nieuws

Annuleringsgeld van verzekerde achtergehouden door reisbureau

Archief

Een in november wegens gezondheidsredenen geannuleerde reis naar Thailand, resulteert pas halverwege de maand juli van het volgend jaar in een uitkering van de annuleringskostenverzekeraar. Tijd genoeg voor verzekerde om een klacht in te dienen bij de Raad van Toezicht.

Tijdens de behandeling van de klacht komt naar voren dat de reisverzekeraar na ontvangst van de claim een uitgebreid onderzoek houdt. Hoewel hierbij de nodige vragen rijzen rond de juistheid van de claim, besluit de maatschappij tot het betrachten van enige coulance. Zes maanden later, in de maand mei, wordt daarom overgegaan tot vergoeding van de annuleringskosten. De verzekeraar maakt hiertoe het bedrag over naar het reisbureau, dat in dit geval als intermediair was opgetreden, en stelt de verzekerde op de hoogte van dit feit.
Verzekerde protesteert tegen de betaling via het reisbureau. Hij is van mening dat de reisverzekeraar de schade rechtstreeks met hem moet afwikkelen.
Profetisch
De verzekerde beschikt blijkbaar over profetische gaven, want ook de betaling van het reisbureau blijft lange tijd uit. Het duurt nog ruim twee maanden voordat de annuleringskosten uiteindelijk de verzekerde bereiken. De verzekeraar verzoekt het reisbureau in de tussentijd herhaalde malen om het bedrag aan de verzekerde over te maken. Het reisbureau voert echter diverse redenen aan die het uitblijven van de betaling verklaren. Zo zou de verzekerde bijvoorbeeld nog een rekening hebben openstaan bij het reisbureau. Iets wat de verzekerde overigens ontkent.
Oordeel
De Raad van Toezicht voor het schadeverzekeringsbedrijf is van oordeel dat de klager deels gelijk, deels ongelijk heeft. Allereerst is de Raad van mening dat de verzekeraar vrij is om bij het doen van betalingen aan zijn verzekerden gebruik te maken van derden.
De vertraging die is opgetreden na ontvangst van het schadebedrag bij het reisbureau, moet volgens de Raad echter wél als een tekortkoming worden aangemerkt. De verzekeraar kan zich volgens de Raad niet verschuilen achter het in gebreke blijven van het reisbureau: “Verzekeraar heeft bij de uitvoering van zijn verbintenis tot vergoeding gebruik gemaakt van het reisbureau en is voor de gedragingen van deze hulppersoon op gelijke wijze aansprakelijk als voor eigen gedragingen.”
Aangezien de klager zijn vergoeding inmiddels heeft ontvangen, ziet de Raad van Toezicht geen reden om aan deze uitspraak financiële consequenties voor de verzekeraar te verbinden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.