingen gewaarborgd zou blijven. “Het is mede daardoor een zeer lange transitie geworden”, zegt Bertelkamp. Zo werden de Britse, Australische en Nieuw-Zeelandse activiteiten verkocht aan de wereldwijd opererende Britse kerkenverzekeraar Ecclesiastical. De activiteiten van de Nederlandse en Belgische vestigingen werden overgedragen aan Stichting Alcoholvrije Bedrijven (SAB).
“Het waren moeilijke jaren”, bevestigt Bertelkamp die van dichtbij de aandeelhouderswisseling volgde. “Het was een periode van survivallen. Hoewel faillissement of opheffing nooit aan de orde kwamen, moesten we toch pas op de plaats maken om het bedrijf weer gezond te maken en te houden. Dat betekende fors snijden in de overheadkosten, onder meer door afslanking van het topmanagement. In korte tijd hebben twee directieleden en de chef Schaderegeling het bedrijf verlaten. Hun functies zijn intern opgevuld. Om de ingekrompen organisatie her in te richten, hadden we onze handen meer dan vol.”
naar “een realistisch niveau” te brengen. “Ze waren nooit onvoldoende, maar het kon altijd nog realistischer.” Voor 2004 rekent hij weer op positieve winding-upcijfers, dat zijn de resultaten op uitloopschades in de voorgaande jaren.
Samenwerking
Voor de korte termijn weet Ansvar Idéa zich verzekerd van de support van SAB en het Leger des Heils, dat via een aandelenemissie in 2002 een minderheidsbelang van 25% heeft gekregen in Ansvar Idéa. Bertelkamp: “Beide aandeelhouders hebben ervoor kunnen zorgen dat we in de lucht konden blijven. Zij hebben verder toegezegd dat er in 2007 wordt bekeken welke weg Ansvar Idéa zal moeten inslaan: hetzij zelfstandig verder, hetzij samen met een strategische partner.”
Dat Ansvar Idéa straks keuzes moet gaan maken, is Bertelkamp meer dan duidelijk. De schadeverzekeraar wordt geconfronteerd met jaarlijks oplopende herverzekeringskosten die onevenredig zwaar op de begroting drukken. “Sommige herverzekeraars openen domweg hun boeken niet meer beneden een minimum premievolume. Als kleine maatschappij zit je dan vast aan relatief hoge premies.”
Een andere ontwikkeling die dwingt tot vergroting van schaalgrootte, is volgens Bertelkamp de nieuwe solventierichtlijn die in 2007 van kracht wordt. “Daarover is het laatste woord nog niet gezegd. De vraag is of de bestaande aandeelhouders aan de zwaardere solvabiliteitseisen kunnen en willen tegemoetkomen, of dat zij op zoek gaan naar een strategische partner die onze identiteit wil waarborgen.” Gesprekken over samenenwerking met andere ideologisch gedreven verzekeraars of banken zijn er wel geweest, zegt Bertelkamp. “Ik weet dat er met Donatus daarover wel eens contact isgeweest, maar dat heeft nooit geleid tot serieuze onderhandelingen. Als kandidaat is Donatus niet ondenkbaar, maar het is echt niet het eerste telefoontje dat ik straks ga plegen.” Concreter zijn de gesprekken over samenwerking met Triodos Bank. “Daar gaat het primair om operationele samenwerking. Ons voorstel is dat het bemiddelingsbedrijf van de bank verzekeringsproducten van Ansvar Idéa gaat verkopen”, aldus Bertelkamp.
Op productgebied is overigens al eerder samenwerking geconcretiseerd met ziektekostenverzekeraar Pro Life en begrafenisverzekeraar Amev-Ardanta. Voor levensverzekeringen is dat nog niet gebeurd. “Daarover is wel gedacht, maar hoe we dat gaan invullen, weten we nog niet. Een eigen risicodrager oprichten zit er in voorlopig niet in. Daarentegen, zou het uitbrengen van een eigen levensverzekering in volmacht zeker tot de mogelijkheden kunnen behoren.” Buiten ons land heeft Ansvar Idéa volgens Bertelkamp verder nog contacten met verzekeringsdochter Salvation Army General Insurance Company (Sagic) van het Britse Leger des Heils en de voormalige zusterorganisatie van Ansvar in Groot-Brittannië.
Oubollig imago
Over het minderheidsbelang van het Nederlandse Leger des Heils in Ansvar Idéa, zegt Bertelkamp “meer dan trots” te zijn. “Het Leger des Heils is een hulporganisatie waarmee wij ons maar al te graag identificeren. Enerzijds voldoet het Leger des Heils voor 90 tot 95% aan de ideologie die wij voor ogen hebben, anderzijds is het een organisatie die midden in de maatschappij staat. Dankzij deze aandeelhouder kunnen we misschien gemakkelijker het oubollige, stoffige imago afschudden wat Ansvar toch in de loop der jaren heeft gekregen.”
Het aandeelhouderschap van ‘het Leger’ is overigens niet zomaar uit de lucht komen vallen en dus niet zo bijzonder als de buitenwereld wellicht denkt, stelt Bertelkamp. “Er was al jarenlang een zakelijke relatie, omdat de organisatie haar eigendommen bij ons heeft verzekerd. Ook was het Leger op zoek naar alternatieve activiteiten die op langere termijn inkomsten kunnen genereren. Denk bijvoorbeeld aan de eigen kledinglijn ‘Fifty-Fifty’ bij de Bijenkorf. Het getuigt van een organisatie die met haar tijd wil meegaan. Daarin past ook een minderheidsbelang in een verzekeringsmaatschappij.”
Bertelkamp erkent dat een naamswijziging zou kunnen bijdragen aan het oppoetsen van het imago van de verzekeraar. Te meer, omdat de link met de Zweedse gelijknamige verzekeringsgroep niet meer bestaat. “In het verleden is ook over de naam intern wel gediscussieerd. Uit de archieven blijkt dat een naamswisseling toen best gevoelig lag. Alleen al de toevoeging Idéa Verzekeringen was destijds een beladen onderwerp. Daarbij komt dat de laatste jaren andere dwingender zaken de prioriteit hebben gekregen. Voor de toekomst sluit ik een naamswijziging niet uit, maar het is nu nog niet aan de orde.”
Levensstijl
De doelgroep van Ansvar Idéa – de geheelonthouders – is begin jaren negentig min of meer noodgedwongen (“de verstokte geheelonthouder was een uitstervend fenomeen”) verbreed tot alle particulieren die kiezen voor een ‘verstandige levensstijl’, zoals in de productbrochures is vermeld. “Net als de geheelonthouders hebben deze potentiële klanten een laag risicoprofiel, omdat ze bewuster in het leven staan. De kans dat zij schade maken, is minder groot. Dat is niet iets dat we pas de laatste jaren weten. Al veel eerder was ons duidelijk geworden dat geheelonthouders vaak lid zijn van organisaties waarvan de grote meerderheid van de leden vrijwel dezelfde levensstijl hebben, maar alleen niet bereid zijn om de sterke drank af te wijzen. Toen ook is het idee geboren om de toevoeging Idéa Verzekeringen aan de naam Ansvar te koppelen, zijnde een verzekeringslabel voor mensen met een bewuste levensstijl, onder wie verzekerden met een christelijke levensovertuiging.”
De maatschappij voert vrijwel alle particuliere schadeverzekeringen en heeft voor (vrijwilligers)organisaties, instellingen en kerken een pakketpolis (opstal, inventaris, bedrijfsschade, aansprakelijkheid en ongevallen). De portefeuille telt e 3,9 mln premieomzet en is ruim 11.400 polissen groot. Daarbij tekent Bertelkamp wel fijntjes aan dat de pakketverzekering met diverse rubrieken (opstal, inboedel, glas, avp, rechtsbijstand en reis) als één polis wordt geteld. “Concurrerend is het product zeker, want in combinatie met een motorrijtuigen- en een caravanverzekering kan de premiekorting oplopen tot maximaal 30%”, aldus Bertelkamp.
De ruim vijfduizend klanten zijn nog voor 30% afkomstig uit de kring van geheelonthouders (Ansvar) en voor de rest uit aanhangers van een christelijke levensstijl (Idéa Verzekeringen.) Hoewel de maatschappij zegt zich specifiek te richten op christelijke doelgroepen, net als de ziektekostenverzekeraars DVZ en Pro Life en de kerkenverzekeraar Donatus, heeft zij niet die speciale status. “Ansvar Idéa is geen christelijke verzekeraar”, benadrukt Bertelkamp. “We worden daarmee wel geïdentificeerd, maar het staat niet in onze statuten vermeld. Ook de achttien medewerkers zijn niet allemaal van christelijke huize. Wel wordt van hen verlangd dat zij rekening houden met de belangen en wensen van de grootste doelgroep.”
Distributie
De verkooporganisatie van de nicheverzekeraar bestaat uit drie fulltime loondienstadviseurs, die al jaren in dienst zijn en vanuit huis werken. Pogingen om deze buitendienst uit te breiden, zijn mislukt, zegt Bertelkamp. “Het blijkt bijzonder lastig om adviseurs aan te trekken met én verzekeringskennis én kennis van onze doelgroep. Vaak ontbreekt één van beide voorwaarden of mist de kandidaat een stukje ondernemerschap.”
Voor de komende jaren zoekt hij nu zijn heil in het vergroten van het aantal assurantiekantoren dat de ideologie van Ansvar Idéa deelt. “In de boeken staan nu twintig kantoren, maar met vijf doen we regelmatig zaken. Dat is inderdaad niet veel, omdat we veel zaken met grotere klanten vanaf ons kantoor doen. Dit jaar willen we met meer tussenpersonen gaan samenwerken. Dat betekent niet dat we er eind dit jaar per se honderd tussenpersonen bij moeten hebben. Al zouden het er maar tien zijn, dan nog hebben we het leuk gedaan.”
De voorzichtige prognose van Bertelkamp verraadt een realistisch marktbeeld. Hij benadrukt dat het voor een kleine maatschappij als Ansvar Idéa niet gemakkelijk zal zijn om in de kijker te komen van het gemiddelde intermediair. “We kunnen tussenpersonen geen gelikte internetapplicaties aanbieden. Onze enige toegevoegde waarde op dat gebied is een cd-rom met klantenbestand waarmee tussenpersonen mutaties kunnen aanbrengen en insturen. Het is een stukje back-office dat het intermediair op de eigen laptop kan voeren. Maar ik lijd niet aan het Calimero-complex als ik zeg dat grotere assurantiekantoren daar niet echt warm voor zullen lopen. Ik richt me daarom liever op één- en tweemanskantoren die de kleinschaligheid, flexibiliteit en persoonlijk contact van onze maatschappij nog weten te waarderen. Verder voegt onze manier van maatschappelijk verantwoord ondernemen nog iets toe, omdat we bijvoorbeeld in ons beleggingsbeleid verder gaan dan de meeste verzekeraars. Zo zullen wij nooit beleggen in de alcohol-, tabak- en wapenindustrie, maar ons louter beperken tot de fondsen met een duurzaam karakter. Overigens is ons beleggingsbeleid uitbesteed aan Theodoor Gilissen, de bankier met veel zakelijke contacten met charitatieve instellingen.”
Groeipad
Het groeipad dat Ansvar Idéa voor ogen heeft, is volgens Bertelkamp bescheiden. Voor dit jaar rekent hij op een toename in aantal polissen van 2% en in premievolume van e 0,5 mln. “Dat scenario is misschien niet erg ambitieus, maar wel realistisch. Kijk, ik kan wel roepen dat we de premieomzet binnen vijf jaar moeten verdubbelen, maar de mogelijkheden daarvoor zie ik nu nog niet.”
De geraamde groei wil Bertelkamp realiseren door gerichte marketingacties naar de achterban van de christelijke (vrijwilligers)organisaties en instellingen die in de boeken staan. Daarnaast houdt hij oog voor het behoud van bestaande klanten. “We hebben weliswaar een loyale achterban, een stabiele groep van verzekerden, maar in deze tijd van concurrentie let iedereen op de centjes. De bereidheid om, laat ik zeggen, voor het ‘wij-gevoel’ iets meer te betalen, neemt af. De prijs voor onze ideologie moet wel betaalbaar blijven. Niet, dat we de goedkoopste verzekeraar willen zijn. Dat niet, maar wel een betrouwbare verzekeraar met persoonlijke benadering, korte communicatielijnen en goede schadeafwikkeling.”
Om klanten vast te kunnen houden, ontwikkelt Ansvar Idéa varianten op bestaande producten die vriendelijker zijn geprijsd voor bepaalde groepen. Zo heeft de maatschappij een budgetvariant van de autoverzekering in de markt gezet met een no-claimkorting van maximaal 80%. Ook kent de aansprakelijkheidverzekering voor particulieren (avp) nog steeds een beperkte rechtsbijstanddekking tegen gereduceerde premie. “Daarbij moet worden gedacht aan defensieve vormen van rechtsbijstand, waaronder ontslagrecht en sociale geschillen. Overigens wordt dit risico volledig zelf gedragen. Dat maakt ons tot een van de weinige verzekeraars die hun rechtsbijstanddekking nog niet in volmacht hebben lopen bij een daarin gespecialiseerde maatschappij”, vertelt Bertelkamp niet zonder enige trots. @PLI = Opvallend is de standaard kostbaarhedendekking op de brandinboedelpolis met een maximum dekking tot 20% van de verzekerde som. Een taxatierapport of specificatie van kostbaarheden is niet nodig. “Bij ons kan dat nog, hoewel de kans op fraude ook binnen onze doelgroep natuurlijk nooit volledig is uit te sluiten.”
Ko Bertelkamp (34) is al zestien jaar in dienst van verzekeraar Ansvar Idéa in Amsterdam. Hij kwam in 1988 in dienst van de maatschappij als boekhoudkundig medewerker, die onder meer belast was met de dagelijkse administratie. In deze functie rondde hij in zeven jaar met succes de boekhoudopleiding SPD 1 en 2 af. Begin 2001 werd hij benoemd tot adjunct-directeur. Na het behalen van de diploma’s Assurantie-B Particulier en MKB volgde in september 2003 de aanstelling tot directeur naast algemeen directeur Theo Kanon, die begin vorige maand met pensioen is gegaan.
Ko Bertelkamp: “Al zouden we er eind van het jaar maar tien tussenpersonen bij hebben, dan nog hebben we het leuk gedaan”. Opmerkingen:

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.