nieuws

Aftrek lijfrentepremie onafhankelijk van betaling door verzekeringnemer

Archief

Voor het bestaan van recht op aftrek van lijfrentepremies is het geen voorwaarde dat de verplichting tot het betalen van de premies berust bij de verzekeringnemer. Die uitspraak deed het Hof in Den Haag vorig jaar. De staatssecretaris van Financiën stelt daartegen geen beroep in cassatie in.

De kwestie betrof een vader, die voor zijn zoon en dochter een lijfrenteverzekering had gesloten. Op de deelnameformulieren stond de vader als verzekeringnemer en zijn zoon en dochter als verzekerden. In het onderschrift wordt toegevoegd dat de vader de verplichting tot premiebetaling van de verzekeringnemers heeft overgenomen, conform de constructie/regeling voor derden.
De twee polissen vermelden zoon en dochter als respectievelijke verzekeringnemers. In het aanhangsel van beide polissen wordt vermeld dat de verschuldigde koopsom à f 6.000 door de vader is voldaan. In een begeleidende brief stelt de verzekeraar dat de vader de jaarlijkse premies zal voldoen en dat de polissen door schenking zijn overgedragen aan de kinderen.
De belastinginspecteur wilde in eerste instantie niet toestaan dat de vader de lijfrentepremies als persoonlijke verplichting in aftrek brengt op het inkomen voor de inkomstenbelasting. Het Hof in Den Haag heeft dit bezwaar ongegrond verklaard. Het Hof stelt: “Voor het bestaan van recht op aftrek van lijfrentepremies is het geen voorwaarde dat de verplichting tot het betalen van de premies berust bij de verzekeringnemer.” De vader is erin geslaagd te bewijzen dat de premies door hem verschuldigd waren. De stelling van de inspecteur dat de verzekeraar de premies niet rechtens van de vader had kunnen vorderen, doet daar volgens het Haagse Hof niet aan af.
Geen beroep
De staatssecretaris heeft besloten geen beroep in cassatie te zullen instellen tegen de uitspraak. Hij acht het oordeel van het Hof van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk, gezien de bewijsstukken waarop belanghebbende zich kan beroepen.
“Doorgaans zal de voor de verzekering verschuldigde premie worden betaald door de verzekeringnemer. Dit neemt niet weg dat het kan voorkomen, dat een ander dan de op de polis vermelde verzekeringnemer zich tegenover de verzekeraar verplicht tot betaling van de premies. In dat geval kan deze persoon, als het gaat om premies die op zich genomen tot aftrek kunnen leiden, de betaalde bedragen in mindering brengt op zijn inkomen.”
Nieuwe bedragen voor aftrek lijfrentepremie
Voor de loon- en inkomstenbelasting 1997 zijn nieuwe bedragen vastgesteld voor de lijfrentepremie-aftrek en de jaarlijkse toevoeging aan de fiscale oudedagsreserve (FOR).
Per persoon kan maximaal f 5.839 (5.758) aan lijfrentepremie worden afgetrokken van het inkomen in 1997. Voor gehuwden geldt het dubbele: f 11.678 (11.516).
De extra aftrek (tweede tranche) bedraagt maximaal f 58.374 (57.568) per jaar; de eventuele derde tranche f 11.676 (11.514). Het maximum van de lijfrentepremie-aftrek oude regime (vóór de Brede Herwaardering) bedraagt f 20.385 (20.103).
De toevoeging aan de FOR voor zelfstandigen is dit jaar 11,5% van de winst tot f 71.121 (70.139) en 10% van de winst voor zover deze meer beloopt dan f 71.121. Het maximumbedrag van de jaarlijkse toevoeging aan de reserve is f 20.192 (19.913).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.