nieuws

Amper witwasfeiten in verzekeringsland

Archief

Het witwassen van geld via levensverzekeringen mag geen naam hebben. Die conclusie lijkt gerechtvaardigd op grond van de jaaroverzichten van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT). Vorig jaar waren de gezamenlijke levensverzekeraars goed voor slechts negen meldingen. Bij het intermediair, dat een zelfstandige meldingsplicht heeft, staat de teller al jaren op nul. De Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) hield een gericht onderzoek naar de naleving van de anti-witwaswetgeving.

Levensverzekeraars zijn onderworpen aan de Wet Identificatie bij Dienstverlening (WID) en de Wet Melding Ongebruikelijke Transacties (Wet MOT). Levensverzekeraars mogen pas een polis sluiten of een uitkering doen, als de identiteit van de cliënt is vastgesteld. De Wet MOT schrijft voor dat (voorgenomen) ongebruikelijke transacties gemeld moeten worden aan het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT). Melden moet in elk geval bij contante bedragen van een bepaalde omvang.
Het MOT ontvangt nauwelijks meldingen van ongebruikelijke transacties van levensverzekeraars. Dit kan betekenen dat ongebruikelijke transacties in de levensverzekeringsbranche bijna niet voorkomen; het kan ook betekenen dat ongebruikelijke transacties wel voorkomen, maar niet aan het MOT gemeld worden. Voldoende reden voor de PVK om te onderzoeken of de levensverzekeraars voldoende maatregelen hebben getroffen.
Vragenlijst
Het zojuist gepubliceerde rapport ‘Naleving Wet MOD en WID’ is gebaseerd op een onderzoek dat in de periode maart 2002 tot november 2002 door de PVK is gehouden. Eerst is een enquête onder alle levensverzekeraars gehouden, waarna er bij twaalf een bezoek werd afgelegd.
Conclusie is dat levensverzekeraars bewust of onbewust uitgaan van een zogeheten ‘risk-based’ benadering. Dit houdt in dat de interne maatregelen worden afgestemd op het risico dat de verzekeraar loopt om verwijtbaar betrokken te raken bij witwassen. De PVK kan zich goed vinden in een dergelijke benadering, “maar dan wordt wel vereist dat zij zich bewust zijn van de witwasrisico’s en goede kennis hebben van de relevante wetgeving”.
Uitzonderingen
Veel levensverzekeraars identificeren (potentiële) verzekeringsnemers en begunstigden niet zelf, maar maken gebruik van ‘afgeleide identificatie’. Hiervan is sprake als de premiebetaling of de uitkering plaatsvindt via een rekening (van de verzekeringnemer of de begunstigde) bij een kredietinstelling, of – in geval van waardeoverdracht – via een andere levensverzekeraar. Om onnodige herhaling van identiteitsvaststelling te voorkomen, mag de verzekeraar er in dat geval vanuit gaan dat identificatie al heeft plaatsgevonden bij het openen van de betreffende rekening, waardoor de geldstromen nog wel te traceren zijn.
Levensverzekeraars die gebruik maken van de afgeleide identificatie, moeten alsnog overgaan tot identificatie bij:
– betaling of uitkering in contanten;- girale transacties waarbij een kredietinstelling van buiten de EU is betrokken;- transacties waarbij de premiebetaler/begunstigde niet dezelfde is als de verzekeringnemer.Tussenpersonen
Assurantietussenpersonen hebben een zelfstandige verplichting tot identiteitsvaststelling. Verzekeraars die hun producten via tussenpersonen verkopen, zijn op dit punt in grote mate van hen afhankelijk. De verzekeraar mag de polis pas sluiten, nadat hij zich ervan heeft vergewist dat de tussenpersoon de identiteit van de cliënt al heeft vastgesteld. Dit zal in het algemeen blijken uit het aanvraagformulier waarop de identiteitsgegevens kunnen worden vermeld. Wanneer op het aanvraagformulier een rekeningnummer is vermeld, mag de verzekeraar er vanuit gaan dat de tussenpersoon of de gevolmachtigde agent aan diens verplichting tot identiteitsvaststelling heeft voldaan.
Identificatie is niet verplicht voor door levensverzekeraars aangeboden pensioenverzekeringen, aangegaan uit hoofde van de dienstbetrekking of de beroepsactiviteit van de verzekerde, mits deze verzekeringen niet worden afgekocht (onder afkoop wordt niet verstaan waardeoverdracht) en niet als waarborg voor een lening worden gebruikt.
Natura-uitvaart
De Wet MOT vereist dat ongebruikelijke transacties boven een bepaald bedrag worden gemeld. Voor verzekeraars is melding verplicht, indien de eerste premie of de koopsom contant wordt betaald en meer dan e 40.000 bedraagt of (in combinatie met andere twijfelachtige omstandigheden) meer dan e 10.000. Ook is onder bepaalde omstandigheden melding verplicht bij uitkering uit levensverzekering boven e 20.000 respectievelijk e 40.000.
Verzekeraars die slechts uitvaartpolissen aanbieden, komen vrijwel nooit aan de grensbedragen van de Wet MOT toe. Zo zijn de uitkeringsbedragen bij veel van deze verzekeraars standaard niet hoger dan e 5.000.
Aanpak onderzoek
De in maart 2002 aan levensverzekeraars toegezonden vragenlijst had betrekking op de administratieve organisatie, de interne controleprocedures en de informatievoorziening aan en training van medewerkers. Er zijn in totaal 105 vragenlijsten verzonden. Van de 105 verzekeraars bleken er negen inmiddels niet meer actief.
Uit de reacties kwamen onder meer de volgende zaken naar voren:
– Bijna 58% van de verzekeraars (naar premievolume bijna 85%) kent interne procedures voor het signaleren en (intern) melden van (voorgenomen) ongebruikelijke transacties.- De meldingsplicht is bij 52% (naar premievolume 88%) van de verzekeraars opgenomen in de acceptatie-, mutatie-, en uitkeringsprocedures (werkinstructies).- De identificatieprocedure (conform de WID) blijkt bij 53% (naar premievolume 54%) van de verzekeraars te zijn verwerkt in instructies voor de betrokken medewerkers.- Ruim 54% (naar premievolume bijna 67%) van de verzekeraars houdt controle op een correcte uitvoering van de Wet MOT;- er wordt bij 55% van de verzekeraars aandacht besteed aan training of opleiding van medewerkers die belast zijn met de uitvoering van de Wet MOT en de WID.- Dertig verzekeraars geven aan dat de assurantietussenpersoon en/of de gevolmachtigd agent belast is met de identificatie; bij zes van hen is de verzekeraar zelf ook belast met identificatie.- Van de verzekeraars die met het intermediair werken, wordt bij 42% nagegaan of gewaarborgd dat de tussenpersonen en/of gevolmachtigden meldprocedures hebben en toepassen.- Van de verzekeraars die met het intermediair werken, controleert 56% of op de juiste wijze is geïdentificeerd.- Een groot deel van de verzekeraars heeft geen procedures/voorzieningen om gevolg te geven aan verzoeken van de PVK om (extra) alert te zijn bij bepaalde transacties, zoals transacties met landen waar onvoldoende anti-witwasmaatregelen zijn getroffen. Als reden geven veel verzekeraars aan dat er geen betalingsverkeer met het buitenland is.- Een klein aantal verzekeraars meent dat zij niet onder de werking van de Wet MOT en de WID vallen.De onderzoekers van de PVK komen in hun analyse van voornoemde cijfers tot de (logische) conclusie dat de grotere verzekeraars hun zaken met betrekking tot deze materie beter voor elkaar hebben dan de kleinere.
Aanvraagformulier
Tijdens de bezoeken aan twaalf individuele maatschappijen constateerden de PVK-onderzoekers onder meer dat het standaard aanvraagformulier voor een levensverzekering dat afkomstig is van het Verbond van Verzekeraars, bij de rubriek ‘Betaling’ ruimte geeft voor contante betaling. “Wij vragen ons af of dit wel nodig en wenselijk is, aangezien contante betalingen in de eerste plaats niet voorkomen volgens de bedrijfstak zelf en in de tweede plaats niet bijdragen aan de preventie van witwassen.
Verder worden in een enkele procedure met betrekking tot toepassing van de Wet MOT en de WID overlijdensverzekeringen buiten de werking van de WID gehouden. Medewerkers krijgen daarmee onjuiste informatie. Ook constateerden de onderzoekers dat in de samenwerkingsovereenkomsten met het intermediair naleving van de Wet MOT en de WID niet expliciet wordt genoemd. Wel staat vaak in algemene bewoordingen opgenomen dat de tussenpersoon zich aan de wet moet houden.
Naar risk-based
Bij het ontwikkelen van het anti-witwasbeleid is tot op heden uitgegaan van een zogeheten rule-based benadering, maar volgens de onderzoekers gaan de ontwikkelingen steeds meer in de richting van een risk-based benadering, hierbij is het witwasrisico het uitgangspunt. “Hoewel er in een risk-based benadering argumenten zijn om in het levensverzekeringsbedrijf met vereenvoudigde beheersingsmaatregelen te kunnen volstaan, laten de huidige Wet MOT en WID dit niet altijd toe. Hier is dus sprake van een spanning tussen witwas- en compliance-risico. Het is aan de wetgever om hierin een acceptabel evenwicht te vinden.”
Aanbevelingen
Uit toezichtsoogpunt wordt aanbevolen:
– Om bij te dragen aan het bewustzijn van witwasrisico’s bij verzekeraars moet de PVK (nu DNB) als toezichthouder een actievere rol gaan spelen, zowel op het gebied van signaleren van witwasrisico’s als op het gebied van geven van voorlichting over relevante wetgeving en wijzigingen daarin.- Beheersingsmaatregelen moeten afgestemd kunnen worden op de aard en omvang van de risico’s; dit impliceert dat een verzekeraar die uitsluitend uitvaartpolissen aanbiedt minder vergaande procedures en controles behoeft te hebben dan een levensverzekeraar pur sang. Uitgangspunt is dan een risk-based benadering;- Het toezicht zou zich in eerste instantie moeten richten op de grotere verzekeraars, tenzij uit andere aanwijzingen blijkt dat risico’s elders liggen. Een periodieke preventieve audit door integriteitsexperts is hierbij aan te bevelen.Verder zijn er, mede voor de eenduidigheid, praktische aanbevelingen. Zo dient de VK (nu DNB) regels te stellen aan de bedrijfsvoering door levensverzekeraars met betrekking tot interne procedures ter naleving van de Wet MOT en WID ten behoeve van eenduidigheid en compleetheid. Verder dienen verzekeraars die werken met tussenpersonen of gevolmachtigde agenten na te gaan of deze de cliënt op de juiste wijze hebben geïdentificeerd. Het aanvraagformulier zou hierbij een rol kunnen spelen (op dat formulier zou ruimte moeten zijn voor rekeningnummer én tenaamstelling rekening).
Ook zou de verzekeringsbranche overeen moeten komen dat betalingen uitsluitend via automatische incasso plaatsvinden of per acceptgiro, zodat contante transacties helemaal niet meer kunnen voorkomen. In dat licht zou het standaard ‘aanvraagformulier voor een levensverzekering’ dat afkomstig is van het Verbond van Verzekeraars aangepast moeten worden. Ten slotte dienen verzekeraars die werken met tussenpersonen of gevolmachtigde agenten in de samenwerkingsovereenkomst afspraken te maken over het voldoen aan de plichten uit de Wet MOT en de WID en over het treffen van beheersingsmaatregelen. “De verzekeraar moet zich ook het recht voorbehouden om zelf steekproefsgewijze controles uit te voeren en zonodig het contract met de tussenpersoon of de gevolmachtigde agent te ontbinden. Woorden van deze strekking moeten in elke samenwerkingsovereenkomst worden opgenomen. Hetzelfde geldt voor de afspraken die de herverzekeraar maakt met de verzekeraars”, aldus het rapport.
Het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties heeft de afgelopen jaren geen enkele melding van witwassen bij tussenpersonen ontvangen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.