nieuws

‘Alleen werken met tussenpersonen die een beroepsaansprakelijkheidsverzekering hebben’

Archief

Behalve klachten over concrete verzekeraars ontvangt de Ombudsman ook klachten tegen ‘de verzekering’, die bij nader inzien gericht blijken te zijn tegen een onafhankelijke tussenpersoon. Prof. Van Londen is op dit gebied niet bevoegd, en het ligt dus voor de hand de klager door te verwijzen naar de NVA of de NBvA. Het wordt lastig als de tussenpersoon niet bij een van deze organisaties is aangesloten (“Vele tussenpersonen zijn dat helaas niet”). Nog problematischer wordt het als de betrokken tussenpersoon geen beroepsaansprakelijkheidsverzekering blijkt te hebben. “U kunt zich wel voorstellen hoe een klager zich voelt als tot hem doordringt dat hij binnen de verzekeringsbedrijfstak met zijn klacht niet terecht kan. Omdat dit gevoelen op de bedrijfstak als geheel afstraalt, verdient het aanbeveling dat intermediairmaatschappijen in de toekomst nog uitsluitend relaties onderhouden met tussenpersonen die ten minste een beroepsaansprakelijkheidsverzekering hebben.”

‘Betalingsbeschermingspolis te simplistisch’
Prof. Van Londen spreekt in het jaarverslag zijn ongerustheid uit over de toename van het aantal klachten over de betalingsbeschermingsverzekering, een aov die gekoppeld is aan een financiering. Al eerder signaleerde hij een ongewenste versimpeling van dergelijke polissen. Vaak is slechts één gezondheidsvraag op het certificaat opgenomen, wat volgens de Ombudsman volstrekt ontoereikend is voor het sluiten van een arbeidsongeschiktheidspolis. “Een verzekeraar brengt het produkt nu zelfs op de markt met ‘polisbloks waarmee de tussenpersoon zelf certificaten kan uitschrijven’. Eenvoud zou het belangrijkste kenmerk zijn van dit produkt. Gezien het feit, dat ik niet zelden de handtekening van de verzekerde geplaatst zie naast een kruisje op het (aanvraag)formulier, heb ik wel enige voorstelling van de wijze waarop deze overeenkomsten worden gesloten”. Medio 1994 heeft het Amsterdamse gerechtshof uitspraak gedaan over een door een verzekeraar gestelde verzwijging bij een betalingsbeschermingsovereenkomst. Het Hof constateerde onder meer, dat de verzekeraar slechts een algemene vraag over de gezondheid had gesteld, en er geen keuring had plaatsgevonden of een vragenlijst over de fysieke toestand van de verzekerde was ingevuld. De verzekeraar mocht de verzekerde daarom niet verwijten over bepaalde zaken te hebben gezwegen. De uitspraak van de rechter sluit aan op de bevindingen van Van Londen. “Het is mijn bedoeling om de ontwikkelingen in deze snelgroeiende branche kritisch te volgen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.